日蘭辭典+

66 resultaten voor ‘iemand’
日蘭辭典 (trefwoord)
abiseru浴びせる
t.w. begieten; bestrooien; besprenkelen; baden. ¶ 過失を人に浴びせる de schuld op iemand werpen.
anasagashisuru穴探しする
i.w. vitten. ¶ 人の穴探しをする op iemand vitten; iemand bevitten; op iemand afgeven.
annaあんな
vnw. zulk; zoodanig; dergelijk. ¶ あんな人 zoo iemand. ¶ あんなに zoozeer; in zulke mate; zoo; zoodanig.
aru
(或る) sommig; zeker. ¶ 或程度迄 tot op zekere hoogte. ¶ 或日 op zekeren dag. ¶ 或人 sommige menschen; sommigen; iemand; zeker iemand.
aruiwa或は
(或いは) vw. of......of; bw. misschien; mogelijk; mogelijkerwijze. ¶ 僕か或は兄か of ik, of mijn broer. ¶ 或は然からん mogelijk is het zoo. ¶ 論者或は言はん mogelijk zal iemand mij tegenwerpen......
ashizamani惡樣に
(悪し様に) bw. ongunstig; afbrekend. ¶ 人に惡樣に言ふ zich ongunstig uitlaten over iemand; iemand afbreken;
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
akkō惡口
(悪口) zn. scheldtaal v.; gemeene taal m. ¶ 惡口する schelden. ¶ 人の惡口を云ふ iemand uitschelden. ¶ 蔭で惡口を云ふ bekladden; kwaadspreken.
gomakashi誤魔化し
(誤摩化し、胡魔化し) zn. bedriegerij v.; fopperij v. ¶ 胡魔化す bedriegen; bedotten; foppen; (卑) verneuken. ¶ 勘定を胡魔化す rekening vervalschen. ¶ 場を胡魔化す zich ergens uitdraaien. ¶ 過失を胡魔化す een fout weten te verbergen. ¶ を胡魔化す iemand bedotten.
kakugo覺悟
(覚悟) zn. (1) [用意] gereedheid v. (2) [諦め] berusting v. (3) [決心] besluit o.; beslissing v. ¶ 覺悟する bereid zijn; besloten zijn. ¶ 萬一を覺悟して居る op het ergste voorbereid zijn. ¶ 死を覺悟する bereid zijn om te sterven. ¶ 覺悟さす iemand voorbereiden op.
dare
vnw. wie? ¶ の wiens. ¶ に、wien. ¶ iemand; de een of ander. ¶ でも iedereen; elkeen; wie dan ook; wie ook. ¶ allen. ¶ もない niemand; geen een. ¶ だ wie is daar; werda? ¶ か來た is er iemand geweest? ¶ が來ても留守だと云え ik ben voor niemand thuis. ¶ さん meneer die-en-die.
vnw. zeker iemand. ¶ 某氏 zeker iemand; mijnheer dinges. ¶ 某日 op zekeren dag. ¶ 松本某 een zekere meneer Matsumoto.
eru得る
t.w. (1) [獲得] krijgen; verkrijgen; i.w. slagen. (2) [可能] i.w. kunnen; in staat zijn. ¶ 得らるべき verkrijgbaar. ¶ の信用を得る iemand’s vertrouwen winnen. ¶ 利益を得る voordeel hebben van. ¶ 日沒辛うじてことを得たり wij slaagden erin nog juist voor donker de plaats te bereiken.
yoriより
vz. (1) [から] van; sedert; sinds. vw. (2) [比較] dan. ¶ より van nu af aan. ¶ より買ふ iets van iemand koopen. ¶ より二十まで van tien tot en met twintig. ¶ を出てより sinds wij uit het vaderland zijn weggegaan. ¶ よりビール好む meer van bier houden dan van ‘‘sake.’’ ¶ これより入るからず verboden toegang.
shi
zn. (1) [] de heer m.; mijnheer m. (2) [] mevrouw v.; mejuffrouw v.; vnw. hij (); zij (). ¶ 某氏 zeker iemand; een persoon.
mazekaesu雜返す
(混ぜ返す, 雑ぜ返す) t.w. (1) [かき混ぜる] roeren. (2) [嘲弄] verlegen maken; spotten. ¶ を雜返す iemand hoonend in de rede vallen.
najiru詰る

t.w. verwijten; berispen; i.w. opheldering vragen over iemand’s gedrag.

