
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
inga・因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果の關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果の法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果と諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果の種を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果が子に報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
tsumi・罪
zn. (1) [罪惡] zonde v. (2) [犯罪] vergrijp o.; misdrijf o.; misdaad v. (3) [咎め] schuld v.; blaam v. (4) [過失] fout v.; misstap m. misdraging v.; overtreding v.; wangedrag o. (5) [罰] straf v. ¶ 罪に服する schuld bekennen. ¶ 罪より救ふ redden van de zonde. ¶ 罪を犯す misdrijf begaan. ¶ 罪を負はす beschuldigen. ¶ 罪を免れる straf ontloopen. ¶ 罪を贖ふ schuld boeten. ¶ 罪ある schuldig; zondig; misdadig. ¶ 罪なき onschuldig. ¶ 罪する straffen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <boeten>
修繕する shūzensuru herstellen; repareren; maken; opknappen; opnieuw in goede staat brengen; nazien; [uitdr.] op de helling nemen; [靴を] verstellen; lappen; [網;釜を] boeten
払う;掃う harau (1) verwijderen; wegdoen; opruimen; wegnemen; wegruimen; vrijmaken; ontruimen; (uit de weg) ruimen; weghalen; wegvegen; vegen; wissen; [een telraam] terugzetten op nul; zuiveren (van); [tranen enz.] afvegen; ontdoen van; [tuinb.] dieven; [tuinb.] afsnoeien; afhelpen van; verdrijven; verjagen; [een kwaal enz.] boeten; (2) [een zwaard e.d.] zwaaien; maaien; [i.h.b. iem. de voet] lichten; [een uithaal e.d.] afslaan; (3) betalen; neertellen; neerleggen; delgen; kwijten; contenteren; [een schuld] afdoen; [een schuld] afkomen; [een schuld] honoreren; [inform.] dokken; vereffenen; over de brug komen; overkomen; [m.b.t. rekening] gladmaken; [Barg.] roeren; [Barg.] besjollemen; (4) [eer] betuigen; [eer] bewijzen; [eerbied] betonen; zich [inspanningen] getroosten; zich [moeite] geven; (5) van de hand doen; verkopen; (6) [~に注意を] acht slaan op; aandacht besteden aan; aandacht schenken aan; letten op; opletten; bij de les blijven; achten; acht geven; oppassen
掻き起こす kakiokosu (1) opstoken; aanstoken; stoken; aanwakkeren; aanjagen; oprakelen; [veroud.;gew.] aanboeten; [gew.] boeten; [w.g.] aanzetten; (2) opzetten; overeind brengen; rechtop zetten; rechten; [Belg.N.] rechtzetten
服す fukusu (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
服する fukusuru (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
癒す iyasu (1) [傷を] laten helen; helen; genezen; beter maken; cureren; boeten; remediëren; [苦しみ;悩みを] balsemen; [ホームシックを] afhelpen; (2) [渇きを] laven; lessen; verslaan; [飢えを] stillen
結う yuu (1) [髪を] opbinden; opsteken; opmaken; kappen; doen; (2) samenbinden; bijeenbinden; (3) verstellen; oplappen; hechten; boeten; (4) binden; verbinden; aaneenrijgen
網を編む amioamu netten breien; boeten; maken
網針 abari naald om netten mee te maken; boeten; breien
網針 amibari naald om netten mee te maken; boeten; breien
贖う aganau boete doen; boeten; goedmaken; delgen; redresseren; bekopen; vrijkopen; afkopen; verlossen
贖罪する shokuzaisuru boeten; boete doen voor; uitboeten; [罪を] verzoenen; [w.g.] zoenen
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'boeten').
2005-2026
