RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verband>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
コネクション konekushon (1) connecties; invloedrijke relaties; contacten; (2) connectie; verband; betrekking; relatie; (3) drugscircuit; [i.h.b.] drugskoerier; [euf.] contactman
タイ・アップ taiappu verband; samenwerking; samenwerkingsverband; coöperatie
包帯 houtai verband; zwachtel; bandage; windsel; band
因果関係 ingakankei verband; relatie; betrekking tussen oorzaak en gevolg; causaal verband; oorzakelijk verband; oorzakelijkheid; causaliteit
文脈 bunmyaku (1) zinsverband; redeverband; (2) context; verband; samenhang
結び付き musubitsuki relatie; betrekking; connectie; verband; band; verbinding
絡み karami (1) omgang; interactie; verwikkeling; betrokkenheid; relatie; verband; (2) [kabuki] bijfiguur
縁 en (1) kans; toevallige gebeurtenis; lot; toeval; karma; (2) band; betrekking; relatie; connectie; verwantschap; (3) verband; relatie; connectie; samenhang; (4) veranda; waranda; loggia
繋がり;繋 tsunagari (1) verband; betrekking; relatie; binding; link; band; verhouding; connectie; verbinding; [i.h.b.] betrokkenheid; (2) verwantschap; parentage; filiatie; maagschap(sband)
連係 renkei verband; connectie; betrekking; link; contact; relatie
関わり kakawari (1) verband; relatie; betrekking; connectie; verhouding; betrokkenheid; (2) betrokkene; belanghebbende
関係 kankei (1) relatie; betrekking; verhouding; verwantschap; verband; bemoeienis; bemoeiing; (2) deelname; aandeel; (3) invloed; (4) (seksuele) relatie; omgang
関連 kanren (1) verband; relatie; (2) Medewerker