日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘vatten’
日蘭辭典 (trefwoord)
rikai理解
zn. begrip o.; inzicht o.; bevatting v. ¶ 理解する begrijpen; vatten; inzien; (俗) snappen. ¶ 理解し難い onbegrijpelijk. ¶ 理解が鈍い traag van begrip; onbevattelijk. ¶ 理解力 bevattingsvermogen; begrip.
tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

tsukami

(掴み) zn. handvol v.; greep v. ¶ 摑合 worsteling. ¶ 摑合ふ elkaar beetgrijpen; worstelen. ¶ 摑難い moeilijk te vatten; subtiel.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vatten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ふん縛る funjibaru (1) knevelen; vastbinden; boeien; aan handen en voeten binden; (2) vangen; vatten; inrekenen; arresteren
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
了解する ryoukaisuru (1) begrijpen; verstaan; snappen; bevatten; vatten; (2) het eens worden; zich met elkaar verstaan; elkaar vinden; tot overeenstemming komen; (3) toestaan; toestemmen in; instemmen met; goedkeuren; akkoord gaan met; bewilligen; consenteren
会得する etokusuru verstaan; begrijpen; snappen; vatten; doorgronden; beheersen
元気を出す genkiwodasu moed scheppen; vatten; verzamelen; bijeenrapen; zich vermannen; de tanden op elkaar zetten; z'n rug rechten
分かる wakaru (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; zien; inzien; beseffen; te weten komen; beetkrijgen; er achter komen; hoogte krijgen van; er wijs uit kunnen (worden); herkennen; onderkennen; kunnen volgen; begrijpelijk zijn; zich een begrip vormen van; (2) begrip kunnen opbrengen voor; begip tonen; begripvol zijn; redelijk zijn; (3) blijken (te zijn); duidelijk worden; aan het licht komen; vinden; weten; kennen; geïdentificeerd zijn; (4) waarderen; appreciëren; gevoel hebben voor; verstand hebben van; smaken
取っ捕まえる tottsukamaeru stevig vastpakken; vastgrijpen; vatten; inrekenen
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) boeken; reserveren; vastleggen; (11) innemen; bezetten
填める;嵌める hameru (1) [een deur enz.] inmonteren; monteren; fitten; inpassen; vatten; [een diamant enz.] zetten; invatten; inkassen; [goudsm.] kassen; (juist) plaatsen; inzetten; inbrengen; inleggen; [een ring enz.] aandoen; [aan iems. vinger enz.] steken; omdoen; [handschoenen enz.] aantrekken; (2) verstrikken; vangen; foppen; bedotten; bedriegen; in de val laten lopen; beetnemen; [fig.] beethebben; erin laten lopen; bedotten; erin luizen; ertussen nemen; te pakken nemen; [uitdr.] te grazen nemen
ei (1) boreling; pasgeborene; neonaat; (2) [Jap.muz.] verhoging met een halve toon; (3) [muz.] kruis; verhoging met een halve toon; (a) baby; pasgeborene; (b) omgeven; omsluiten; (c) vatten; (d) toevoegen; toedoen; (e) aanraken; beroeren; (f) [muz.] verhoging met een halve toon; kruis
悟る;覚る satoru (1) de spirituele verlichting bereiken; [boeddh.] satori ervaren; (2) inzien; doorhebben; beseffen; merken; vatten; begrijpen; doorzien; zich bewust zijn; zich realiseren
感染する kansensuru (1) aangestoken worden; besmet worden; geïnfecteerd raken; oplopen; opdoen; vatten; (2) (negatief) beïnvloed raken; (slechte; besmettelijke) invloed ondergaan
打ち取る uchitoru (1) [sportt.] verslaan; het winnen van; [honkb.] [三振に] (met 3 maal slag) uitgooien; (2) met geweld overvallen; overrompelen; met geweld nemen; zich meester maken van; innemen; veroveren; bemachtigen; (3) gokkend verwerven; (4) vangen; vatten; grijpen; pakken; snappen; verschalken
把握する haakusuru vatten; begrijpen; snappen; bevatten; omvatten; vat krijgen op; grip krijgen op
振う;奮う;揮う furuu (1) [暴力を] plegen; gebruiken; aanwenden; laten gelden; [権力を] uitoefenen; hanteren; voeren; [刀を] zwaaien; wuiven; schudden; [手腕を] tentoonspreiden; demonstreren; aan de dag leggen; (2) [勇気を] scheppen; vatten; verzamelen; bij elkaar schrapen; (3) gedijen; tieren; welvaren; bloeien; floreren; welvarend zijn; voorspoedig zijn; succes hebben; het goed doen
