日蘭辭典+

41 resultaten voor ‘lijn’
日蘭辭典 (trefwoord)
sen
zn. lijn v. ¶ 引く lijn trekken; streep trekken. ¶ 幹 hoofdlijn. ¶ 支 zijlijn. ¶ 引く onderstrepen. ¶ を引いて消す doorhalen; doorstrepen.
majiwari交り
(交わり) zn. omgang m.; vriendschappelijk verkeer o.; vriendschap v. ¶ 兩性を交 geslachtsomgang; geslachtsgemeenschap. ¶ 交を絶つ vriendschap verbreken; niet meer met alkaar omgaan. ¶ 二線の交 snijding van lijnen.
zn. (1) [竿] stok m; stang v.; staaf v. (2) [棍棒] knuppel m. (3) [] lijn v.; streep v.
shasen斜線
zn. schuine lijn v.
ito
(糸) zn. draad m.; touw (繩) o.; snaar (絃) v.; garen o. ¶ 木綿 garen; katoenen garen.
yoko

(横) zn. zijde v.; flank v.; breedte v.; wijdte v.; dwarsrichting v. ¶ 橫の dwars; horizontaal. ¶ 橫に over dwars; in de breedte; zijwaarts. ¶ 橫に切る dwars doorsnijden. ¶ 橫に線を引く horizontale lijn trekken. ¶ 橫になる gaan liggen. ¶ 橫にする neerleggen. ¶ 橫から van ter zijde. ¶ 橫から口を出すな bemoei je er niet mee.

