日蘭辭典+

46 resultaten voor ‘hoop’
日蘭辭典 (trefwoord)
shomō所望

zn. wensch m.; hoop v. ¶ 所望の gehoopt; verlangd; begeerd. ¶ 所望する verlangen; begeeren; wenschen; hopen op.

kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

ate
(当て) zn. (1) [信賴] vertrouwing v. (2) [目的] doel o. (3) [期待] verwachting v.; hoop v. (4) [手掛り] leidraad m. ¶ 當になる betrouwbaar; geloofwaardig. ¶ 當もなく doelloos. ¶ 當が外れる zijn doel missen; teleurgesteld worden. ¶ 當にする vertrouwen op. ¶ を當にして op grond van.
ategoto當事
(当て事) zn. hoop v.; verwachting v.
akirameru諦る
(諦める) i.w. berusten in; genoegen nemen met; zich neerleggen bij; (放棄) hoop opgeven; hoop laten varen.
yama
zn. (1) [山] berg m.; heuvel m. (2) [鑛山] mijn v. (3) [堆積] hoop m.; stapel m. (4) [投機] speculatie v. (5) [絶點] hoogtepunt o. (6) [終局] resultaat o. ¶ 山の多い bergachtig. ¶ 帽子の山 bol van hoed. ¶ 山をやる speculeeren. ¶ 山で買ふ op speculatie koopen.
mazu先づ
(先ず) bw. (1) [第一に] in de eerste plaats; om te beginnen. (2) [凡そ] ongeveer; zoo wat; zoo goed als. (3) [では] wel; nu dan. ¶ 先づ第一に in de eerste plaats. ¶ 先づ十里 ongeveer tien mijl. ¶ 先づ見込がない zoo goed als geen hoop. ¶ 先づ水曜として置くwel, zullen we zeggen woensdag?
ichiru一縷
zn. een draad m. ¶ 一縷の望 een sprankje hoop. ¶ 一縷のだ zijn leven hangt aan een zijden draad.
kubō空望

zn. ijdele hoop v.

kuriawase繰合せ

zn. regeling v.; arrangement o. ¶ 御繰合せ御往宅願上候 ik hoop, dat ge het zoo kunt regelen, dat ge thuis zijt.

kūsō空想

zn. illuzie v.; ijdele hoop v.; luchtkasteel o. ¶ 空想家 idealist; idealist.

zetsubō絶望

zn. wanhoop v.; vertwijfeling v. ¶ 絶望的 wanhopig; hopeloos. ¶ 絶望する die hoop opgeven; geen hoop meer hebben; wanhopen; vertwijfelen.

yoku

zn. begeerte v.; vurige hoop (熱望) v.; (慾張) begeerigheid v.; hebzucht v.; (情慾) geslachtsdrift v.; zinnelijkheid v.; geilheid v. ¶ 慾を制する lusten bedwingen. ¶ 黃金慾 gouddorst.

yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

tsuna

zn. touw o.; tros m.; kabel m.; lijn (細き) v. ¶ 綱梯子 touwladder. ¶ 命の綱 brood des levens; hoop ende betrouwen.

tsumiishi積石

(積み石) zn. hoop steenen; steenhoop m.; hoeksteen (礎石) m.

tsumikasane積重

(積み重ね) zn. hoop m.; ophooping v.; stapel m.; opstapeling v. ¶ 積重ねる ophoopen; opstapelen.

tsumori積り

zn. (1) [心組] bedoeling v. (2) [目的] doel o. (3) [見込] verwachting v.; vooruitzicht o. (4) [見積] raming v.; berekening v.; schatting v.; begrooting v. ¶ …¶ の積で om; in de hoop; naar schatting. ¶ 積違 misrekening; bedrogen verwachting. ¶ 積書 raming; schriftelijke begrooting.

tsukamatsuru仕る

t.w. doen. ¶ 明晩參上可仕候 ik hoop u morgenavond een bezoek te brengen.

