
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
shitashii・親しい
bn. intiem; familiair; vriendschappelijk. ¶ 親しい友 intieme vriend. ¶ 親しく intiem; (自分で) persoonlijk; in eigen persoon; met eigen oogen. ¶ 親しみ vriendschap; intimiteit; hartelijke gevoelens. ¶ 親む vriendschap sluiten met; op vriendschappelijken voet komen met; intiem worden.
naka・仲
zn. verhouding v.; betrekking v. ¶ 深い仲 intieme relatie; innige verhouding. ¶ 仲が惡い oneenigheid hebben; kwestie hebben. ¶ 仲がよい bevriend zijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <intiem>
しんみり shinmiri (1) stilletjes; zachtjes; rustigjes; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) diepzinnig; peinzend; meditatief; nadenkend; in gepeins verzonken
しんみりした shinmirishita (1) rustig; zacht; stil; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) [~話] ontroerend; aandoenlijk
しんみりと shinmirito (1) stilletjes; zachtjes; rustigjes; (2) intiem; vertrouwelijk; persoonlijk; innig; confidentieel; (3) diepzinnig; peinzend; meditatief; nadenkend; in gepeins verzonken
密 mitsu (1) dicht; compact; samengepakt; opeengepakt; op elkaar geperst; opeengeperst; nauw; (2) inhoudrijk; (3) familiair; intiem; dik bevriend; close; (4) minutieus; nauwgezet; gedetailleerd; fijn; omstandig; nauwkeurig; zorgvuldig; (5) geheim; (a) geheim; (b) dicht; compact; (c) secuur; nauwgezet; (d) hermetisch; (e) innig; intiem; (f) esoterisch
怪しい ayashii (1) vreemd; mysterieus; wonderlijk; fascinerend; (2) raar; eigenaardig; bizar; zonderling; eng; griezelig; (3) verdacht; suspect; dubieus; twijfelachtig; kwestieus; (4) intiem; amoureus; (5) dreigend; onzeker; bedenkelijk; onheilspellend; (6) onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; ongeloofwaardig; [彼の英語は] niet zo goed; gebrekkig; (7) ongewoon; zeldzaam; (8) schamel; pover; (9) onbehoorlijk; onfatsoenlijk; ongepast; (10) onaanzienlijk; ordinair; gering
慇懃 ingin (1) beleefdheid; hoffelijkheid; wellevendheid; voorkomendheid; welgemanierdheid; courtoisie; galanterie; (2) vriendschap; vriendelijkheid; (3) intimiteit; intieme omgang; [i.h.b.] geslachtsgemeenschap; (4) beleefd; hoffelijk; wellevend; voorkomend; welgemanierd; galant; (5) vriendelijk; (6) intiem
懇ろ nengoro (1) vertrouwelijke; intieme omgang; liefdesrelatie; (2) hartelijk; warm; oprecht; welgemeend; vriendelijk; sympathiek; aardig; beleefd; hoffelijk; beminnelijk; attent; lief; warmhartig; (3) vertrouwelijk; intiem; close; familiair; innig; (4) intens; fel; heftig
懇意 kon'i (1) vriendelijkheid; vriendelijke aard; gunstige gezindheid; (2) vriendschap; amicaliteit; familiariteit; intimiteit; (3) vriendelijk; amicaal; familiair; intiem
昵懇 jikkon (1) familiariteit; gemoedelijkheid; gemeenzaamheid; ongedwongenheid; vriendelijkheid; vertrouwelijkheid; intimiteit; innigheid; (2) familiair; familiaar; gemoedelijk; gemeenzaam; ongedwongen; vriendelijk; vertrouwelijk; intiem; innig; close
深い fukai (1) diep; dicht; dik; (2) [van gevoelens;gedachten enz.] diep; intens; diepgaand; diepliggend; diepzinnig; grondig; innig; intiem; (3) [van kleuren;aroma's enz.] donker; zwaar; vol
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); diep; (2) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; prikkelend; (3) (van soep) dik; (van soep) rijk; (4) (van mist) dicht; (5) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (6) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie,; vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); nabij
睦まじい mutsumajii (1) innig; hecht; close; (2) intiem; (3) dierbaar; geliefd; lief
親しい shitashii (1) naverwant; (nauw) verwant; [w.g.] na; (2) [m.b.t. vriend(schap)] intiem; amicaal; vriendschappelijk; close; innig; familiair; dik; dierbaar; vertrouwd; bekend; (3) in hoogsteigen persoon; hoogstpersoonlijk; minzaam; genadig; [adv.] rechtstreeks [als van hooggeplaatste personen sprake is]
親密 shinmitsu (1) hechte vriendschap; vertrouwde omgang; innige verbondenheid; intimiteit; innigheid; vertrouwelijkheid; (2) hecht; innig; intiem; vertrouwd; close; dik
近い chikai (1) nabij; dicht(bij); na; vlak (bij); in de buurt van; [目が] bijziend; (2) intiem; nauw; naverwant; [m.b.t. vriendschap] dik; (3) om en (na)bij; nagenoeg; zo goed als; haast; vrijwel; bijna; op het punt; grenzend aan
Tijd: 1.24 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'intiem').
2005-2026
