
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
mendō・面倒
zn. last o.; moeilijkheid v.; ergenis v.; verwikkeling v. ¶ 御面倒ながら het spijt mij u lastig te vallen, maar ...... ¶ 面倒を見る zich moeite getroosten. ¶ 面倒をかける last bezorgen. ¶ 面倒な moeilijk; lastig; ingewikkeld. ¶ 面倒くさい ergerlijk; hinderlijk; vervelend.
hanzatsu・繁雜
(煩雑) zn. ingewikkeldheid v. ¶ 繁雜な ingewikkeld.
nanba・難場
zn. moeilijkheid v.; moeilijk parket o.
kugaku・苦學
(苦学) zn. studie onder moeilijke omstandigheden.
kurushii・苦しい
bn. (1) [苦痛] pijnlijk; bedroevend. (2) [困難] moeilijk; hard; zwaar. (3) [困窮] ellendig. ¶ 苦しい思をする zich kwellen; zijn hersens pijnigen. ¶ 苦しい仕事 zware taak. ¶ 苦しい境遇 droevige omstandigheden; ellende. ¶ 苦しい立場 vergezochte grap. ¶ 苦しい立場 moeilijke positie. ¶ 苦し紛れに door wanhoop gedreven. ¶ 苦します pijnigen; martelen; plagen; kwellen.
yōi・容易
zn. gemak o.; eenvoud m. ¶ 容易な gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 容易ならぬ lastig; bezwaarlijk; ernstig; moeilijk. ¶ 容易ならしむ vereenvoudigen; vergemakkelijken.
wakarinikui・解りにくい
bn. moeilijk te begrijpen; onverstaanbaar; onbegrijpelijk. ¶ 解りにくい手跡 moeilijk handschrift; onleesbaar schrift.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ganbatte・頑張って
Uitdr. Houd vol! Geef niet op! Zet door! Doorzetten! Volhouden! ¶ 君なら成功できるよ、がんばって。僕は見捨てない。 ♂ Jij kunt het echt wel, houd vol. Ik zal je niet in de steek laten. ¶ できるだけがんばってやってみます。Ik zal mijn uiterste best doen. ¶ 彼はその難しい課題をがんばってやった。Hij bleef zijn best doen op die lastige lessen. ¶ 新しい仕事がんばってください。Zet hem op met je nieuwe baan / succes met je nieuwe baan.
fukuzatsu・複雑
zn. (〜な, ~na) adj. complex; gecompliceerd; ingewikkeld; verwikkelingen in de omstandigheden, structuur of relaties van een zaak; door verwikkelingen niet eenvoudig uit de leggen of te begrijpen; moeilijk; niet oppervlakkig; bewerkelijk. ¶ 複雑炭水化物って何か知ってますか。 Fukuzatsu tansui kabutsu tte nani ka shittemasu ka. Weet je iets van complexe koolhydraten? (TTC) ¶ 女は仕事のことを尋ねられると、「私の仕事は複雑なので一言では要約できません」と言った。 Kanojo wa shigoto no koto wo tazunerareru to, ‘Watashi no shighoto wa fukuzatsu na no de, hitokoto de wa yōyaku dekimasen’ to itta. Toen haar werd gevraagd naar haar werk zei ze ‘Aangezien mijn werk ingewikkeld is kan ik het niet in een enkel woord samenvatten’. (TTC) ¶ 彼の嘘が事態を複雑にした。 Kare no uso ga jitai wo fukuzatsu ni shita. Zijn leugen maakte de zaak ingewikkeld. (TTC) ¶ 脳の構造は複雑だ。 Nō no kōzō wa fukuzatsu da. De structuur van het brein is complex. (TTC)
desu・です
(koppelwerkwoord, beleefde vorm) [tegenwoordige tijd] です desu ben; is; zijn. [verleden tijd] でした deshita was; waren; geweest. [dubitatief] でしょう deshō dat zal wel; zal wel zo zijn. [voortzettende vorm] でして deshite en; doordat. ¶ 私は日本人です。 Ik ben een Japanner. ¶ 以前はタバコを吸い、かなりのヘビースモーカーでした。 Izen wa tabako wo sui, kanari no hebīsumōkā deshita. Voorheen rookte ik en was ik een nogal zware roker. ¶ ねえ、そうでしょう。 Nee, sō deshō. Zo is het toch? (TTC) ¶ 申し訳ありません、明日朝、お取引が難しそうでして…。 Mōshiwake arimasen, ashita asa, o-torihiki ga muzukashisō deshite…. Het spijt mij zeer, maar aangezien morgenochtend zakendoen moeilijk zal zijn... (Twitter)
NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
NB です desu kan ook een zin afsluiten, puur en alleen om het beleefde aspect van dit woord. Werkwoordelijk voegt het dan niets toe aan de zin. Bijvoorbeeld: 悔しいです kuyashii desu en 悔しい kuyashii betekenen beide ‘het is betreurenswaardig’, alleen is de versie met desu beleefd in de zin dat Nederlands u beleefder is dan jij.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <moeilijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
うざい uzai [slang] lastig; moeilijk; vervelend; ergerlijk; irritant; storend; onaangenaam
こせこせした kosekoseshita (1) onrustig; zenuwachtig; druk; ongedurig; rusteloos; (2) precies; meticuleus; stipt; punctueel; pietepeuterig; (3) moeilijk; kieskeurig; pietluttig; overdreven; kleingeestig; kleinzielig; bekrompen
むずい muzui [~試験] moeilijk
アージュアス aajuasu moeilijk; zwaar; ingespannen; ijverig
