
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yaritōsu・遣通す
yaritsuzukeru・遣續ける
(遣り続ける) i.w. doorgaan met; t.w. voortzetten.
tsuzukeru・續ける
(続ける) t.w. voortzetten; volhouden; i.w. voortgaan met; doorgaan met. ¶ 續けて voortdurend; zonder ophouden; achtereenvolgens. ¶ 續け樣に voortdurend; al maar door; aan één stuk door.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shikata ga nai・仕方がない
(uitdr.) niet anders kunnen dan…; het is onvermijdelijk dat…; niet kunnen verdragen dat…; niets aan kunnen doen dat…. NB Na de attributieve vorm (連体形) van een werkwoord volgt steevast より yori. ¶ 仕方がないよ。 Shikata ga nai yo. We hebben geen keus.; Er valt niets aan te doen.; Niks aan te doen. (TTC) ¶ 今日は月曜日なのに、日曜日のような気がして仕方がない。 Kyō wa getsuyōbi na no ni, nichiyōbi no you na ki ga shite shikata ga nai. Hoewel het maandag is kan ik het gevoel dat het zondag is maar niet kwijtraken. (TTC) ¶ 彼を待つより仕方がない。 Kare wo matsu yori shikata ga nai. We kunnen alleen maar op hem wachten. 彼はやめるほか仕方がない。 Kare wa yameru hoka shikata ga nai. Hij had geen nadere keuze dan af te treden. (TTC) ¶ 彼の計画に同意するよりほかに仕方がない。 Kare no keikaku wo dōisuru yori haka ni shikata ga nai. We hebben geen andere keuze dan in te stemmen met zijn plan. (TTC) ¶ 私たちはこのままやっていくより仕方がない。 Watachitachi wa kono mama yatte iku yori shikata ga nai. We kunnen alleen maar (op gelijke wijze) doorgaan. (TTC) ¶ 行くより他に仕方がない。 Iku yori hoka ni shikata ga nai. We hebben geen andere keus dan te gaan.; We moeten wel gaan. そんなに健康のことを心配しても仕方がない。 Sonna ni kenkō no koto wo shinpaishite mo shikata ga nai. Het heeft geen zin je zoveel zorgen te maken over je gezondheid. (TTC) ¶ 彼女はうれしくてうれしくて仕方がない。Kanojo wa ureshikute ureshikute shikata ga nai. Ze was dolblij. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <doorgaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
継続する keizokusuru (1) voortzetten; verderzetten (van een handeling of een werkzaamheid); vervolgen; verdergaan met iets; verderdoen met iets; (2) voortduren (van een toestand; een situatie; etc.); duren; aanhouden; blijven duren; doorgaan; continueren
続く tsuzuku (1) aanhouden; (blijven) duren; aanlopen; voortduren; zich voortzetten; continueren; (in stand) blijven; vervolgd worden; voortgaan; doorgaan; aan de gang zijn; gaande zijn; verder gaan; [i.h.b.] zich uitstrekken; [m.b.t. series e.d.] lopen; (2) elkaar opvolgen; volgen (op); nagaan; de volgende zijn; komen na; aansluiten op; vervolgens plaatsvinden; succederen; opeenvolgen; (3) [m.b.t. (water)wegen;ruimten enz.] leiden (naar); uitkomen (op); lopen; (4) wordt vervolgd; ===== Flexie =====; {| border="1" ; | Grondvorm || Stam || MZK || RYK || SSK || RTK || KTK || MRK || Flexie; |-; | 続く; | つづ || か ; こ || き ; い || く || く || け || け || godan; |}
行われる okonawareru (1) gedaan worden; uitgevoerd worden; toegepast worden; verricht worden; geschieden; ten uitvoer gebracht worden; tot uitvoering gebracht worden; gevoerd worden; geleverd worden; (2) plaatsvinden; plaatshebben; plaatsgrijpen; niet achterwege blijven; gehouden worden; doorgaan; (3) gangbaar zijn; veel voorkomen; courant zijn; in zwang zijn; gehuldigd worden; heersen; gelden; de ronde doen; (4) gehanteerd worden; gebruikt worden
通る;徹る;透る tooru (1) passeren; erdoorheen geraken; erdoor raken; erdoor(heen) komen; erdoor(heen) gaan; erdoor(heen) dringen; doorbreken; doordringen; doorgaan; doorkomen; doortrekken; doorsteken; doorlopen; lopen over; [lit.t.] doorvaren; penetreren; [m.b.t. stem] dragen; [m.b.t. schoorsteen] trekken; (2) passeren; gaan via; voorbijtrekken; langskomen; langsgaan; langslopen; langstrekken; voorbijgaan; voorbijkomen; voorbijlopen; voorbijstromen; circuleren; (3) doorgaan voor; passeren voor; gangbaar zijn; bekend staan (als; onder de naam van enz.); gelden als; (4) door de beugel kunnen; slagen; [m.b.t. wetsvoorstel] aangenomen worden; aanvaard worden; aanvaardbaar zijn; steek houden
進む susumu (1) vooruitgaan; vooruitkomen; vorderen; zich voortbewegen; voortgaan; doorgaan; doorlopen; koers zetten (naar); stevenen (naar); aantrekken (op); zich begeven naar; voortschrijden; voorwaarts gaan; oprukken; [mil.] avanceren; (2) vooruitgang boeken; tonen; vorderingen maken; opschieten; vlotten; (goede) voortgang hebben; zich voortzetten; [vlot;goed enz.] verlopen; een [vlot;goed;stroef enz.] verloop hebben; (3) [ている] gevorderd zijn; [ている] geavanceerd zijn; [ている] zijn tijd vooruit zijn; (4) in een hogere klas komen; naar een hogere klas gaan,; overgaan; promoveren (naar); overstappen; promotie maken; bevorderd worden; (in rang) opklimmen; vooruitkomen; (5) zich ontwikkelen; zich doorzetten; erop vooruitgaan; verder gaan; op een hoger plan komen; (6) [m.b.t. klok] voorlopen; voorgaan; te snel lopen
頑張る ganbaru doorzetten; volhouden; standhouden; volharden; zich taai houden; zich niet laten kennen; doorgaan; 'm opzetten; z'n best doen; ertegenaan gaan; zich inspannen; zich weren
Tijd: 1.99 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'doorgaan').
2005-2026
