
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
shikaru・叱る
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <berispen>
せがむ segamu (1) berispen; verwijten; (2) dringen om; bedelen om; dringend verzoeken om
叱り付ける shikaritsukeru laken; gispen; berispen; terechtwijzen; een standje geven; uitkafferen; bekijven; beknorren; opspelen tegen; uitvaren tegen; de levieten lezen; een schrobbering geven; [Belg.N.] een bolwassing geven; de oren wassen; de mantel uitvegen
叱る;呵る shikaru berispen; bekijven; verwijten; laken; gispen; afstraffen; onderhouden (over); terechtwijzen; [w.g.] reprocheren; [uitdr.] doorhalen; [uitdr.] uitvaren tegen; [uitdr.] ervanlangs geven; [uitdr.] flink aanpakken; [uitdr.] onder handen nemen; [uitdr.] een reprimande geven; [uitdr.] een uitbrander geven; [uitdr.] een standje geven; [uitdr.] een schrobbering geven; [uitdr.] op zijn kop geven; [uitdr.] zijn vet geven; [uitdr.] de wind van voren geven; [uitdr.] een douw geven; [uitdr.] voor de blote geven; [uitdr.] de oren wassen; [uitdr.] op zijn plaats zetten; [uitdr.] op zijn nummer zetten; [uitdr.] op het matje roepen; [uitdr.] de mantel uitvegen; [fig.] uitbezemen; [uitdr.] de les lezen; [uitdr.] de levieten lezen; [uitdr.] een preek houden tegen; [uitdr.] de pin op de neus zetten
叱責する shissekisuru berispen; een uitbrander; standje; schrobbering; reprimande; berisping; roffeling geven; roffelen; censeren; [gew.] uitpoetsen; [gew.] de boonakker opleiden; oplezen
咎める togameru (1) een schuldgevoel hebben; zich schuldig voelen; wroeging hebben; (2) berispen; laken; blameren; bekritiseren; afkeuren; verwijten; aanmerkingen maken op; op de vingers tikken; een uitbrander; standje geven; (3) ondervragen; aan de tand voelen; in verhoor nemen; verhoren
咎め立てする togamedatesuru bekritiseren; bevitten; berispen; laken; veroordelen; vitten; hakken op; bedillen
嗔 shin (1) [boeddh.] pratigha; dveṣa [= nijd;vijandschap;één van de drie wortels van kwaad]; (a) boos zijn; berispen
怒る okoru (1) boos worden; kwaad worden; ontstemd raken; verbolgen raken; woedend worden; nijdig worden; toornig worden; (2) berispen; (iemand) een standje geven; (iemand) een uitbrander geven; verwijten; (iemand) de les lezen
意見する ikensuru (1) raad geven; (2) vermanen; waarschuwen; (3) de les lezen; terechtwijzen; berispen; een uitbrander geven; een standje geven; z'n vet geven; flink de waarheid zeggen
戒める imashimeru (1) vermanen; terechtwijzen; berispen; een uitbrander; standje geven; uitbranden; de les lezen; de mantel uitvegen; flink onder handen nemen; ter verantwoording roepen; verwijten maken; (2) verbieden; weerhouden; beletten; (3) waarschuwen; tot voorzichtigheid manen
戒告する kaikokusuru waarschuwen; terechtwijzen; berispen; vermanen
欺く azamuku (1) bedriegen; misleiden; beduvelen; bedotten; wijsmaken; om de tuin leiden; voor de gek houden; beetnemen; bij de neus nemen; erin luizen; bedonderen; foppen; duperen; verschalken; te slim af zijn; in de maling nemen; voor het lapje houden; beguichelen; [inform.] belazeren; [inform.] besodemieteren; [inform.] neppen; [inform.] verlakken; [inform.] vernachelen; [inform.] verneuriën; [inform.] verneuken; [inform.] kullen; [inform.] vernichelen; [inform.] vernikkelen; [inform.] piepelen; [inform.] beseibelen; [inform.] op teil nemen; [volkst.] vernaaien; [volkst.] opnaaien; [uitdr.;gew.] iem. een tand trekken; [vulg.] fucken; [vulg.] in de zeik nemen; [vulg.] bezeiken; [gew.] betoppen; [gew.] betrekken; [gew.] verpieren; [Belg.N.;uitdr.] iem. op flessen trekken; [Barg.;uitdr.] iem. een voertje zetten; [Barg.] een kunstje flikken; (2) […を~] niet onderdoen voor; evenaren; als ware het; (3) ridiculiseren; spotten met; de spot drijven met; belachelijk maken; uitlachen; (4) hekelen; bekritiseren; kritiseren; berispen; laken; verwijten; (5) bezingen; roemen; zich vermeien in
