
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
inga・因果
zn. (1) [原因結果] oorzaak en gevolg. (2) [不運] noodlot o. (3) [應報] vergelding v. ¶ 因果の關係 causaal verband; causaliteit. ¶ 因果應報 vergelding; karma. ¶ 因果の法則 wet van oorzaak en gevolg. ¶ 因果の noodlottig; rampzalig. ¶ 因果と諦める berusten in zijn lot. ¶ 因果の種を宿す zwanger zijn door een misstap. ¶ 親の因果が子に報いる de kinderen boeten voor de zonden der ouders.
urikotoba・賣言葉
(売言葉) zn. beleedigende woorden o.mv.; onhebbelijkheid v. ¶ 賣言葉に買言葉 weder vergelding; leer om leer.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vergelding>
お礼参り oreimairi (1) dankbezoek aan een tempel; heiligdom; heiligdombezoek; tempelbezoek uit dank; (2) [fig.] weerwraak (door yakuza); revanche; wraakneming; vergelding; represaille
しっぺ返し shippegaeshi vergelding; weerwraak; wraak; revanche; represaille; repercussie
仇討ち adauchi (1) wraak; vergelding; revanche; weerwraak; wraakneming; het wreken; wedervergelding; represaille; retaliatie; (2) [Jap.gesch.] bloedwraak; vendetta
仕返し shikaeshi (1) het overdoen; het nog eens (beter) doen; (2) wraak; weerwraak; wraakneming; het wreken; vergelding; wedervergelding; revanche; represaille; retaliatie
償い tsugunai vergoeding; schadeloosstelling; compensatie; goedmaking; bonificatie; schadevergoeding; genoegdoening; vergelding; indemnisatie; aanzuivering; boeting
因果 inga (1) oorzaak en gevolg; [boeddh.] hetu-phala; (2) vergelding; straf; nemesis; (3) karma; lot; gesternte; (4) noodlot; tegenspoed; ongeluk; pech; doem; (5) onfortuinlijk; ongelukkig; onzalig; gedoemd; noodlottig
報復 hōfuku (1) wraak; weerwraak; wraakneming; vergelding; wedervergelding; revanche; retaliatie; leer om leer; (2) [pol.] represaille; tegenmaatregel; retorsie; (3) antwoord; repliek; reactie
復讐;復讎 fukushū (1) wraak; wraakneming; wraakoefening; vergelding; revanche; represaille; vendetta; (2) weerwraak; wedervergelding; retaliatie
悪報 akuhō (1) vergelding; straf; (2) slecht nieuws; slechte tijding; onheilsboodschap; ongelukstijding; jobstijding
意趣返し ishugaeshi wraak; vergelding; wraakneming; revanche; het wreken; wraakactie; represaille; het iemand betaald zetten
挨拶 aisatsu (1) groet; begroeting; groetenis; saluut; salutatie; compliment; [m.b.t. brief] aanhef; (2) speech; toespraak; rede; paar woorden; kort woord; (3) antwoord; repliek; reactie; verontschuldiging; kennisgeving; aanzegging; aankondiging; waarschuwing; [Belg.N.] verwittiging; (4) [yakuzajargon] beantwoording; wraak; revanche; vergelding; (5) [ironische aanduiding van een belediging] fraai compliment
果 ka (1) gevolg; consequentie; resultaat; effect; vergelding; [boeddh.] phala; (2) verlichting; inzicht; (3) vrucht; fruit; (4) [maatwoord voor fruitsoorten]
祟り tatari (1) vloek; (2) vergelding; straf
罰 bachi boete; [goddelijke] vergelding; straf
腹いせ haraise wraak; vergelding; revanche; weerwraak; represaille
見返り mikaeri (1) vergoeding; beloning; remuneratie; vergelding; terugbetaling; (2) tegenprestatie; contraprestatie; compensatie; wederdienst; quid pro quo; (3) zakelijk onderpand; borg; waarborg; (4) terugblik; achterwaartse blik; het omkijken; het naar achteren kijken; het achterom kijken
謝礼 sharei (1) dank; dankbetuiging; bedankje; [Belg.N.;niet alg.] bedanking; (2) beloning; vergoeding; remuneratie; vergelding; loon; honorarium; honorering; bezoldiging; ereloon; [Belg.N.;niet alg.] verloning
返礼 henrei tegengeschenk; [lit.t.] tegengave; [w.g.] tegengift; tegengebaar; tegengeste; tegencompliment; tegengroet; tegendienst; tegenprestatie; compensatie; vergoeding; vergelding; weerwraak; wraak; revanche
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'vergelding').
2005-2026
