日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘tong’
日蘭辭典 (trefwoord)
shita

zn. tong v.; klepel (鐘等の) m. ¶ を揮ふ veel praten. ¶ 出す de tong uitsteken. ¶ よく廻るだね wat kun je kletsen! ¶ を捲かせる verstomd doen staan. ¶ を捲く verstomd staan; met stomheid geslagen zijn.

ushi
zn. rund o.; koe (牝) v.; stier (牡) m.; os (去勢せる牛) m.; kalf (犢) o. ¶ 牛の舌 ossetong. ¶ 牛の尾肉 ossestaart. ¶ 牛は牛づれづれ soort zoekt soort.
perori toぺろりと

bw. ¶ ぺろりと出す tong uitsteken. ¶ ぺろりと平らげる achter elkaar opeten.

zettai舌苔

zn. beslagen tong v.

zettan舌端

zn. punt van de tong.

zeppō舌鋒

zn. scherpe tong v.

tsutsushimu愼む

(慎む) i.w. (1) [謙遜] bescheiden zijn. (2) [用心深い] voorzichtig zijn. (3) [抑制] zich weten te beheerschen. ¶ 將來を愼む bedachtzaam zijn voor de toekomst. ¶ 口を謹む zijn tong bedwingen. ¶ 謹んで eerbiedig; bescheiden; in alle nederigheid. ¶ 謹んで申す eerbiedig opmerken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tong>
べろ bero (1) [anat.] tong; (2) [fig.] wat op een tong lijkt
タン tan [cul.] tong
リード rīdo (1) leiding; het leiden; (2) [sportt.] leiding; voorsprong; aanvoerderschap; koppositie; (3) [honkb.] afstandswinst; meter die de honkloper van z'n honk afstaat; (4) [journal.] lead; korte samenvatting van het voorafgaande; (5) [elektr.] voedingsdraad; voedingslijn; voedingsleiding; invoerdraad; (6) spoed; steek; afstand tussen twee opeenvolgende windingen; (7) [muz.] riet; tong; (8) [muz.] lied; (9) Reid; Thomas [Schots wijsgeer en ethicus;1710-1796]; (10) Read; sir Herbert [Engels dichter en criticus;1893-1968]
ushi (1) rund; koe; Bos taurus; (2) [cul.] rundvlees; [Sur.N.] koe; (3) kunstpenis; dildo; (4) runner voor een bordeel; klantenlokker; [Barg.] brenger; (5) [Edo-gesch.;Shimoda 下田 (prov. Izu 伊豆)-dialect] prostituee; (6) [Jap.cul.] gyūhi [= traditionele lekkernij;bereid van rijstbloem;suiker en smaakstoffen]; (7) [楊弓;大弓で] honderd; (8) [dierk.] tong; zeetong; (9) [bouwk.] houten constructie; (10) [bouwk.] zware steunbalk; (11) stroombreker; waterkering; beer
舌鮃 shitabirame [dierk.] tong; Solea solea
shita (1) tong; [Barg.;kindert.] lap; (2) tongvormig iets; [鐘の] klepel; bengel; (3) [fig.] tong; spraak; (4) [fig.] tong; smaak; (5) [muz.] tong; riet
蒟蒻;菎蒻 konnyaku (1) [plantk.] duivelstong; konjak; Amorphophallus rivieri; Amorphophallus konjac; (2) [cul.] konjak-gel; (3) slappeling; zwakkeling; slapperd; watje; doetje; mietje; koekje; schuimpje; (4) een kwabbige en moeilijk te scheren kruin; (5) [Jap.Barg.] futon; (6) [Jap.Barg.] tong; (7) [Jap.Barg.] vermissing; verdwijning; (8) Konnyaku [verkorting van Konnyakujima 蒟蒻島;de volkse benaming voor Reiganjima 霊岸島;een kunstmatig eiland aan de monding van de Sumidagawa 隅田川]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.12 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'tong'). 
2005-2026