tsuka

(塚) zn. heuvel m.; hoop m.; (墓の) grafheuvel m.; graf o.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoop>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
スタック sutakku (1) stapel; hoop; (2) [comp.] stack; stapelgeheugen
ホープ hoopu (1) iemand van wie men grote verwachtingen heeft; hoop; (2) [astron.] HOPE; (3) Hope
マス masu (1) massa; vormeloze materie; (2) massa; grote hoeveelheid; hoop; menigte; (3) de massa; het gewone volk; (4) [dierk.] forel
一揆 ikki (1) gewapende opstand; revolte; rebellie; oproer; insurrectie; (2) gewapende schare; hoop; (3) eensgezindheid; eendracht; enigheid; uniteit
hikari (1) licht; [Lat.] lumen; [Lat.] lux; lichtglans; lichtgloed; lichtschijn; straal; gestraal; [lit.t.] lichternis; fonkeling; flonkerlicht; schittering; scintillatie; gloed; glans; glinster; glitter; schijn [van een lamp enz.]; schijnsel; straling; gloor; gloring; luister; blink; glim; glimlicht; (2) gezag; uitstraling; glorie; macht; (3) licht (in de duisternis); hoop; (4) Hikari [stad in de prefectuur Yamaguchi]
堆積 taiseki opeenstapeling; opstapeling; opeenhoping; ophoping; accumulatie; stapel; hoop; sedimentatie; afzetting; aanzetting; aanslibbing
大量 tairyou grote hoeveelheid; kwantiteit; overvloed; massa; hoop; menigte
好み;好 konomi (1) smaak; persoonlijke voorkeur; voorliefde; neiging; zwakheid; (2) neiging; drang; tendens; inclinatie; geneigdheid; (3) keuze; het kiezen; optie; voorkeur; preferentie; pré; (4) hoop; verwachting; wens; verlangen; (5) mode; trend; vogue; (6) [ton.] stijl in navolging van bepaald acteur
山盛り yamamori (1) stapel; berg; hoop; massa; boel; (2) volle maat; [~の] volle (theelepel; kom enz.)
yama (1) berg; gebergte; beboste bergen; bergwoud; bergbos; [vliegert.] knots; (2) aardhoop; aardverhoging; terp; (kunstmatige) heuvel; ophoging; hoogte; [Mal.] boekit; (3) begraafplaats; kerkhof; tumulus; (keizerlijke) grafheuvel; grafterp; (4) mijn; kolenmijn; (5) hoop; stapel; tas; portie; [m.b.t. fruit] partij; [m.b.t. hooi] mijt; [m.b.t. steenslag] kits; [m.b.t. vlas] schelf; [m.b.t. slagroom] toef; zwelling (ten gevolge van een cauterisatiebehandeling); (6) top; bovendeel [bv. bol van een hoed;kop van een schroef;knop op een helm]; (7) hoogtepunt; climax; piek; uitschieter; spits; toppunt; apogeum; zenit; ontknoping [van een stuk]; apotheose; [m.b.t. vertoning] klapstuk; summum; culminatiepunt; keerpunt; uur van de waarheid; moment suprême; finest hour; momentum; beslissend ogenblik; het beste dat men kan doen; (8) wissel op de toekomst; speculatie; giswerk; gok [bv. op de gok blokken]; de sprong [wagen]; sprong in het duister; ongewisse; waagstuk; gissing; bluf; humbug; schijnvertoon; bombast; (9) hevigheid; intensiteit; ergheid; (10) massa; boel; bende; groot aantal; drom; menigte; (11) rots; toeverlaat; idool; voorbeeld; (12) praalwagen in de vorm van een berg; (13) valkuil om evers of herten te vangen; (14) lichtekooi; prostituee; (15) voorraadtekort [i.h.b. tekort aan levensmiddelen]; het uitverkocht zijn; het niet voorhanden zijn; (16) slangwoord voor "misdrijf"; (17) naam voor de Enryakuji 延暦寺 op de Hieizan 比叡山; [i.h.b.] de Hieizan; (18) [maatwoord voor bergen;en i.h.b. bergbossen en mijnen]; (19) [maatwoord voor een voorgeschotelde portie;stapeltje fruit enz.]; (a) berg-; wilde … [voorvoegsel aan een planten- of dierennaam dat aangeeft dat het de wilde variëteit of bergsoort van het grondwoord betreft]; (b) [schertsend;vrijwel betekenisloos achtervoegsel bij bepaalde werkwoorden en adjectieven;werd in de Edo-tijd onder bon-vivants gebruikt]
