日蘭辭典+

46 resultaten voor ‘staan’
日蘭辭典 (trefwoord)
atto suruあっとする
i.w. verbaasd staan; verstomd zijn.
ji-suru持する
t.w. houden; handhaven; in acht nemen. ¶ 固く持する pal staan. ¶ 五戒を持する de vijf geboden in acht nemen.
akarisaki明り先
zn. licht o. ¶ 明り先きに立つ in het licht staan.
akireru呆れる
akke呆氣
(呆気) zn. verbazing v. ¶ 呆氣に取られる verstomd staan; verbluft staan; paf staan; staan te kijken alsof men het in Keulen hoort donderen.
hedateru隔てる
t.w. afscheiden; op een afstand houden; vervreemden. ¶ を隔てて聞く aan den anderen kant van de muur luisteren. ¶ 尺づつ隔ててが立って居る de palen staan drie voet van elkaar.
sakadatsu逆立つ
i.w. overeind gaan staan. ¶ が逆立った de haren rezen te berge.
shita

zn. tong v.; klepel (鐘等の) m. ¶ を揮ふ veel praten. ¶ 出す de tong uitsteken. ¶ よく廻るだね wat kun je kletsen! ¶ を捲かせる verstomd doen staan. ¶ を捲く verstomd staan; met stomheid geslagen zijn.

kōtsū交通

zn. (1) [交際] omgang m.; verkeer o. (2) [通信] correspondentie v. (3) [通商] handel m.; handelsverkeer o. ¶ 交通の便 verkeersmiddelen; verbinding. ¶ 交通貿易 handel en verkeer. ¶ 交通遮斷 verbod van verkeer; quarantaine (船の). ¶ 交通する omgang hebben; verkeeren; in verbinding staan. ¶ 交通部 ministerie van verkeerswezen. ¶ 交通兵 communicatietroepen. ¶ 交通人員 aantal reizigers. ¶ 交通巡査 verkeersagent.

koyubi小指

zn. pink m.; liefje (情婦) o. ¶ 小指にもあたらぬ hij kan niet in zijn schaduw staan.

kozetsu孤絶

zn. isolement o. ¶ 孤絶する alleen staan; zich geïsoleerd houden; zich afzonderen.

kyōgaku驚愕

zn. verbazing v.; ontzetting v.; ontsteltenis v.; schrik m. ¶ 驚愕する verbaasd zijn; ontsteld zijn; verstomd staan.

zokusuru屬する

(属する) i.w. behooren tot; vallen onder; ondergeschikt zijn aan; t.w. belasten met; opdragen; toevertrouwen. ¶ 我に屬する權利 mijne bevoegdheid. ¶ 英國に屬して居る onder Engelsch bewind staan. ¶ 望を屬する veel verwachting hebben van; vertrouwen stellen in.

yobitomeru呼止める

t.w. toeroepen om stil te staan.

yo

zn. (1) [世間] wereld v. (2) [時代] tijdperk o.; tijd m.; eeuw v. (3) [生涯] leven o. (4) [公衆] het publiek o. ¶ 此世 deze aardsche wereld. ¶ あの世 het hiernamaals. ¶ 世を渡る vooruitkomen in de wereld. ¶ 世に厭ふ levensmoede zijn. ¶ 世に知られぬ onbekend. ¶ 世に後れる bij zijn tijd ten achter zijn; niet met den tijd meegaan. ¶ 世を早くする jong sterven. ¶ 世が惡い de tijden zijn slecht. ¶ 德川の世に onder de regeering der Tokugawa's. ¶ 世を驚かす de wereld verstomd doen staan. ¶ 世に合ふ in de smaak vallen van het publiek.

yakeru燒ける

(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.

wagata輪形

zn. kring m.; cirkel m. ¶ 輪形に竝ぶ in een kring gaan staan.

uzumeru埋める

t.w. begraven; opvullen. ¶ 彼の事で今日の新聞は二段埋めてある de krant van vandaag staan twee kolommen vol over hem.

