
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ōnen・往年
zn. verleden o.; vroegere jaren o.mv.
zensetsu・前說
(前説) zn. vroegere meening v.
zenpu・前夫
zn. vorige man m.; vroegere echtgenoot m.
zengen・前言
zn. (1) [以前の言葉] voorafgaande woorden; wat vroeger gezegd is. (2) [豫言] voorspelling v. (3) [古人の言] oude spreuk v.; oud gezegde v. ¶ 前言を取消す zijn woorden intrekken.
zen・前
bn. vroeger; vorig; bovenstaand. ¶ 前生涯 vorig leven. ¶ 前に vroeger; te voren. ¶ 歷史前の voor historisch. ¶ 前總理大臣 gewezen eerste minister; ex-premier. ¶ 三年前 drie jaar geleden. ¶ 前條 vorig artikel; bovenstaand artikel; voorafgaande clausule.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vroeger>
その先 sonosaki (1) verderop; (2) daarna; naderhand; (3) vroeger; tevoren; eerder
一時 ichiji (1) één uur; (2) een keer; een maal; (3) indertijd; vroeger; (4) voor een tijdje; eventjes; enige tijd; (5) tijdelijk; temporeel; voor een tijdje; pro tempore; voorlopig
一頃 hitokoro ooit; eens; ooit eens; vroeger
予て;兼ねて kanete (1) in afwachting van; in het vooruitzicht van; met het vooruitzicht op; (2) sedert; van … dagen tevoren; (3) maar gauw; snel; (4) reeds; tevoren; vooraf; bij voorbaat; (5) al een tijdje; al lang; (6) vroeger; eerder; voorheen; voordien; (7) tevens; tegelijk; tegelijkertijd; terzelfder tijd
以前 izen (1) het verleden; vroegere tijden; (2) vroeger; tevoren; eerder; (3) [na een meishi dat naar een punt in de tijd verwijst] op … of vroeger; niet later dan …; (4) [na een meishi dat naar een periode in de tijd verwijst] … geleden
以前に izenni voordien; tevoren; eerder; voorheen; vroeger; eens
以前の izenno vroeger; vorig; voormalig; voorafgaand; voorgaand; gewezen
何時か itsuka (1) [in de toekomst] op een dag; op een goede dag; een dezer dagen; vroeg of laat; (2) [in het verleden] onlangs; kort geleden; een paar dagen geleden; (3) [in het verleden] lang geleden; vroeger; in een ver verleden; (4) voor je het weet; voor je het realiseert
先の sakino (1) toekomstig; komend; aanstaand; (2) vorig; voorgaand; voorafgaand; vroeger; eerder; (3) voormalig; gewezen; ex-; oud-; (4) recent; van kort geleden; jongste
先 saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
先 sen (1) [~の] vorig; (2) voorheen; eertijds; vroeger; (3) voorbeurt; (4) [go;shōgi] het eerst moeten uitspelen; aan de voorhand zijn; zitten; (5) [ここを~と] erop of eronder; alles of niets; (a) voorst; meest vooruit; (b) voorafgaand; voorgaand; (c) het initiatief nemen; pionier; (d) vooraf; op voorhand; (e) vroeger; eerder; tevoren; (f) vorig; (g) tegenpartij
前々 zenzen (1) voorvorig …; eervorig …; eerverleden …; (2) vroeger; voorheen; weleer
前に maeni (1) voor; vooraan; ervoor; voorop; (2) tevoren; vooraf; ervoor; (3) eerder; voorheen; voordien; vroeger; eertijds; (4) op voorhand; van tevoren; vooruit; bij voorbaat
前世;先世 zense (1) vorig leven; vorig bestaan; hiervoormaals; (2) ooit; voorheen; tevoren; vroeger; eertijds
前 zen (1) vroeger; eerder; voordien; tevoren; ervoor; voordezen; (2) oud-; ex-; gewezen; voormalig; vorig; vroeger; (3) voor-; pre-; vorig; (4) [kwantor voor bureautafels;leunspanen;dientafels;mimi's e.d.]; (5) [kwantor voor shintoïstische godheden of heiligdommen]
前 mae (1) voor; voren; (2) voorkant; front; voorzijde (van een lichaam); [i.h.b.] borststuk; (3) voorstuk; voorste deel; kop; hoofd; (4) confrontatie; het onder ogen hebben; (5) [in] aanwezigheid [van]; [in het] bijzijn [van]; [in het] aanschijn [van]; [in het] aangezicht [van]; [ten] overstaan [van]; tegenover ~; tegen ~; (6) geleden; tevoren; terug; voor; voorheen; vroeger; voordien; (7) (onmiddellijk) voorafgaand (aan); voor; vorig; voormalig; voorgaand; bovenstaand; eerder; eerstgenoemd (van twee); (8) eerdere veroordeling; (9) in overeenstemming met; zoals ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前]; (10) Vrouwe ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前;suffix ter betiteling van een adellijke dame]; (11) [wordt gevoegd achter een meishi of een dōshi in de ren'yōkei;geeft een zekere portie aan]; (12) -heid [suffix dat de hoedanigheid van het grondwoord (steeds een menselijke eigenschap) benadrukt]
古く furuku vroeger; voorheen; eertijds; lang geleden; indertijd; weleer
往年 ōnen vervlogen jaren; vroegere tijden; verleden; weleer; voorheen; vroeger
往年の ōnenno voormalig; vroeger; gewezen
従前 jūzen (1) [~の] vorig; vroeger; voorgaand; voorafgaand; voormalig; (2) vroeger; voorheen; eertijds; voor dezen; voordien; tot nu toe; tot dusver
故 ko (1) oude kennis; oude bekende; (2) overleden; gestorven; afgestorven; wijlen; … zaliger; (3) gewezen; voormalig; vroeger; vorig; voorgaand; eerder; oud-; ex-
既に;已に sudeni (1) reeds; al; al eerder; onderhand; [form.] bereids; (2) tevoren; eerder; voordien; vroeger; vooraf; (3) echt; alvast; vast; wel
昔日 sekijitsu vroeger dagen; lang vervlogen dagen; de dagen van olim; vroegere tijden; oude tijd; grootvaders tijd; vroeger; verleden; oudheid
曾て;嘗て katsute (1) ooit; ooit eens; vroeger; indertijd; eertijds; voorheen; eerder; (2) [~ない] nooit
Tijd: 1.29 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'vroeger').
2005-2026
