日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘greep’
日蘭辭典 (trefwoord)
haji把持
zn. greep m. ¶ 把持する grijpen; vasthouden.
tsukami

(掴み) zn. handvol v.; greep v. ¶ 摑合 worsteling. ¶ 摑合ふ elkaar beetgrijpen; worstelen. ¶ 摑難い moeilijk te vatten; subtiel.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <greep>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
つまみ tsumami (1) het grijpen; greep; (2) lipje; lip (van een verpakking; blikje); knop; schakelaar; (3) aperitiefhapje; borrelhapje; amuse; amuse-bouche; appetizer; amuse-gueule; frivolité; liflafje
ホールド hoorudo (1) greep; houvast; vat; (2) [sportt.] worstelgreep; (3) [honkb.] hold
一握り hitonigiri (1) handvol; handjevol; handgreep; greep; (2) handbreed
一節 issetsu (1) passage; passus; fragment; paragraaf; plaats; greep; (2) alinea; (3) strofe; couplet; stanza; (4) [bijb.] vers; (5) lettergreep; woorddeel; syllabe
取っ手;把手 totte handvat; handgreep; greep; hendel; oor; hengsel; kruk; trekknop; [どあの] deurkruk; deurknop; deurklink; klink
引き手 hikite handvat; knop; greep
把握 haaku begrip; bevatting; beheersing; vat; greep; grip
掴み tsukami (1) greep; graai; grabbel; (2) [ton.] aandachttrekker; gag tot het verkrijgen van iemands aandacht; welwillendheid; (3) [go-spel] ± toss; ± knobelen; ± bamzaaien [= de startspeler bepalen door te raden of iemand een even of oneven aantal schijven in een gesloten hand heeft]; (4) [hanafuda] tsukami [= alle kaarten in je hand hebben die een winnende combinatie vormen]; (5) [bouwk.] klamp; [i.h.b.] plank die de verbindingen van gevelplanken vastzet; (6) begerigheid; hebberigheid; hebzucht; heb; (7) hebzuchtig mens; graaier; (8) [Jap.gesch.] schoeier [= huisknecht die helpt bij het aan- en uittrekken van schoeisel]; (9) greep; handgreep; handvol
握り nigiri (1) het grijpen; toegrijpen; greep; grip; (2) hoeveelheid die je in één keer kunt grijpen; greep; handvol; handbreed; (3) greep; heft; handvat; (4) [go-spel] ± toss; ± knobelen; ± bamzaaien [= de startspeler bepalen door te raden of iemand een even of oneven aantal schijven in een gesloten hand heeft]; (5) [cul.] rijstballetje; rijst uit het vuistje; (6) [cul.] nigiri-sushi [= sushiballetje belegd met wat rauwe vis;soms omwikkeld met een reepje zeewier]; (7) ingezette bedragen; goederen bij een partijtje golf enz.; (8) [fin.] nigiri [= het werven en afsluiten van contracten voor discretionair vermogensbeheer met de garantie van een vast rendement;verboden volgens de Japanse Wet op handel in financiële instrumenten]
握力 akuryoku greep; vat; grip; grijpkracht
e (1) handvat; hendel; handgreep; handvatsel; steel; [plantk.] petiolus; schacht; schaft; zwengel; kruk; [鋤の] staart; (2) gevest; heft; hecht; greep
鷲掴み washizukami greep; klauw; klem
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.55 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'greep'). 
2005-2026