日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘verwijten’
日蘭辭典 (trefwoord)
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ に少し言ひ度いがある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あのはスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
najiru詰る

t.w. verwijten; berispen; i.w. opheldering vragen over iemand’s gedrag.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwijten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
せがむ segamu (1) berispen; verwijten; (2) dringen om; bedelen om; dringend verzoeken om
叱る;呵る shikaru berispen; bekijven; verwijten; laken; gispen; afstraffen; onderhouden (over); terechtwijzen; [w.g.] reprocheren; [uitdr.] doorhalen; [uitdr.] uitvaren tegen; [uitdr.] ervanlangs geven; [uitdr.] flink aanpakken; [uitdr.] onder handen nemen; [uitdr.] een reprimande geven; [uitdr.] een uitbrander geven; [uitdr.] een standje geven; [uitdr.] een schrobbering geven; [uitdr.] op zijn kop geven; [uitdr.] zijn vet geven; [uitdr.] de wind van voren geven; [uitdr.] een douw geven; [uitdr.] voor de blote geven; [uitdr.] de oren wassen; [uitdr.] op zijn plaats zetten; [uitdr.] op zijn nummer zetten; [uitdr.] op het matje roepen; [uitdr.] de mantel uitvegen; [fig.] uitbezemen; [uitdr.] de les lezen; [uitdr.] de levieten lezen; [uitdr.] een preek houden tegen; [uitdr.] de pin op de neus zetten
咎める togameru (1) een schuldgevoel hebben; zich schuldig voelen; wroeging hebben; (2) berispen; laken; blameren; bekritiseren; afkeuren; verwijten; aanmerkingen maken op; op de vingers tikken; een uitbrander; standje geven; (3) ondervragen; aan de tand voelen; in verhoor nemen; verhoren
怒る okoru (1) boos worden; kwaad worden; ontstemd raken; verbolgen raken; woedend worden; nijdig worden; toornig worden; (2) berispen; (iemand) een standje geven; (iemand) een uitbrander geven; verwijten; (iemand) de les lezen
押し付け合い oshitsukeai wederzijdse verwijten; beschuldigingen; verwijten; beschuldigingen over en weer
攻撃する kougekisuru (1) aanvallen; een aanval doen; attaqueren; ten aanval trekken; een inval doen; bestormen; aanvliegen; naar de keel vliegen; aangrijpen; (2) bekritiseren; afkeuren; een kritische noot plaatsen bij; aanschoppen tegen; de vloer aanvegen met; verwijten; euvel duiden; (3) [honkbalterm;baseballterm] een batting uitvoeren
欺く azamuku (1) bedriegen; misleiden; beduvelen; bedotten; wijsmaken; om de tuin leiden; voor de gek houden; beetnemen; bij de neus nemen; erin luizen; bedonderen; foppen; duperen; verschalken; te slim af zijn; in de maling nemen; voor het lapje houden; beguichelen; [inform.] belazeren; [inform.] besodemieteren; [inform.] neppen; [inform.] verlakken; [inform.] vernachelen; [inform.] verneuriën; [inform.] verneuken; [inform.] kullen; [inform.] vernichelen; [inform.] vernikkelen; [inform.] piepelen; [inform.] beseibelen; [inform.] op teil nemen; [volkst.] vernaaien; [volkst.] opnaaien; [uitdr.;gew.] iem. een tand trekken; [vulg.] fucken; [vulg.] in de zeik nemen; [vulg.] bezeiken; [gew.] betoppen; [gew.] betrekken; [gew.] verpieren; [Belg.N.;uitdr.] iem. op flessen trekken; [Barg.;uitdr.] iem. een voertje zetten; [Barg.] een kunstje flikken; (2) […を~] niet onderdoen voor; evenaren; als ware het; (3) ridiculiseren; spotten met; de spot drijven met; belachelijk maken; uitlachen; (4) hekelen; bekritiseren; kritiseren; berispen; laken; verwijten; (5) bezingen; roemen; zich vermeien in
詰る najiru verwijten; verwijten maken; laken; berispen; terechtwijzen
諭す satosu (1) waarschuwen; berispen; vermanen; de les lezen over; verwijten; (2) overtuigen; doen inzien
負わせる owaseru belasten; beladen; bezwaren; laten; doen dragen; opleggen; op zich doen nemen; [責任を] aansprakelijk stellen; [罪を] schuiven op; verwijten; aanwrijven; ten laste leggen; in de schoenen schuiven; [傷を] toebrengen; toedienen
責める semeru (1) verwijten; verwijten maken; verantwoordelijk stellen; ter verantwoording roepen; onder handen nemen; laken; afkeuren; bekritiseren; berispen; hekelen; aan de kaak stellen; op het matje roepen; op de vingers tikken; (2) kwellen; plagen; pijnigen; tormenteren; lastig vallen; tergen; achtervolgen; teisteren; aandringen; pressen; [inform.] drammen; belagen; bestoken; [w.g.] tourmenteren; (3) [馬を] africhten; dresseren; [gew.] beleren; mak maken
非難する;批難する hinansuru bekritiseren; kritiseren; kritiek hebben; uitoefenen; leveren op; commentaar geven; leveren; hebben op; afkeuren; veroordelen; aanmerkingen maken; hebben; blameren; berispen; laken; hekelen; gispen; kapittelen; verwijten; aan de kaak stellen; verketteren; wraken; [fig.] geselen
面責する mensekisuru berispen; terechtwijzen; een uitbrander geven; berispen; laken; verwijten; de mantel uitvegen; bekijven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.67 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'verwijten'). 
2005-2026