RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <breken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
入る iru (1) betreden; binnengaan; ingaan; (2) [in Kioto] afslaan van de noord-zuidlaan; (3) [仏門に~] toetreden tot; lid worden van; aankomen; (4) [涅槃に~] deelachtig worden; [悟道に~] bereiken; geraken tot; verwerven; (5) [念が~] besteed worden; (6) [太陽;月が~] ondergaan; (7) [ひびが~] barsten; breken; (8) [佳境に~] komen tot; bereiken; (9) [寒に~] aanbreken; beginnen; (10) […~] vanzelf …; (11) […~] aandachtig …; toegespitst …; terdege …
割る waru (1) breken; doorsnijden; hakken; splijten; [hout] kloven; splitsen; klieven; rijten; [m.b.t. noten] kraken; [m.b.t. ertsen] versplinteren; (2) verdelen; portioneren; uitdelen; (3) tussenbeide komen; (4) [rekenk.] delen; (5) aanlengen; verdunnen; dilueren; versnijden; (6) [z'n hart] ontsluiten; (7) lager uitkomen dan; zakken onder; (8) overschrijden
割れる;破れる wareru (1) breken; splijten; scheuren; knappen; (2) uiteenvallen; uiteengaan; zich splitsen; scheiden; (3) aan het licht komen; zich openbaren; uitkomen; (4) deelbaar zijn
圧し折る heshioru breken; afbreken
壊す;毀す kowasu (1) breken; afbreken; vernietigen; slopen; kapotmaken; stukmaken; kapotslaan; (2) beschadigen; schade toebrengen aan; schaden; (3) uit elkaar halen; uit elkaar nemen; demonteren; ontmantelen; opbreken; afbreken; neerhalen; (4) in de war sturen; in het honderd doen lopen; verknoeien; verpesten; verprutsen; bederven; onbruikbaar maken
壊れる;毀れる kowareru (1) breken; gebroken raken; stukgaan; kapotgaan; het begeven; afgebroken worden; vernield worden; gesloopt worden; (2) beschadigd raken; schade oplopen; beschadigd worden; in panne vallen; motorpech oplopen; defect raken; niet meer behoorlijk functioneren; (3) in het honderd lopen; fout aflopen; verkeerd aflopen; op een sisser eindigen
折る oru (1) breken; afbreken; plukken; afknappen; (2) vouwen; plooien; (3) omslaan; omvouwen
折れる oreru (1) plooien; [i.h.b.] dubbelplooien; (2) breken; afbreken; knappen; [ぽきっと] afknappen; knakken; het begeven; (3) zwenken; afbuigen; afdraaien; afslaan; draaien; een bocht; draai maken; (4) plooien; bijdraaien; tegemoetkomingen doen; toegeven; inbinden; door de bocht gaan; wijken; zwichten; zich gewonnen geven; zich onderwerpen; zich neerleggen; (5) [腰句が] haperen; niet lopen; (6) [Barg.] sterven; doodgaan
挫く kujiku (1) breken; scheuren; verstuiken; (2) temperen; doen bekoelen; z'n kracht ontnemen; de kop indrukken; fnuiken; drukken; een domper zetten op; dwarsbomen
撃破する gekihasuru [敵を] verslaan; overwinnen; kloppen; een nederlaag toebrengen; verpletteren; vernietigen; in de pan hakken; kapotmaken; breken
故障する koshousuru defect raken; breken; [Belg.N.] in panne vallen; kapotgaan; stukgaan; het begeven
断つ tatsu (1) breken; snijden; afsnijden; afbreken; afhakken; doorsnijden; doorhakken; (2) staken; uitscheiden met; stoppen met; ophouden met; verbreken; laten; niet langer doen; opgeven; [悪習;麻薬を] afkicken; (3) [電流を] uitschakelen; uitdraaien; afzetten; [接続を] afkoppelen
暗号を解読する angouwokaidokusuru een code ontcijferen; breken; kraken; decoderen; decrypten; ontsleutelen
砕く;摧く kudaku (1) breken; stukslaan; verbrijzelen; al slaande stukmaken; kapot slaan; in scherven gooien; stukgooien; (2) fijnmalen; stukmalen; tot poeder malen; verpulveren; (3) z'n hersenen pijnigen; zich uitsloven; (4) eenvoudig uitleggen; helder uitleggen
砕ける;摧ける kudakeru (1) breken; kapotgaan; uit elkaar vallen; instorten; afbrokkelen; (2) ontwricht raken; gedemoraliseerd raken; moedeloos raken; ontmoedigd raken; de moed verliezen; (3) informeel worden; familiair worden; inschikkelijk worden; beminnelijk worden; minzaam worden
破る yaburu (1) scheuren; stuktrekken; stukscheuren; doorscheuren; verscheuren; rijten; (2) breken; stukmaken; vernielen; afbreken; [een deur] inbeuken; forceren; openbreken; inslaan; [een ruit] intikken; stukslaan; verbrijzelen; [een muur] doorslaan; uitbreken; (3) [openbare orde] verstoren; [iemands droom] aan scherven slaan; [de harmonie] verbreken; [de stilte] doorbreken; [een record] verbeteren; breken; (4) [iemands plannen] doorkruisen; dwarsbomen; verijdelen; frustreren; (5) [zijn belofte] schenden; inbreken in [een gebouw]; [een bank] kraken; [een traditie] loslaten; [spelregels] overtreden; inbreuk maken op [iemands rechten]; met voeten treden; zondigen tegen [een gebod]; (6) ontsnappen uit [de gevangenis]; heenbreken door [een barrière]; uitbreken uit; (7) [de vijand] verslaan; overwinnen; [de tegenstander] kloppen; (8) verwonden; wonden; een wond toebrengen aan; kwetsen; blesseren; bezeren; [de huid] openhalen; (9) krenken; grieven; deren; aantasten; ontstemmen
破損する hasonsuru beschadigd raken; stuk gaan; kapot gaan; breken
縮める chidhimeru verkorten; inkorten; afkorten; korter maken; bekorten; [i.c.m. 記録を] scherper stellen; breken; [i.c.m. 刑期を] verminderen; [i.c.m. 距離を] verkleinen; [i.c.m. さいずを] reduceren; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; opkorten; [fig.] condenseren; [fig.] beknotten; [i.c.m. 首を;足を] intrekken