
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
naka・仲
zn. verhouding v.; betrekking v. ¶ 深い仲 intieme relatie; innige verhouding. ¶ 仲が惡い oneenigheid hebben; kwestie hebben. ¶ 仲がよい bevriend zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <innig>
さめざめ samezame (1) stilletjes huilend; onafgebroken tranen plengend; z'n tranen de vrije loop latend; (2) innig; zielsdiep; door en door
しんみり shinmiri (1) stilletjes; zachtjes; rustigjes; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) diepzinnig; peinzend; meditatief; nadenkend; in gepeins verzonken
しんみりした shinmirishita (1) rustig; zacht; stil; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) [~話] ontroerend; aandoenlijk
しんみりと shinmirito (1) stilletjes; zachtjes; rustigjes; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) diepzinnig; peinzend; meditatief; nadenkend; in gepeins verzonken
切に setsuni innig; vurig; oprecht; van ganser harte; ijverig; intens; diep; nadrukkelijk; met klem
切望 setsubō hartsverlangen; zielsverlangen; innig; diep verlangen; ijverige begeerte; begerigheid; aviditeit; gretigheid; dorst; hunker; hunkering; honger; zucht; smart; [gew.] smacht
切 setsu (1) uit [= teken op schakelaars van elektrische apparatuur]; (2) innig; van ganser harte; met hart en ziel; vurig; dringend; oprecht; hartgrondig; gemeend; (3) duidelijk voelbaar; gevoelig; hevig; heftig; intens; (4) precair; hachelijk; penibel; kritiek; heikel; netelig; (a) snijden; (b) wrijven; over elkaar doen schuiven; (c) precies passen; (d) dringen; dringend; intens; (e) [notatiesysteem om de uitspraak van een Chinees karakter aan te geven]
厚い atsui (1) dik; lijvig; een pil van een ~; (2) innig; hartelijk; warm; vriendelijk
厚く atsuku hartelijk; cordiaal; warm; vriendelijk; innig
密 mitsu (1) dicht; compact; samengepakt; opeengepakt; op elkaar geperst; opeengeperst; nauw; (2) inhoudrijk; (3) familiair; intiem; dik bevriend; close; (4) minutieus; nauwgezet; gedetailleerd; fijn; omstandig; nauwkeurig; zorgvuldig; (5) geheim; (a) geheim; (b) dicht; compact; (c) secuur; nauwgezet; (d) hermetisch; (e) innig; intiem; (f) esoterisch
懇ろ nengoro (1) vertrouwelijke; intieme omgang; liefdesrelatie; (2) hartelijk; warm; oprecht; welgemeend; vriendelijk; sympathiek; aardig; beleefd; hoffelijk; beminnelijk; attent; lief; warmhartig; (3) vertrouwelijk; intiem; close; familiair; innig; (4) intens; fel; heftig
昵懇 jikkon (1) familiariteit; gemoedelijkheid; gemeenzaamheid; ongedwongenheid; vriendelijkheid; vertrouwelijkheid; intimiteit; innigheid; (2) familiair; familiaar; gemoedelijk; gemeenzaam; ongedwongen; vriendelijk; vertrouwelijk; intiem; innig; close
深い fukai (1) diep; dicht; dik; (2) [van gevoelens;gedachten enz.] diep; intens; diepgaand; diepliggend; diepzinnig; grondig; innig; intiem; (3) [van kleuren;aroma's enz.] donker; zwaar; vol
深甚 shinjin uiterst diep; diepgaand; diepgevoeld; innig; diepgrondig
渥い atsui innig; hartelijk; warm; vriendelijk
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); diep; (2) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; prikkelend; (3) (van soep) dik; (van soep) rijk; (4) (van mist) dicht; (5) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (6) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie,; vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); nabij
濃厚 nōkō (1) [m.b.t. soep] dik; gebonden; smeuïg; [m.b.t. smaak] vol; [m.b.t. geur] sterk; [m.b.t. make-up] zwaar; [m.b.t. kus] stevig; innig; (2) geconcentreerd; van sterk gehalte; onverdund; (3) waarschijnlijk; hoogstwaarschijnlijk; aannemelijk; [m.b.t. vermoeden] sterk
熱心 nesshin (1) gloed; ijver; geestdrift; enthousiasme; vuur; passie; verve; vurigheid; hartstochtelijkheid; driftigheid; innigheid; felheid; voortvarendheid; gretigheid; graagte; ferventie; elan; animo; entrain; (2) vurig; (vol)ijverig; enthousiast; gloedvol; innig; geestdriftig; fel; hartstochtelijk; driftig; fervent; passioneel; gepassioneerd; gretig; verwoed; dat het een aard heeft
熱心な nesshinna vurig; volijverig; ijverig; enthousiast; gloedvol; innig; geestdriftig; fel; hartstochtelijk; driftig; fervent; passioneel; gepassioneerd; gretig; verwoed; ~ dat het een aard heeft
睦まじい mutsumajii (1) innig; hecht; close; (2) intiem; (3) dierbaar; geliefd; lief
睦 boku dierbaar; innig
篤い atsui (1) [病が~] ernstig; erg; zwaar ziek; doodziek; kritiek; (2) [信仰の~] diepgelovig; zeer gelovig; ingelovig; innig; vurig gelovend
緊密 kinmitsu (1) nauw; hecht; innig; dik; (2) strikt; streng; strak; star; rigoureus
親しい shitashii (1) naverwant; (nauw) verwant; [w.g.] na; (2) [m.b.t. vriend(schap)] intiem; amicaal; vriendschappelijk; close; innig; familiair; dik; dierbaar; vertrouwd; bekend; (3) in hoogsteigen persoon; hoogstpersoonlijk; minzaam; genadig; [adv.] rechtstreeks [als van hooggeplaatste personen sprake is]
親しみのある shitashiminoaru vriendelijk; lief; toegenegen; innig
親密 shinmitsu (1) hechte vriendschap; vertrouwde omgang; innige verbondenheid; intimiteit; innigheid; vertrouwelijkheid; (2) hecht; innig; intiem; vertrouwd; close; dik
Tijd: 1.33 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'innig').
2005-2026
