日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘rusteloos’
日蘭辭典 (trefwoord)
yasumi休み
zn. rust v.; vacantie v.; vrijaf o.; (中休み) pauze v.; rustpoos v. ¶ 休なき rusteloos; zonder ophouden. ¶ 休場所 rustplaats.
ukaukaうかうか

bw. rusteloos; verstrooid. ¶ うかうかする niet opletten; onachtzaam zijn; suffen; verstrooid zijn; aan de fuif zijn (浮れる).

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rusteloos>
うかうか ukauka (1) onoplettend; onachtzaam; achteloos; zorgeloos; gedachteloos; verstrooid; (2) onrustig; rusteloos; (3) nietsdoend; passief; werkeloos
うろうろ urouro (1) dralend; talmend; treuzelend; rondslenterend; (2) in verwarring; in opschudding; in consternatie; in de war (zijnde); de kluts kwijt (zijnde); (3) rusteloos; onrustig; ongedurig; zenuwachtig; onzeker; weifelend
こせこせした kosekoseshita (1) onrustig; zenuwachtig; druk; ongedurig; rusteloos; (2) precies; meticuleus; stipt; punctueel; pietepeuterig; (3) moeilijk; kieskeurig; pietluttig; overdreven; kleingeestig; kleinzielig; bekrompen
ちょこちょこ chokochoko (1) vaak; dikwijls; veelvuldig; (2) rusteloos; bedrijvig; druk; jachtig; (3) met kleine snelle stapjes; met vlugge pasjes; trippelend; waggelend; (4) in een handomdraai; heel snel; in een mum van tijd; in no time
ちょこまか chokomaka (1) [~と] rusteloos; ongedurig; jachtig; hektisch; druk; voortdurend in beweging; (2) [~と] trippelend
ふわっ fuwa (1) [~とした] zeer luchtig; fluffy; donzig; (2) [~と] luchtig drijvend; vederlicht; (3) [~と] rusteloos; niet op z'n gemak; druk; onontspannen
上々 uwauwa opgewonden; onrustig; zenuwachtig; rusteloos
不安 fuan (1) bezorgdheid; ongerustheid; [arch.] bekommering; [arch.] bekommernis; onrust; onbehagen; onrustigheid; verontrusting; apprehensie; beklemming; rusteloosheid; angst; bangheid; bevreesdheid; onzekerheid; dut; (2) bezorgd; ongerust; onrustig; bekommerd; verontrust; rusteloos; angstig; bang; bevreesd; onzeker
不穏 fuon (1) verontrustend; onrustbarend; zorgwekkend; zorgbarend; alarmerend; beangstigend; schrikbarend; zorgelijk; (2) dreigend; onstabiel; rusteloos; onrustig
不穏な fuonna (1) verontrustend; onrustbarend; zorgwekkend; zorgbarend; alarmerend; beangstigend; schrikbarend; zorgelijk; (2) dreigend; onstabiel; rusteloos; onrustig
動揺する dōyōsuru (1) schokken; horten; stoten; hobbelen; denderen; [m.b.t. schip] rollen; deinen; slingeren; schommelen; heen en weer; op en neer bewegen; wiebelen; beven; stampen; schudden; oscilleren; [niet alg.] daveren; (2) schommelen; fluctueren; (3) weifelen; dubben; wankelen; [fig.] walen; aarzelen; heen en weer geslingerd worden; in dubio staan; (4) huiveren; in beroering zijn; geagiteerd; woelig; roerig zijn; geschokt zijn; onrustig; rusteloos; ongerust; verontrust zijn; ontsteld; in de war; van streek; ontdaan; van de kook; van de wijs; uit z'n doen zijn
忙しない sewashinai (1) druk; drukbezet; bezig; bedrijvig; werkzaam; geoccupeerd; (2) onrustig; rusteloos; ongedurig; woelig
落ち着きのない ochitsukinonai (1) rusteloos; onrustig; nerveus; zenuwachtig; gejaagd; woelig; ongedurig; druk; (2) veranderlijk; onbestendig; wispelturig; grillig; wuft
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'rusteloos'). 
2005-2026