
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
donaru・怒鳴る
arankagiri・有らん限り
bw. zooveel mogelijk; bn. uiterst. ¶ 有らん限りの uiterst. ¶ 有らん限りの聲を揚げる uit alle macht schreeuwen. ¶ 有らん限りの力を出す zijn uiterste best doen.
zekkyō・絕叫
zn. uitroep m. ¶ 絕叫する uitroepen; schreeuwen.
yajiru・彌次る
(弥次る) i.w. lawaai schoppen; schreeuwen; joelen. ¶ 彌次り倒される niet kunnen doorspreken door het lawaai van de schreeuwers.
wameki・喚
zn. gil m.; geschreeuw m.; kreet m. ¶ 喚く gillen; schreeuwen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schreeuwen>
があがあ鳴く gāgānaku [鵞鳥が] gaggelen; snateren; [蛙;アヒルが] kwaken; [カモメが] kliauwen; schreeuwen
一喝する ikkatsusuru een brul geven; afblaffen; snauwen; tieren; schreeuwen; uitvaren
叫く wameku gillen; schreeuwen; roepen; brullen; gillen; krijsen; krijten; tieren; balken
叫ぶ sakebu (1) roepen; schreeuwen; uitroepen; uitschreeuwen; joelen; gillen; krijsen; brullen; balken; (2) protesteren (tegen); aandringen (op); oproepen tot
吠える;吼える;咆える hoeru (1) blaffen; aanblaffen; bassen; bauwen; blekken; [m.b.t. leeuw e.d.] brullen; briesen; [m.b.t. wolf e.d.] huilen; [m.b.t. rundvee e.d.] bulken; aanslaan [van jachthond bv.]; [jachtt.] hals geven; (2) [m.b.t. mens als onderwerp] gillen; brullen; bulderen; schreeuwen; joelen; (3) [m.b.t. wind e.d.] huilen; gieren; razen; loeien
唱える tonaeru (1) reciteren; declameren; opzeggen; herhalen; scanderen; roepen; schreeuwen; (2) bepleiten; verdedigen; voorstaan; (3) naar voren brengen; aanvoeren; te berde brengen; opperen
怒鳴る donaru (1) schreeuwen; roepen; uitroepen; brullen; joelen; (2) bulderen; tieren; razen; donderen; tekeergaan; uitvaren; opspelen
Tijd: 1.52 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'schreeuwen').
2005-2026