窘める tashinameru (1) terechtwijzen; berispen; vermanen; gispen; laken; opspelen (tegen); een standje geven; uitkafferen; uitvaren (tegen); beknorren; [veroud.] bekijven; (2) kwellen; tergen; pijnigen; treiteren; sarren; pesten; koeioneren
糾劾する kyūgaisuru beschuldigen; aanklagen; aan de kaak stellen; kapittelen; afkeuren; berispen; bekritiseren; laken
絞る;搾る shiboru (1) persen; pijnen; pressen; uitpersen; uitknijpen; wringen; uitwringen; [牛乳;乳を] melken; [涙を] trekken; (2) inspannen; forceren; [智恵を] afpijnigen; pijnigen; [弓を] opspannen; spannen; [従業員を] zwaar drillen; zwaar trainen; (3) afdwingen; afzetten; afpersen; uitzuigen; knevelen; plukken; uitbuiten; exploiteren; (4) berispen; een uitbrander; schrobbering; standje geven; onder handen nemen; ernstig onderhouden; duchtig doorhalen; flink aanpakken; ervan langs geven; uitfoeteren; scherp terechtwijzen; [uitdr.] de mantel uitvegen; [uitdr.] de oren wassen; [uitdr.] het vuur na aan de schenen leggen; [uitdr.] door de wringer halen; (5) (alleen 絞る) samentrekken; dichtrijgen; [レンズを] sluiten; diafragmeren; (6) (alleen 絞る) lager; zachter zetten; minderen; verminderen; reduceren; doen afnemen; [エンジンを] smoren; knijpen; (7) (alleen 絞る) beperken; limiteren; terugbrengen; verengen; verfijnen; (8) (alleen 絞る) [sumō-jargon] in bedwang houden; eronder houden; inklemmen; zijn bewegingsvrijheid ontnemen
詰る najiru verwijten; verwijten maken; laken; berispen; terechtwijzen
説教する sekkyōsuru (1) preken; prediken; een preek houden; (2) een zedenpreek houden; zedenmeester spelen; vermanend; moraliserend toespreken; (3) berispen; een standje; schrobbering; uitbrander geven
諭す satosu (1) waarschuwen; berispen; vermanen; de les lezen over; verwijten; (2) overtuigen; doen inzien
譴責する kensekisuru (1) berispen; laken; een standje; uitbrander geven; terechtwijzen; reprimeren; (2) veroordelen; afkeuren; bekritiseren
責める semeru (1) verwijten; verwijten maken; verantwoordelijk stellen; ter verantwoording roepen; onder handen nemen; laken; afkeuren; bekritiseren; berispen; hekelen; aan de kaak stellen; op het matje roepen; op de vingers tikken; (2) kwellen; plagen; pijnigen; tormenteren; lastig vallen; tergen; achtervolgen; teisteren; aandringen; pressen; [inform.] drammen; belagen; bestoken; [w.g.] tourmenteren; (3) [馬を] africhten; dresseren; [gew.] beleren; mak maken
非難する;批難する hinansuru bekritiseren; kritiseren; kritiek hebben; uitoefenen; leveren op; commentaar geven; leveren; hebben op; afkeuren; veroordelen; aanmerkingen maken; hebben; blameren; berispen; laken; hekelen; gispen; kapittelen; verwijten; aan de kaak stellen; verketteren; wraken; [fig.] geselen
面責する mensekisuru berispen; terechtwijzen; een uitbrander geven; berispen; laken; verwijten; de mantel uitvegen; bekijven
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'berispen').
2005-2026