utsuru映る

i.w. (1) [投影] beeld geven; weerspiegelen; zich afteekenen. (2) [調和する] harmonieeren; goed passen bij; goed staan. ¶ 月が水に映つてゐる de maan weerspiegelt zich in het water. ¶ 人の影が障子に映つてゐる men ziet een menschelijke schaduw op de schuifdeur. ¶ 寫眞はよく寫つてゐる het is een goede fotografie.

utoi疎い

bn. vervreemd; niet bekend; onbekend. ¶ 世事に疎い vreemd staan tegenover wereldsche dingen. ¶ 音信も次第に疎くなつた de correspondentie is geleidelijk verslapt. ¶ 去る者は日々に疎し uit het oog, uit het hart.

ukenin請人

zn. borg m. ¶ 請人になる borg staan; zich borg stellen. ¶ 請人を立てる een borg aanwijzen.

tsuttatsu突立つ

(突立つ) i.w. rechtop staan; plotseling opstaan; opspringen. ¶ 彼の髮の毛は突立つて居る zijn haren staan steil overeind.

tsuriai釣合

(釣り合い) zn. evenwicht o.; balans v. ¶ 釣合のよい evenwichtig; goed gebalanceerd. ¶ 安定釣合 stabiel evenwicht. ¶ 不安定釣合 labiel evenwicht. ¶ 釣合惡しき onevenwichtig; slecht geproportionneerd. ¶ 釣合ふ tegen elkaar opwegen (平均する); in evenwicht zijn (均等を保つ); (恰好よし) in goede verhouding staan; overeenstemmen; goed passen bij elkaar; (對當する) zich met elkaar kunnen meten; aan elkaar gewaagd zijn.

tsuranaru連る

(連なる) i.w. (1) [連續] zich verbinden; zich vereenigen; band vormen; zich aansluiten. (2) [整列] in een rij staan; rij vormen. (3) [參列] bijwonen; tegenwoordig zijn. (4) [關係] in verband staan; in relatie staan; verbonden zijn aan. ¶ 連った onafgebroken; aaneengestoten.

tsunagari繫がり

zn. relatie v. ¶ 繫がる op de voeten volgen (續く); (結ばる) verbonden zijn; vastzitten aan; hangen aan; (關聯する) in relatie staan met; in betrekking staan tot.

tsumadatsu爪立つ

i.w. op de teenen staan.

tsukuru作る

t.w. (1) [製作] maken; vervaardigen. (2) [構成] vormen. (3) [建設] bouwen. (4) [耕作] bebouwen; bewerken. (5) [培養] verbouwen; telen. ¶ 木で造る van hout maken. ¶ 酒を造る arak stoken; sake brouwen. ¶ 野菜を作る groenten kweeken. ¶ 財產を作る fortuin maken; rijk worden. ¶ 顏を作る toilet maken; zich werven en poeieren. ¶ 列を作る een rij vormen; in ’t gelid gaan staan. ¶ 家庭を作る huishouden opzetten. ¶ 罪を作る zonde begaan.

tsukitatsu突立つ

(突き立つ) i.w. blijven steken; blijven staan; rechtop staan.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