捕まえる tsukamaeru (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanvatten; vatten; beetpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetkrijgen; [fig.] in de wacht slepen; (2) staande houden; aanklampen; aanschieten; enteren; praaien; bij de lurven grijpen; pakken; vatten; bij de kladden grijpen; bij zijn vodden pakken; (3) vangen; te pakken krijgen; snappen; gevangennemen; in de kraag vatten; grijpen; [i.h.b.] aanhouden; oppakken; opvangen; inrekenen; arresteren
捕らえる toraeru (1) vatten; pakken; grijpen; vangen; snappen; klissen; (2) te pakken krijgen; weten te vangen; [de kans] krijgen; [een idee] aangrijpen; bemachtigen; de hand leggen op; beetpakken; beetkrijgen; beetnemen; weten vast te leggen; [fig.] captiveren; (3) gevangennemen; arresteren; aanhouden; oppakken; inrekenen; [uitdr.] in de kraag vatten; [m.b.t. een bende] oprollen; [Barg.] schutten; (4) snappen; verstaan; komen achter [de waarheid enz.]; (kunnen) volgen; beethebben; begrijpen; bevatten; inzien; omvatten; (5) opvangen; zien; bemerken; gewaarworden; (6) aangrijpen; aanpakken; aandoen; roeren; ontroeren; treffen; raken; een diepe indruk maken op
捕捉する hosokusuru (1) grijpen; vangen; vatten; pakken; oppakken; gevangennemen; [れーだーで] opvangen; detecteren; (2) begrijpen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
掌握する shouakusuru vatten; bemachtigen; in handen nemen; onder de hand nemen; de greep houden op; het bevel; gezag voeren; gebieden; heersen over; in bedwang; onder controle hebben
掴む;攫む;抓む;握む tsukamu (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanpakken; aanvatten; vatten; beetpakken; beetgrijpen; graaien; [in uitdr.] zich vastklampen (aan); (2) vatten; [m.b.t. clou;pointe enz.] snappen; begrijpen; [de slag van iets enz.] te pakken krijgen; [機会を] aangrijpen; grijpen; bij de haren grijpen; waarnemen; [m.b.t. bewijs enz.] de hand leggen op; bemachtigen; [de waarheid enz.] achterhalen; [iems. hart enz.] winnen
握る nigiru (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanpakken; vatten; aanvatten; aangrijpen; beetpakken; beetgrijpen; in de hand klemmen; ter hand nemen; (2) verwerven; de hand leggen op; bemachtigen; in handen nemen; verkrijgen; komen aan; te pakken krijgen; winnen; in het bezit komen van; naar zich toe halen; (3) [握り飯;握鮨を] maken; kneden
理解する rikaisuru (1) begrijpen; verstaan; bevatten; snappen; vatten; aanvoelen (dat); beetkrijgen; (2) begrip hebben voor; kunnen begrijpen; zich kunnen inleven in
確りする;聢りする shikkarisuru (1) moed scheppen; vatten; doorbijten; zich vermannen; zich dapper; goed houden; [i.h.b.] bedaren; niet opgeven; niet versagen; [form.] zich verstouten; (2) [m.b.t. handel] stabiel zijn; (waarde)vast zijn; solide zijn
穿つ ugatsu (1) boren; doorboren; graven; uithollen; (2) doordringen tot de grond van; binnendringen in; doorgronden; penetreren; vatten; snappen; (3) [袴;履物を~] aantrekken
解す kaisu (1) begrijpen; verstaan; bevatten; snappen; vatten; hoogte krijgen van; doorgronden; doorzien; (2) opvatten; interpreteren; uitleggen; verklaren; duiden
解す gesu (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; inzien; (2) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; inzien; (3) oplossen; losmaken; (4) ontslaan; ontbinden; ontheffen; (5) aan een hogere instantie voorleggen
諦観する teikansuru (1) doorgronden; in z'n essentie doorzien; inzien; begrijpen; vatten; [lit.t.] doorschouwen; (2) berusten in; zich schikken in; zich neerleggen bij; het filosofisch opnemen
飲み込む nomikomu (1) slikken; inslikken; doorslikken; binnenkrijgen; opdrinken; indrinken; (2) opslokken; verzwelgen; verslinden; (3) [in de geest] opnemen; begrijpen; vatten; bevatten; snappen; verstaan; (4) [fig.] doorslikken; inslikken; verbijten; afbijten; onderdrukken
鼓す kosu (1) [muz.] roffelen; [gew.] roefelen; slaan (op); roeren; (2) [勇気を] verzamelen; bij elkaar rapen; scheppen; vatten; zich vermannen
鼓する kosuru (1) [muz.] roffelen; [gew.] roefelen; slaan (op); roeren; (2) [勇気を] verzamelen; bij elkaar rapen; scheppen; vatten; zich vermannen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.65 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 30 treffers (zoekopdracht: 'vatten'). 
2005-2026