希望 kibou hoop; wens; aspiratie; ambitie
思惑 omowaku (1) verwachting; inschatting; voorspelling; (2) bedoeling; oogmerk; intentie; hoop; voornemen; motief; (3) bijbedoeling; verborgen; geheime agenda; achterliggende gedachte; (4) wat anderen over iemand denken; andermans waardering; dunk; (5) [beurst.] marktvoorspelling; speculatie
望み;望 nozomi (1) hoop; verwachting; [meton.;veroud.] betrouwen; (2) wens; verlangen; believen; (3) vooruitzicht; kans; veelbelovendheid; beloftevolheid
bou (1) vollemaan; (2) [maankalender] vijftiende dag; (3) [Chin.geneesk.] visuele observatie van de patiënt; kijkonderzoek; (a) in de verte turen; (b) verlangend tegemoet zien; wensen; hoop; (c) bij mensen verwachtingen wekken; goede reputatie; roem; (d) vollemaan
期待 kitai verwachting; hoop; afwachting
楽しみ;愉しみ;楽 tanoshimi (1) plezier; pret; vreugde; vermaak; amusement; aardigheid; leukheid; genot; geneugte; schik; lust; genoegen; behagen; [veroud.] verlustiging; leut; (2) verwachting; hoop; blijdschap; [form.] verheugenis; verheuging; dat waar iem. naar uitkijkt; uitziet
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
積み重なり tsumikasanari (1) opeenstapeling; opstapeling; opeenhoping; ophoping; accumulatie; (2) stapel; hoop
積み重ね tsumikasane hoop; stapel; berg; opeenstapeling; opstapeling; opeenhoping; ophoping; accumulatie; verzameling
群れ mure groep; menigte; drom; schare; gezelschap; bende; horde; troep; meute; kudde; drift; kolonie; roedel; school; toom; vlucht; zwerm; tros; stoet; hoop; pak; kluit; rist; [lit.t.;scherts.] heer
mura (1) groep; menigte; drom; schare; bende; troep; kudde; zwerm; tros; hoop; pak; (2) [maatwoord voor bossen;struikgewas]; (3) [maatwoord voor een pol;dot;klomp planten]; (4) [maatwoord voor grote groepen;massa's]; (a) groep; troep; hoop; pak
見込み mikomi (1) hoop; belofte; verwachting; anticipatie; (2) kansen; waarschijnlijkheid; vooruitzicht(en); (3) inzicht; inschatting
重ね kasane (1) stapel; hoop; (2) laag; (3) dubbele laag kleren; (4) stel kleren; stel boven- en ondergoed; (5) [刀身の] dikte; (6) [Jap.rel.] kasanemochi [= spijsoffer van (twee) op elkaar geplaatste rijstedeegballetjes]; (7) [Jap.Barg.] kast; (8) [maatwoord voor gestapelde;gelaagde voorwerpen;jūbako;kagamimochi;sonaemochi;kasanemochi;zitkussens;kosode e.d.]
頼み;恃み;憑み;頼;恃;憑 tanomi (1) vertrouwen; geloof; [theol.] toeverzicht; (2) hoop; steun; toevlucht; (3) verzoek; vraag; gunst
頼みの綱 tanominotsuna z'n (laatste) hoop; (laatste) toevlucht; reddingslijn; vangnet
願い;願 negai (1) wens; verlangen; hoop; (2) verzoek; vraag; bede; smeekbede; gebeden; smekingen; (3) aanvraag; sollicitatie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 20 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'hoop'). 
2005-2026