
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <shita>
した shita [attributieve bindvorm (tussen twee naamwoorden)]
下 shita (1) [adv.;loc.] beneden; [adv.;loc.] omlaag; [adv.;loc.] neer; [loc.] onder (aan); [m.b.t. trap enz.] voet; (2) [m.b.t. leeftijd] jonger (dan); [m.b.t. studiejaren] lager; beneden [de achttien jaar enz.]; (3) [attr.] ondergeschikte; [attr.] lagergeplaatste; [attr.] mindere; [i.h.b.] basis; [i.h.b.] achterban; (4) [abl.] meteen (toen); (5) voorbereidend ~; voorafgaand ~; preliminair; voor-
舌 shita (1) tong; [Barg.;kindert.] lap; (2) tongvormig iets; [鐘の] klepel; bengel; (3) [fig.] tong; spraak; (4) [fig.] tong; smaak; (5) [muz.] tong; riet
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'shita').
2005-2026
