
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hai-suru・廢する
(廃する) t.w. (1) [王を] afzetten; onttroonen. (2) [制度など] afschaffen. (3) [法律を] intrekken; herroepen. (4) [仕事を] opheffen.
zengen・前言
zn. (1) [以前の言葉] voorafgaande woorden; wat vroeger gezegd is. (2) [豫言] voorspelling v. (3) [古人の言] oude spreuk v.; oud gezegde v. ¶ 前言を取消す zijn woorden intrekken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <intrekken>
乗り込む norikomu (1) aan boord gaan; instappen; opstappen; binnengaan; [飛行機に] (zich) embarkeren; [船に] zich inschepen; scheep gaan; (2) binnenstromen; overstelpen; binnentrekken; intrekken
入る;這入る hairu (1) binnengaan; naar binnen gaan; erin gaan; intrekken; ingaan; binnenkomen; inkomen; instappen; intreden; inlopen; inslaan; binnentreden; binnendringen; binnentrekken; [van trein;schip enz.] binnenlopen; aankomen; arriveren; (2) gaan in [het klooster enz.]; komen in; treden in; stappen in; gaan naar [de universiteit enz.]; in dienst treden bij; aan de slag gaan bij; zich begeven in; zijn intrede doen in; lid worden van; zich aansluiten bij; deelnemen aan; meedoen aan; (3) overgaan [in een toestand e.d.]; geraken in; raken in; krijgen; (4) bevatten; erin zitten; erin steken; inbegrepen zijn; vallen onder; komen onder; (5) er aan te pas komen; er bij te pas komen; (6) [van elektriciteitsnet e.d.] aangesloten zijn (op); geïnstalleerd zijn; (7) [van thee;koffie] gezet zijn; klaar zijn
取り上げる;取りあげる;採りあげる toriageru (1) opnemen; oppakken; (2) [een woord in een taal enz.] opnemen; honoreren; ingaan op; [een mening;ontslag;bezwaar enz.] aanvaarden; aannemen; [een mening enz.] opvatten; [een voorstel enz.] overnemen; [een idee enz.] adopteren; [een zaak enz.] entameren; in behandeling nemen; [een interessant punt enz.] opbrengen; aan de orde stellen; aanhangig maken; aandragen; ter tafel brengen; [fig.] aansnijden; (3) afnemen; afpakken; ontnemen; afhandig maken; [iem. iets] uit de hand slaan; [iem. van zijn bevoegdheden enz.] beroven; [een vergunning enz.] intrekken; [iem. uit de ouderlijke macht enz.] ontzetten; aanslaan; confisqueren; verbeurdverklaren; in beslag nemen; beslag leggen op; [smokkelwaar e.d.] aanhalen; [i.h.b.] onteigenen; [i.h.b.] expropriëren; [goederen] arresteren; (4) [m.b.t. kinderen] halen; geboren doen worden; ter wereld helpen
取り下げる torisageru intrekken; laten varen; afzien van; opgeven
取り消す torikesu [een contract] opzeggen; [een bekentenis;order] intrekken; [een eed;zijn woorden;bewering] herroepen; revoceren; [een opmerking] terugnemen; [op zijn verklaring enz.] terugkomen; [een belofte] inslikken; [een boeking] annuleren; afbestellen; [een belofte] terugtrekken; [een verloving] verbreken; afbreken; [jur.;m.b.t. vonnis] vernietigen; [jur.;m.b.t. wet] abrogeren; [comp.;de laatste bewerking enz.] ongedaan maken; [電話で] afbellen
回収する kaishūsuru (1) ophalen; inzamelen; terugwinnen; recupereren; herwinnen; bergen; (2) terugroepen; terugnemen; intrekken; uit de circulatie nemen; terughalen; terugtrekken
廃す haisu (1) [制度を] afschaffen; afdanken; opdoeken; (2) [君主を] afzetten; aan de kant schuiven; zetten; van de troon stoten; onttronen; (3) [jur.] [法律を] herroepen; intrekken; opheffen; annuleren; tenietdoen; vernietigen; abrogeren; (4) [習慣を] ophouden met; stoppen met; opgeven; zich ontdoen van; wegdoen; afzien van
廃する haisuru (1) [制度を] afschaffen; afdanken; opdoeken; (2) [君主を] afzetten; aan de kant schuiven; zetten; van de troon stoten; onttronen; (3) [jur.] [法律を] herroepen; intrekken; opheffen; annuleren; tenietdoen; vernietigen; abrogeren; (4) [習慣を] ophouden met; stoppen met; opgeven; zich ontdoen van; wegdoen; afzien van
