
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
inga・因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果の關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果の法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果と諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果の種を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果が子に報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <inga>
印画 inga fotografische afdruk
因果 inga (1) oorzaak en gevolg; [boeddh.] hetu-phala; (2) vergelding; straf; nemesis; (3) karma; lot; gesternte; (4) noodlot; tegenspoed; ongeluk; pech; doem; (5) onfortuinlijk; ongelukkig; onzalig; gedoemd; noodlottig
陰画 inga [foto.] negatief; cliché
Tijd: 1.17 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'inga').
2005-2026
