
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
hana・花
zn. (1) [植物の] bloem v.; bloesem v. (2) [骨牌] speelkaarten v.mv. (3) [祝儀] fooi v.; gratificatie v. (4) [精華] bloem v.; de trots v.; de keur v. ¶ 花が咲く bloeien; bloesems dragen. ¶ 花を摘む bloemen plukken. ¶ 花を手折る bloem afplukken; een vrouw bezitten (女を). ¶ 花を引く kaart spelen. ¶ 軍隊中の花 keur der troepen. ¶ 國民の花 de bloem van de natie. ¶ 花を咲かす furore maken; opgang maken. ¶ 言はぬが花 het is beter er niet over te spreken. ¶ 花ある言葉 bloemrijke taal.
tsumitoru・摘取る
(摘み取る) t.w. plukken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <plukken>
ふんだくる fundakuru (1) wegrukken; weggrijpen; wegpakken; ontrukken; afpakken; grissen; grijpen; pakken; gappen; vlug nemen; graaien; wegkapen; wegpikken; snaaien; ontnemen; ervandoor gaan met; (2) afzetten; iem. te veel berekenen; rekenen; iem. overdreven veel laten betalen; [gew.] het vel afstropen; scheren; plukken; pluimen; snijden; aderlaten; uitpersen; uitknijpen; uitschudden; het vel over de oren halen; trekken
ぼる boru te veel laten betalen; te veel vragen; overvragen; afzetten; flessen; plukken; uitzuigen
収穫する shūkakusuru oogsten; binnenhalen; inzamelen; inhalen; plukken
引き千切る hikichigiru afrukken; afscheuren; aftrekken; uitscheuren; uitrukken; uittrekken; verscheuren; [花を] plukken
折り取る oritoru afbreken; plukken
折る oru (1) breken; afbreken; plukken; afknappen; (2) vouwen; plooien; (3) omslaan; omvouwen
捕る;獲る;穫る toru (1) [zijn prooi] vangen; verschalken; buitmaken; te pakken krijgen; (2) oogsten; inhalen; [vruchten] plukken; inzamelen
採取する saishusuru vergaren; verzamelen; plukken; oogsten; binnenhalen; [血液を] inzamelen; [大豆から豆油を] winnen
摘む tsumu plukken; afplukken; trekken; oogsten; lezen; [gew.] afdoen; [gew.] plokken; [gew.] roppen; [gew.] tinsen
毟しる mushiru plukken; trekken; [veroud.] pullen; [gew.] pluisteren; [gew.] tinsen
狩る karu (1) jagen op; bejagen; jacht maken op; schieten; (2) verzamelen; plukken
絞る;搾る shiboru (1) persen; pijnen; pressen; uitpersen; uitknijpen; wringen; uitwringen; [牛乳;乳を] melken; [涙を] trekken; (2) inspannen; forceren; [智恵を] afpijnigen; pijnigen; [弓を] opspannen; spannen; [従業員を] zwaar drillen; zwaar trainen; (3) afdwingen; afzetten; afpersen; uitzuigen; knevelen; plukken; uitbuiten; exploiteren; (4) berispen; een uitbrander; schrobbering; standje geven; onder handen nemen; ernstig onderhouden; duchtig doorhalen; flink aanpakken; ervan langs geven; uitfoeteren; scherp terechtwijzen; [uitdr.] de mantel uitvegen; [uitdr.] de oren wassen; [uitdr.] het vuur na aan de schenen leggen; [uitdr.] door de wringer halen; (5) (alleen 絞る) samentrekken; dichtrijgen; [レンズを] sluiten; diafragmeren; (6) (alleen 絞る) lager; zachter zetten; minderen; verminderen; reduceren; doen afnemen; [エンジンを] smoren; knijpen; (7) (alleen 絞る) beperken; limiteren; terugbrengen; verengen; verfijnen; (8) (alleen 絞る) [sumō-jargon] in bedwang houden; eronder houden; inklemmen; zijn bewegingsvrijheid ontnemen
羽を毟しる haneomushiru de veren uittrekken; plukken; [Belg.N.] pluimen; [gew.] pluisteren
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'plukken').
2005-2026
