
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
abunai・危い
(危ない) bn. (1) [危險] gevaarlijk; onveilig; gewaagd. (2) [危篤] in gevaar; kritiek. (3) [疑はしき] twijfelachtig; onzeker. (4) [信用出來ぬ] onbetrouwbaar. (5) [注意せよ] pas op! voorzichtig!
aimai・曖昧
zn. (1) [不明瞭] vaagheid v. ¶ 曖昧な vaag; onduidelijk. (2) [不確實] onzekerheid v. ¶ 疑はしい twijfelachtig; onzeker. ¶ 曖昧屋 verdacht huis.
utagawashii・疑はしい
bn. (1) [疑念] twijfelachtig; onbetrouwbaar; onzeker. (2) [嫌疑] verdacht.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <onzeker>
うろ uro onvolkomen; onzeker; twijfelachtig
うろうろ urouro (1) dralend; talmend; treuzelend; rondslenterend; (2) in verwarring; in opschudding; in consternatie; in de war (zijnde); de kluts kwijt (zijnde); (3) rusteloos; onrustig; ongedurig; zenuwachtig; onzeker; weifelend
ふらふら furafura (1) onvast; wankel; wiebelig; onstabiel; [頭が] duizelig; draaierig; (2) onzeker; weifelend; (3) onwillekeurig; onbewust; voor men 't weet; zonder nadenken; werktuiglijk
よろよろ yoroyoro wankelend; waggelend; onvast; onzeker; heen en weer zwenkend; zwaaiend; [酔っぱらいは] strompelend; zwierend; zeilend
不安 fuan (1) bezorgdheid; ongerustheid; [arch.] bekommering; [arch.] bekommernis; onrust; onbehagen; onrustigheid; verontrusting; apprehensie; beklemming; rusteloosheid; angst; bangheid; bevreesdheid; onzekerheid; dut; (2) bezorgd; ongerust; onrustig; bekommerd; verontrust; rusteloos; angstig; bang; bevreesd; onzeker
不安定な fuanteina (1) labiel; onvast; instabiel; onstabiel; onsolide; onstevig; wankel; wankelbaar; [scheepv.] rank; (2) veranderlijk; onstandvastig; onbestendig; wisselvallig; onzeker
不確か;不慥か futashika (1) onzeker; ongewis; twijfelachtig; (2) onzeker; haperend
不確かな;不慥かな futashikana (1) onzeker; ongewis; twijfelachtig; (2) onzeker; haperend
不確定の fukakuteino onbepaald; onzeker; onbeslist; niet vastgesteld; onuitgemaakt; onbestemd; non-descript
不確実な fukakujitsuna (1) onzeker; twijfelachtig; ongewis; onvast; bedenkelijk; dubieus; (2) onbestendig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wankel; onbetrouwbaar; niet te vertrouwen
危ない abunai (1) gevaarlijk; riskant; onveilig; gevaarvol; hachelijk; precair; gewaagd; periculeus; (2) bedreigd; kritiek; in gevaar; op het spel; (3) gedoemd; tot mislukking bestemd; ten dode opgeschreven; verloren; onheilspellend; dreigend; (4) onbetrouwbaar; twijfelachtig; bedenkelijk; dubieus; onzeker; (5) [足もとが] wankel; gammel; [文法が] gebrekkig; kreupel; (6) [~ところ] nippertje; (7) excentriek; vreemd; bizar; op het kantje; abnormaal; (8) Pas op!; Kijk uit!; Voorzichtig!
危なっかしい abunakkashii (1) gevaarlijk; gevaarvol; hachelijk; gewaagd; gedurfd; riskant; risky; (2) [~手付き] onzeker; bedenkelijk; twijfelachtig; dubieus
危な気 abunage gevaarlijk; onveilig; hachelijk; riskant; risky; [~手つき] onhandig; onbeholpen; onzeker; [~足取り] onvast; wankel
因循 injun (1) conservatisme; behoudzucht; (2) besluiteloosheid; geweifel; geaarzel; wankelmoedigheid; weifelachtigheid; aarzeling; weifeling; (3) conservatief; behoudzuchtig; (4) besluiteloos; wankelmoedig; weifelachtig; weifelend; aarzelend; onzeker
当たり外れのある atarihazurenoaru riskant; onzeker; onvoorspelbaar; met wisselend succes
当てにならない ateninaranai onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; ongeloofwaardig; ongewis; onzeker; veranderlijk; onvoorspelbaar; grillig; onbestendig
心細い kokorobosoi (1) bezorgd; ongerust; onzeker; (2) ontmoedigd; mismoedig; (3) eenzaam; verlaten; hulpeloos; verloren; hopeloos; (4) onttrokken; onthecht [esthetische houding bij het scheppen van dichtwerk]
心許ない kokoromotonai (1) ongerust; bezorgd; onzeker; hachelijk; bevreesd; bang; precair; (2) onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; twijfelachtig; dubieus; bedenkelijk; (3) ongeduldig; (4) onduidelijk; vaag
思い切りの悪い omoikirinowarui besluiteloos; weifelend; onzeker; weifelachtig; aarzelend; talmend; irresoluut; twijfelmoedig; wankelmoedig; weifelmoedig
怪しい ayashii (1) vreemd; mysterieus; wonderlijk; fascinerend; (2) raar; eigenaardig; bizar; zonderling; eng; griezelig; (3) verdacht; suspect; dubieus; twijfelachtig; kwestieus; (4) intiem; amoureus; (5) dreigend; onzeker; bedenkelijk; onheilspellend; (6) onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; ongeloofwaardig; [彼の英語は] niet zo goed; gebrekkig; (7) ongewoon; zeldzaam; (8) schamel; pover; (9) onbehoorlijk; onfatsoenlijk; ongepast; (10) onaanzienlijk; ordinair; gering
怪し気 ayashige (1) verdacht; dubieus; bedenkelijk; louche; suspect; onbetrouwbaar; fishy; twijfelachtig; kwestieus; met een luchtje aan; (2) vreemd; raar; eigenaardig; zonderling; (3) onzeker; onvast; gebrekkig
物騒;物忩;物怱 bussō onveilig; gevaarlijk; gevaarvol; onzeker; onheilspellend; onrustbarend; benard; onrustig; omineus; dreigend; sinister; unheimisch
疑わしい utagawashii onzeker; verdacht; twijfelachtig; bedenkelijk; dubieus; betwistbaar; aanvechtbaar
色めく iromeku (1) bont kleuren; kleurenpracht vertonen; kleurrijke tinten aannemen; (2) opleven; opfleuren; geanimeerd; opgewonden raken; enthousiast worden; in beroering raken; (3) defaitistisch worden; onzeker; onrustig; zenuwachtig worden; (4) er wellustig uitzien; sensueel worden
落ち着かない ochitsukanai (1) onstabiel; onrustig; onzeker; verward; verwarrend; (2) niet op z'n gemak; opgelaten; zenuwachtig; nerveus; (3) opgewonden; in de war
覚束ない obotsukanai (1) onzeker; twijfelachtig; bedenkelijk; (2) onzalig; heilloos; (3) wankel; onvast; aarzelend; (4) vaag; onduidelijk; wazig
言いにくそうに iinikusouni aarzelend; schromend; onzeker; hortend
訝しい ibukashii (1) verdacht; bedenkelijk; wantrouwig; achterdochtig; argwanend; (2) geïntrigeerd; benieuwd; (3) bezorgd; ongerust; verontrust; onzeker
Tijd: 1.1 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'onzeker').
2005-2026