tsuna

zn. touw o.; tros m.; kabel m.; lijn (細き) v. ¶ 綱梯子 touwladder. ¶ 命の綱 brood des levens; hoop ende betrouwen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lijn>
けじめ kejime onderscheid; verschil; scheidingslijn; scheidslijn; lijn
ストライプ sutoraipu streep; strook; baan; lijn
ライン rain (1) lijn; streep; (2) regel; (3) richtlijn; norm; (4) reeks; systeem; (5) [geneal.] lijn; linie; reeks; (6) grenslijn; scheidingslijn; scheidslijn; demarcatielijn; deellijn; omtreklijn; contour; (7) peil; niveau; (8) hiërarchische (bedrijfs)organisatie; lijn [van bureau -> afdeling -> sectie -> cel]; (9) productielijn; fabricagelijn; (10) [m.b.t. (internationaal) verkeer] lijn; verbinding; route; (11) (elektrisch) snoer; (12) hengel; [Belg.N.;niet alg.] lijn; (13) [veroud.;lengtemaat] lijn [= 1;12 duim;ca. 2,12 mm]; (14) Rijn; (15) Rhine; Joseph Banks [Amerikaans parapsycholoog;1895-1980]; (16) Lyne; Adrian [Brits regisseur;geb. 1941]
ロープ rōpu touw; koord; lijn; reep; [Belg.N.] zeel
一列 ichiretsu lijn; rij; file; queue; [mil.] rot; [gew.] root
一筋;一条 hitosuji (1) lijn; streep; striem; straal; streng; (2) familie; geslacht; clan; huis; (3) kunst; vaardigheid; (4) honderd aan een snoer geregen muntstukken; (5) gewone maatregelen; gebruikelijke methode; (6) gewoon; normaal; gebruikelijk; (7) toegewijd; noest; ernstig; ijverig; vlijtig; (8) vlot; ongehinderd; zonder hapering; vloeiend
便 bin (1) gelegenheid; opportuniteit; (2) post; brieven; [i.h.b.] postbestelling; (3) verbinding; dienst; lijn; [i.h.b.] vlucht; (4) [maatwoord voor verbindingen;lijnen]
ku (1) frase; uitdrukking; (2) passage; zinssnede; lijn; regel; couplet; stanza; vers; (3) haiku; (4) [maatwoord voor een versregel van vijf óf zeven lettergrepen]; (5) [maatwoord voor haiku's en kettinggedichten (renga 連歌)]; (a) term; frase; woordgroep; (b) versregel; regel; (c) frase als eenheid binnen een haiku of kettingvers
回線 kaisen (1) [elektr.] circuit; [tel.] lijn; (2) [maatwoord voor circuits;lijnen]
家系 kakei stamlijn; geslachtslijn; lijn; afstammingslijn; afstamming; afkomst
方針 hōshin (1) koers; beleid; aanpak; (politieke) lijn; plan; beleidsspoor; (2) kompasnaald; magneetnaald; magnetische naald
条線 jōsen streep; lijn; strook; [旗の] baan
(1) [jur.] artikel; wetsartikel; bepaling; (2) straal; streep; lijn; strook; [m.b.t. water] stroompje; [m.b.t. rook] pluim; (3) [maatwoord voor artikels]
(1) stok; staaf; staak; stang; roe; staf; roede; spaak; spijl; boom; [i.h.b.] knuppel; balk; [Barg.] spar; (2) lijn; streepje; schrab; schrap
横棒 yokobō horizontale balk; lijn; streep; dwarsbalk; dwarsstreep(je); dwarsstaaf; dwarsstang; dwarslat; ligger
母方 hahakata moederskant; vrouwelijke linie; lijn
父方の chichikatano van vaderszijde; van vaderskant; van zwaardzijde; van de mannelijke linie; lijn; paternaal
父方 chichikata vaderszijde; vaderskant; zwaardzijde; mannelijke linie; lijn
直通 chokutsū directe verbinding; rechtstreekse dienst; lijn; [i.h.b.] doorgaande trein; [i.h.b.] rechtstreekse telefoonverbinding
空路 kūro (1) vliegroute; luchtroute; luchtweg; luchtcorridor; lijn; (2) met het vliegtuig; per vliegtuig
立ち dachi (1) het opgroeien; ontwikkeling; (2) [geeft het aantal trekdieren of roeiriemen aan]; (3) -trekken; -lijn; -profiel
筋;条 suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな;信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁;将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren;obi's;lijnen;rookkolommen;wegen enz.]
himo (1) touwtje; snoer; lijn; koord; pees; riempje; bandje; [靴の] veter; (2) impliciete voorwaarden; kleine lettertjes; beperkende bepalingen; (3) pooier; souteneur; Jantje soet; [volkst.] bikker; [Barg.] mietnasser; [Barg.] boutebikker; [Barg.] pol
kizuna (1) band; betrekking; [fig.] keten; [fig.] kluister; [fig.] boei; (2) tui; tuier; tuiertouw; tuierketting; lijn; ketting; [鷹狩りで] langveter; veter
(1) serie [= chronostratigrafische eenheid]; (2) [maatwoord voor staande visnetten]; (a) reeks; lijn; filiatie; (b) bijeenbrengen
tsuna (1) touw; koord; reep; lijn; snoer; streng; kabeltouw; [scheepv.] tros; [scheepv.] sjorring; (2) houvast; zekerheid; (3) [sumō-jargon] (titel van) yokozuna; sumōkampioen; sumōkampioenschap
sen (1) lijn; streep; [i.h.b.] grens; niveau; (2) lijn; [i.h.b.] omtrek; trekken; contour; beloop; (3) [spoorw.] spoor; perron; [luchtv.;scheepv.] lijn; route; vaart; [telef.] lijn; (4) [meetk.] lijn; (5) [pol.] lijn; koers; politiek; spoor; (6) aard; karakter; (7) [maatwoord voor lijnen;sporen]
kei [drukw.] lijn; liniëring
罫線 keisen liniëring; lijn
航路 kōro (1) route; (2) koers; vaart; (3) lijndienst; lijn
gyō (1) lijn; rij; zin; regel; (2) religieuze strengheid; soberheid; zelfdiscipline; ascetisme; (3) [boeddh.] saṃskāra; (4) [boeddh.] saṃskṛta; (5) [boeddh.] carita; caryā; (6) [boeddh.] gamana; (7) [fil.] praktijk; (8) [wisk.] rij; (9) [comp.] tupel; (10) halfcursiefschrift; (11) [ritsuryō] het teken 行; geplaatst tussen rang- en ambtsnaam; (12) [maatwoord voor tussenruimtes;regels]
路線 rosen (1) route; traject; trek; (2) [fig.] lijn; beleidslijn; koers; (3) [maatwoord voor routes;trajecten]
ki (1) wagenspoor; rijspoor; voor; (a) wagenspoor; (b) lijn; regel; norm
釣糸 tsurīto vislijn; vissnoer; hengelsnoer; hengel; schietlijn; [Belg.N.] lijn
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'lijn'). 
2005-2026