ハード haado (1) hard; (2) vinnig; hevig; zwaar; (3) hard; zwaar; moeilijk; lastig; (4) [comp.] hardware; apparatuur; (5) Hurd
ヘビー hebii (1) krachtinspanning; vlaag van energie; volle kracht; vaart; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
ヘヴィ hevuxi (1) inspanning; krachtinspanning; effort; [sportt.] sprintje; (2) zwaar; veel wegend; (3) zwaar; hevig; erg; aanzienlijk; lastig; moeilijk; (4) intens; inspannend
不肖 fushou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; (7) ik; ondergetekende
健か;強か shitataka (1) geducht; formidabel; geweldig; waar je U tegen zegt; taai; moeilijk; lastig; (2) zwaar; hard; stevig; flink; terdege; duchtig
健かな;強かな shitatakana geducht; formidabel; geweldig; waar je U tegen zegt; taai; moeilijk; lastig
区々 kuku (1) gering; klein; weinig; (2) pietluttig; pietepeuterig; teuterig; moeilijk; precies; (3) divers; verschillend; bont; uiteenlopend; verscheiden; ongelijksoortig; gevarieerd; (4) wijs; verstandig
厄介 yakkai (1) last; ongerief; overlast; ongemak; lastpost; moeite; soesa; [veroud.] pijne; bezwaar; [form.] onus; hinder; gehaspel; (2) zorg; hoede; toezicht; oppassing; verzorging; opvang; ontferming [betreft ook de personen of kosten daaraan verbonden]; (3) het leven van; het teren op; klaploperij; parasitisme; biets; (4) persoon ten laste; afhankelijke; tafelschuimer; kostganger; kostgangster; commensaal; inquilien; klaploper; profiteur; parasiet; bietser; (5) yakkai [In de Edo-periode door de pater familias gealimenteerde collaterale bloedverwanten. Bv. zijn jongere broers die op kosten van het ouderlijk huis leefden en als erfgenaam grootgebracht werden.]; (6) lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
厄介な yakkaina lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
喧しい yakamashii (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; roezig; schreeuwerig; kabaal makend; herrie makend; veel leven makend; kakofonisch; schetterig; roezemoezig; lawaaiig; luid; gehorig; krakeelachtig; tumultueus; tapageus; bruyant; (2) [m.b.t. procedure] lastig; vervelend; omslachtig; log; ergerlijk; [inform.] flikkers; (3) zeurderig; drammerig; zanikachtig; zeverend; (4) veeleisend; kieskeurig; nauwgezet; kies; vies; (angstvallig) precies; pietluttig; pietepeuterig; kritisch; moeilijk; vitterig; muggenzifterig; vitziek; (5) streng; strikt; rigoureus; gestreng; rigide; strak; star; [m.b.t. programma] straf; [m.b.t. gelovige] steil; stringent; (6) controversieel; omstreden; beladen; geruchtmakend; ophefmakend; verhit
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.;spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
大儀 taigi (1) grootschalige hofceremonie; (2) grootse plechtigheid; ceremonie; (3) zaak van gewicht; iets belangrijks; bijzonder voorval; (4) inspannend; zwaar; moeilijk; lastig; bewerkelijk; vervelend; vermoeiend; afmattend; (5) moe; vermoeid; afgemat; lusteloos; mat; (6) bedankt voor de moeite; goed gewerkt; (7) zeer duur
大変 taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
大変な taihenna (1) verschrikkelijk; erg; ontzettend; vreselijk; enorm; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; danig; ernstig; (2) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; flink
大 tai (a) groot; uitgebreid; ruim; (b) eminent; uitstekend; (c) hooggeplaatst; (d) belangrijk; verantwoordelijk; moeilijk; (e) buitengewoon; bijzonder; enorm; (f) globaal; (g) fundamenteel
微妙 bimyou (1) subtiliteit; fijnheid; delicaatheid; (2) subtiel; fijn; delicaat; (3) delicaat; moeilijk; ingewikkeld
微妙な bimyouna (1) subtiel; fijn; delicaat; (2) delicaat; moeilijk; ingewikkeld
悩ましげ nayamashige (1) moeilijk; zwaar; hard; lastig; moeizaam; moeitevol; smartelijk; penibel; hachelijk; heikel; netelig; pijnlijk; zorgelijk; (2) sensueel; prikkelend; verleidelijk; verlokkelijk; opwindend; bekoorlijk; aantrekkelijk; seduisant; begeerlijk; (3) sukkelend; sukkelig; kwakkelend; kwakkelig; noodlijdend; kwijnend; verkommerd; gebrekkig; ziekelijk; ziekig