SUPPLEMENT (trefwoord)
pittariぴったり
(1) zonder tussenruimte; strak; nauw; naadloos; hermetisch. ¶ 全部ぴったり閉まってたのにどうやってそのに入ったんだろうMado wa zenbu pittari shimatte ta no ni, dō yatte sono neko wa ie no naka ni haittan darō. Dat ondanks dat alle ramen potdicht waren die kat toch is binnengekomen. Ik vraag me af hoe. ¶ はぴったりしたジーンズが好きですWatashi wa pittarishita jīnzu ga suki desu. Ik houd van strakke spijkerbroeken. (yamasv) (2) precies; exact. ¶ 2つの指紋がぴったり一致した。つまりが殺人犯だ。 Futatsu no simon ga pittari itchishita. Tsumari kare ga satsujinhan da. De twee vingerafdrukken zijn een exacte match. Dat betekent dat hij de moordenaar is. ¶ 日本電車いつもぴったりの時間来るNihon no densha wa itsu mo pittari no jikan ni kuru. Treinen in Japan zijn altijd precies op tijd. (yamasv) (3) past; past goed bij; geschikt [voor, om]. ¶ この料理はこのワインにぴったりだ。 Kono Ryōri wa kono wain ni pittari da. Dit gerecht past goed bij deze wijn. ¶ 温泉はリラックスするのにぴったりの場所だ。 Onsen wa rirakkususuru no ni pittari no basho da. Hete (natuur)baden zijn heel geschikte plaatsen om te ontspannen. (yamasv) ¶ その帽子彼女にぴったりだ。 Sono bōshi wa kanojo ni pittari da. Die hoed [muts, pet] staat haar precies goed. ¶ ぴったり合うどうか、この新調のを着てみなさいPittari au ka dō ka, kono shinchō no fuku wo kite minasai. Probeer eens of dit nieuwe pak goed past. (TTC) (4) opeens; plotsklaps (stoppen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <staan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ごわす gowasu (1) [hoff. variant van aru] zijn; zich bevinden; bestaan; hebben; liggen; gelegen zijn; staan; (2) [hoff. variant van aru] zijn
ごんす gonsu (1) [hon. variant van kuru] komen; (2) [hon. variant van iru] zijn; zich bevinden; bestaan; (3) [hoff. variant van aru] zijn; zich bevinden; bestaan; hebben; liggen; gelegen zijn; staan; (4) [hoff. variant van aru] zijn
似う soguu passen; harmoniëren; staan; matchen; overeenkomen; overeenstemmen; kloppen; stroken; gepast zijn; passend zijn
似合う niau passen; betamen; voegen; sieren; [着物が] (goed) staan; (goed) zitten; (goed) kleden; [場合に] geschikt zijn; passend zijn; voegzaam zijn
受ける ukeru (1) ontvangen; krijgen; verkrijgen; verwerven; (2) aanvaarden; aannemen; accepteren; nemen; (3) pakken; tegenhouden; [een bal] vangen; [een slag] pareren; afwenden; (4) [de telefoon] opnemen; beantwoorden; gehoor geven bij het telefoneren; (5) ondergaan; meemaken; ervaren; [誘惑を] op de proef gesteld worden; [試験を] afleggen; [洗礼を] gedoopt worden; (6) [een verlies] lijden; [een verwonding] oplopen; [een belediging] incasseren; moeten verduren; blootgesteld worden aan; onderworpen worden aan; (7) [lessen] nemen; [een opleiding] volgen; genieten; (8) geloven; geloof hechten aan; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; (9) staan; gelegen zijn tegenover; uitzicht geven op; gericht zijn naar [een windstreek;ander referentiepunt]; (10) erven; overerven; [eigenschappen] van zijn (voor)ouders meekrijgen; (11) populair worden; aan populariteit winnen; in de smaak vallen; tot de verbeelding spreken; in trek raken; geliefd worden; in zwang raken; aanslaan
名乗り出る nanorideru zich aanmelden; zich opgeven; zich voorstellen; zich aandienen; [犯人が] zich aangeven; [pol.] zich kandidaat stellen; kandidaat zijn; staan; [Belg.N.] opkomen
対する taisuru (1) staan; liggen tegenover; uitzien op; uitkijken op; zich gesteld; geplaatst zien voor; zich in tegenwoordigheid bevinden van; bejegenen; omgaan met; [m.b.t. klanten] bedienen; [i.h.b. meetk.] onderspannen; (2) daartegenover; daarentegen; vergeleken met; [i.h.b.] in tegenstelling tot; (3) jegens; tegen; tegenover; ten aanzien van; naar (~ toe); voor; tot; (4) het opnemen tegen; tegenstreven
