
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tros>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
塊 katamari (1) stuk; brok; massa; kluit; hap; homp; klont; klomp; (2) tros; bos; groep; menigte; (3) aanhanger [van een geloof]; fervente volgeling
大綱 oozuna (1) dik touw; dikke koord; kabel; tros; (2) [fig.] hoofdlijnen; grondbeginsel; grondslag; fundament
房;総 fusa (1) kwast; franje; kwispel; pluim; toef; kuif; lok; plok; pluk; tres; [gew.] bles; [gew.] kles; [gew.] klis; [gew.] top; [gew.] truis; [gew.] tuil; (2) bos; tros; rist; ris; [Belg.N.] bussel; [m.b.t. citrusvrucht] partje; [Sur.N.] moot; (3) [maatwoord voor trossen;risten]
綱 kou (1) touw; koord; kabel; tros; (2) basis; grondslag; grondbeginsel; programma; (3) [Jap.gesch.] pachter van de staatsinkomsten; tollenaar; (4) [biol.] klasse; (a) basis; grondbeginsel; hoofdlijnen; (b) hoofdafdeling; klasse
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t.;scherts.] heer
群 mura (1) groep; menigte; drom; schare; bende; troep; kudde; zwerm; tros; hoop; pak; (2) [maatwoord voor bossen;struikgewas]; (3) [maatwoord voor een pol;dot;klomp planten]; (4) [maatwoord voor grote groepen;massa's]; (a) groep; troep; hoop; pak
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'tros').
2005-2026