廃棄する haikisuru (1) wegdoen; weggooien; zich ontdoen van; afdanken; dumpen; wegwerpen; aan kant zetten; naar de schroothoop verwijzen; op de schroothoop gooien; aan de dijk zetten; (2) afschaffen; intrekken; opzeggen; herroepen; opheffen; abrogeren; tenietdoen; nietig verklaren; vernietigen; annuleren
廃止する haishisuru afschaffen; opheffen; een eind maken aan; beëindigen; ophouden met; opdoeken; wegdoen; [法律を] intrekken; herroepen; abrogeren; tenietdoen; vernietigen; nietig verklaren; ongedaan maken; annuleren
引く hiku (1) trekken (aan); halen; [een hendel;de trekker enz.] overhalen; [naar zich] toetrekken; aanhalen; [een boog] spannen; opspannen; (2) [de aandacht] trekken; [klanten] aantrekken; [sympathie] winnen; [belangstelling] wekken; (3) [een vaartuig] jagen; slepen; [een schip] treilen; [een trekdier] geleiden; leiden; (4) citeren; aanhalen; (5) stammen uit; afstammen van; [系統を] afkomen van; spruiten uit; [i.h.b.] aarden naar; (6) [hout] zagen; [op een pottenbakkersschijf] draaien; (7) malen; vermalen; fijnmalen; (8) [een lijn;een draad] trekken; lijnen; spinnen; [een rechte] beschrijven; (9) aanhouden; rekken; (10) [gordijnen] dichttrekken; dichtdoen; (11) aanbrengen; besmeren; bedekken; bestrijken; (12) [elektriciteit] aanleggen; installeren; aansluiten; [water (door buizen enz.)] aanvoeren; [veroud.] aanleiden; (13) [een getal] aftrekken; [een bedrag] afhouden; in mindering brengen; afnemen; [iets in prijs] verlagen; afdoen; verminderen; reduceren; terugbrengen; [i.h.b.] korting geven; (14) [de troepen] terugtrekken; intrekken; [visnetten] ophalen; [de handen (van iets)] aftrekken; (15) overrijden; omrijden; omverrijden; aanrijden; (16) achteruitgaan; teruggaan; terugtrekken; afgaan (van); terugwijken; (17) zich retireren; zich terugtrekken; verlaten; [veroud.] resigneren; (18) afnemen; zakken; dalen; wijken; wegtrekken; teruglopen
撤回する tekkaisuru terugtrekken; terugnemen; herroepen; intrekken; zich distantiëren van
撤廃する teppaisuru afschaffen; opheffen; herroepen; intrekken; opdoeken
有り付く aritsuku (1) krijgen; verkrijgen; te pakken krijgen; vinden; komen aan; in de wacht slepen; (2) gewennen; gewoon worden; (3) kalmeren; bedaren; (4) zich settelen; zich vestigen; (5) intrekken; gaan inwonen; inhuwen; (6) passen; z'n draai vinden; (7) in een bep. stand; milieu geboren worden; (8) aan de kost komen; de kost verdienen; (9) houvast bieden; doen settelen; (10) doen settelen; aan een vaste betrekking helpen; een geregeld; gezapig; burgerlijk leven doen leiden
縮める chijimeru verkorten; inkorten; afkorten; korter maken; bekorten; [i.c.m. 記録を] scherper stellen; breken; [i.c.m. 刑期を] verminderen; [i.c.m. 距離を] verkleinen; [i.c.m. サイズを] reduceren; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; opkorten; [fig.] condenseren; [fig.] beknotten; [i.c.m. 首を;足を] intrekken
解除する kaijosuru (1) annuleren; ontbinden; cancelen; afgelasten; afblazen; ongedaan maken; opzeggen; herroepen; intrekken; [m.b.t. contract] vernietigen; (2) opheffen; ontslaan van; ontheffen van; vrijstellen; vrijlaten; vrijgeven; releveren
転入する tennyūsuru (1) intrekken; gaan wonen; betrekken; (2) overstappen naar een andere school
進入する shinnyūsuru (1) intrekken; binnenkomen; inkomen; binnentrekken; binnenrukken; binnenstromen; binnenmarcheren; [車で] inrijden; (2) [luchtv.] invliegen; aanvliegen; binnenvliegen; naar binnen vliegen; (3) indringen; binnendringen
Tijd: 1.58 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'intrekken').
2005-2026