居る iru (1) zijn; zich bevinden; bestaan; staan; liggen; (2) wonen; verblijven; leven; resideren; zetelen; (3) aanwezig zijn; present zijn; tegenwoordig zijn; in de buurt zijn; thuis zijn; (4) [m.b.t. bloedverwanten;bv. broers of zusters] hebben; (5) [m.b.t. dieren] leven; voorkomen; aangetroffen worden [in een bepaalde habitat]
御座る gozaru (1) [honoratieve variant van iru] zijn; zich bevinden; bestaan; (2) [honoratieve variant van aru] zijn; zich bevinden; bestaan; hebben; liggen; gelegen zijn; staan; (3) [honoratieve variant van iku en kuru] gaan; komen; zich begeven; (4) [hoffelijkheidsvariant van aru] zijn; hebben; (5) gaan houden van; verliefd worden; (6) bederven; slecht worden; rotten; (7) [腹が~] honger krijgen; trek krijgen; (8) [hoffelijkheidsvariant van aru;iru] zijn; hebben
控える hikaeru (1) paraat zitten; staan; ter beschikking staan; (2) zich gedeisd houden; op de achtergrond blijven; terughoudend zijn; zich bescheiden opstellen; zich inhouden; gematigd zijn; zich matigen; (3) vlakbij zijn; (4) ophanden zijn; binnenkort gaan gebeuren; imminent zijn; op komst zijn; (5) halt houden; (6) tegenhouden; inhouden; terughouden; weerhouden; ophouden; binnen de perken houden; matig zijn in; (7) beletten; zich onthouden van; afzien van; zich weerhouden van; (8) terugtrekken; (9) in z'n nabijheid hebben; in de buurt hebben; (10) binnenkort te verwachten hebben; (11) opschrijven; neerschrijven; noteren; optekenen; (12) [scheepv.] linksom roeien; (13) trekken
相応する souousuru (1) passen; betamen; behoren; geschikt zijn (voor); staan; voegen; (2) overeenkomen met; corresponderen met; beantwoorden aan
腕が鳴る udeganaru staan; zitten te popelen om z'n kunde te demonstreren
辟易する hekiekisuru (1) terugdeinzen; achteruitdeinzen; deinzen; terugschrikken; terugwijken; ineenkrimpen; versagen; zich uit het veld laten slaan; zich laten ontmoedigen; (2) beduusd zijn; staan; perplex staan; verbluft zijn; van zijn stuk zijn; (3) te veel vinden; het moeilijk hebben met; er niet tegenop kunnen; genoeg hebben van; niet kunnen verdragen; z'n bekomst hebben van; de buik vol hebben
邪魔する jamasuru (1) storen; voor de voeten lopen; in de weg lopen; staan; [form.] impediëren; belemmeren; hinderen; [moeilijkheden] in de weg leggen; dwarsbomen; doorkruisen; tegenwerken; dwarszitten; iem. de voet dwars zetten; in iems. vaarwater komen; obstrueren; verstoren; ophouden; lastig vallen; bemoeilijken; beslag leggen op; [m.b.t. gesprek] onderbreken; in de rede vallen; interrumperen; (2) bezoek brengen; bezoeken; een bezoek afleggen; op bezoek; visite komen; op bezoek; visite gaan; opzoeken; langsgaan bij; langskomen; langslopen bij
閉口する heikousuru (1) geen raad weten met; beduusd zijn; staan; perplex staan; verbluft zijn; verlegen zitten met; niet weten wat te doen; niets weten te zeggen; met stomheid geslagen zijn; niet terug hebben van; geen repliek weten op; ten einde raad zijn; het niet meer weten; er niet tegenop kunnen; (2) zich ergeren over; omhoogzitten met; in ongelegenheid zijn; [Belg.N.] verveeld zitten met
面する mensuru (1) uitzien op; uitkijken op; staan; liggen tegenover; uitzicht hebben op; [Belg.N.] uitgeven op; (2) onder ogen zien; tegemoet treden; zich gesteld zien; het hoofd bieden aan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.65 sec. jiten.nl: 30 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'staan'). 
2005-2026