扱いにくい atsukainikui moeilijk om mee om te gaan; moeilijk hanteerbaar; moeilijk; lastig te hanteren; moeilijk om mee overweg te kunnen; [uitdr.] moeilijk garen te spinnen met; [m.b.t. persoon] lastig; [m.b.t. persoon] moeilijk
煩い;五月蠅い urusai (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; (2) de neiging tot vitten hebbend; de neiging tot klagen hebbend; klagerig; kleinzielig; pietluttig; (3) moeilijk; veeleisend; hoge eisen stellend; kieskeurig; niet gauw tevreden over; lastig; (4) vervelend; irritant; hinderlijk; ergerlijk; onaangenaam; onhebbelijk; lastig; (5) opdringerig
煩わしい wazurawashii (1) lastig; moeilijk; vervelend; problematisch; moeitevol; (2) ingewikkeld; complex; gecompliceerd; intricaat; [fig.] tortueus
繁雑 hanzatsu (1) gecompliceerdheid; ingewikkeldheid; complexiteit; neteligheid; (2) gecompliceerd; complex; ingewikkeld; netelig; moeilijk
苦しい kurushii (1) pijnlijk; bedroevend; (2) moeilijk; hard; zwaar; (3) onhandig; lastig; gênant; pijnlijk; netelig; hachelijk; (4) ellendig; ebarmelijk; armzalig; gebrekkig; rampzalig; (5) (van een lach) geforceerd; gemaakt; niet van harte gaand; (6) (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) vergezocht; (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) er van verre bij gehaald; onlogisch; irrationeel
足腰が立たない ashikoshigatatanai niet bij machte zijn te gaan staan; te lopen; kreupel; mank; invalide zijn; moeilijk; slecht ter been zijn; [gew.] kwakkelig zijn; lendenlam zijn; niet uit de voeten kunnen
辛い tsurai (1) hard; wreed; bar; (2) moeilijk; zwaar; hard; lastig; [m.b.t. tijden] benard; pittig; [m.b.t. ervaring] bitter; pijnlijk
迷惑 meiwaku (1) last; hinder; ongemak; [form.] onus; een lastig iets; een vervelend iets; moeite; ongerief; [veroud.] pijne; ongelegenheid; bezwaar; (2) lastig; storend; vervelend; ongelegen; moeilijk; onereus; hinderlijk; [inform.] flikkers; ergerlijk; problematisch; bezwaarlijk; verdrietelijk; irritant
重い omoi (1) zwaar; veel wegend; niet licht; (2) gewichtig; belangrijk; ernstig; serieus; (3) [罰が] streng; zwaar; (4) zwaarmoedig; bezwaard; gedrukt; bedrukt; neerslachtig; gedeprimeerd; (5) kritiek; hachelijk; precair; [病気が] gevaarlijk; moeilijk; [お産が] lastig; (6) [口が] zwijgzaam; niet spraakzaam; stil; niet mededeelzaam
難しい muzukashii (1) misnoegd; ontstemd; nors; stuurs; grimmig; bedrukt; somber; ernstig; (2) moeilijk; vervelend; lastig; hard; zwaar; heel [bv. hele klus]; (3) ernstig; kritiek; zwaar; bedenkelijk; precair; (4) ingewikkeld; gecompliceerd; complex; netelig; delicaat; (5) ongemakkelijk [karakter]; streng; strikt; lastig; hard; moeilijk te voldoen; kieskeurig; veeleisend
難儀 nangi (1) leed; lijden; nood; penarie; ontbering; tegenspoed; tegenslag; beproeving; narigheid; netelige situatie; lastig parket; (2) moeilijkheden; problemen; last; zorg; moeite; (3) iets belangrijks; serieuze zaak; (4) moeilijk; zwaar; hard; lastig; problematisch; vermoeiend; afmattend; benard
難問 nanmon moeilijk; complex; ingewikkeld probleem; moeilijke opgave; moeilijke; heikele kwestie; lastig vraagstuk
難関 nankan (1) moeilijke doorgangspost; barrière; horde; hindernis; obstakel; moeilijkheid; (2) lastige situatie; moeilijk; lastig parket; knel; penarie; impasse
面倒 mendou (1) moeite; last; [form.] onus; [veroud.] pijne; ongemak; vervelend gedoe; [inform.] gekloot; (2) moeilijkheden; problemen; complicaties; (3) verzorging; zorg; zorgzaamheid; oppassing; (4) lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒い mendoi lastig; moeilijk; vervelend; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒な mendouna lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒臭い mendoukusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
面倒臭い mendokusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
骨の折れる honenooreru zwaar; hard; moeilijk; pittig; lastig; taai; inspannend; afmattend; vermoeiend; moeizaam; slopend; veeleisend
Tijd: 1.37 sec. jiten.nl: 17 treffers, warandict: 41 treffers (zoekopdracht: 'moeilijk').
2005-2026