kenka喧嘩

zn. (1) [喧嘩] twist m. (2) [鬪爭] gevecht o.; strijd m. ¶ 喧嘩する twisten; vechten; kijven; kibbelen (子供が). ¶ 喧嘩 twistappel. ¶ 喧嘩 dreigende houding. ¶ 喧嘩買ふ iemand’s partij opnemen. ¶ 喧嘩をしかける twist zoeken. ¶ 喧嘩好き twistziek.

koshiginchaku腰巾著

zn. iemand, die steeds achter een ander aanloopt; schaduw v.

kotoba言葉

zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.

kou乞ふ、請ふ

(乞う、請う) t.w. vragen; verzoeken; bidden. ¶ を請ふ gast uitnoodigen. ¶ を請ふ ontslag vragen wegens hoogen leeftijd. ¶ 施を乞ふ bedelen. ¶ 人に物を乞ふ van iemand iets vragen. ¶ 助命を乞ふ om genade vragen. ¶ 貴答を乞ふ verzoeke beleefd om antwoord.

kōyaku膏藥

(膏薬) zn. (1) [貼膏藥] pleister v. (2) [軟膏] zalf v. ¶ 膏藥代 smartengeld. ¶ 膏藥張 lapwerk. ¶ 二股膏藥 iemand, die beide zijden te vriend wil houden.

kuchisaki口先

zn. lippen v.mv.; mond m. ¶ 口先の旨い人 iemand, die goed weet te praten; handig spreker. ¶ 彼は口先ばかりだ hij praat mooi maar doet niets. ¶ 口先丈けの友人 een vriend met den mond; onoprechte vriend.

kuenai食へない

bw. (1) [食に適さぬ] oneetbaar. (2) [狡猾な] slim. ¶ 食へない爺 ouder rot; iemand, die zich de kaas niet van het brood laat eten.

kuiawaseru食合せる

i.w. (1) [食物を] dingen eten, waar man niet tegen kan; voedsel eten dat iemand niet goed bekomt. (2) [楔形接目で] samenvoegen met zwaluwstaarten.

-kuraiくらゐ

bw. (1) [約] ongeveer; omstreeks. (2) [同じ位] zooveel als; zoozeer als. ¶ 位の高い人 iemand van hoogen rang. ¶ 十哩位 ongeveer tien mijl. ¶ どの位かゝつたか hoeveel heeft het zoowat gekost? ¶ 私位馬鹿な者はない niemand is grooter ongeluksvogel dan ik. ¶ それ位の事 zoo'n kleinigheid.

kuttsukuくつつく

i.w. blijven plakken; vastzitten; kleven. ¶ 人にくつついて行く naast iemand loopen.

kuwaeru加へる

t.w. (1) [附加] bijvoegen; toevoegen; vermeerderen. (2) [合計する] optellen. (3) [養らす] geven; toedienen. (4) [算入] mederekenen; meetellen. ¶ 速力を加へる snelheid vergrooten. ¶ 但書を加へる clausule eraan toevoegen. ¶ 人に侮辱を加へる iemand beleedigen. ¶ 君を加へて十五人だ met u medegerekend zijn het vijftien personen. ¶ 加ふるに bovendien.

zui-i隨意

(随意) zn. vrije wil m.; vrijheid om te handelen; vrijwilligheid v.; optie (任意) v. ¶ 隨意の vrijwillig. ¶ 隨意に zooals men wil; naar eigen keuze; vrijelijk. ¶ 人の隨意に任す aan iemand overlaten; de vrije beschikking geven. ¶ 隨意科 facultatief leervak. ¶ 御隨意に召上れ bedien u zelf; neem waar ge trek in hebt.

zōsho藏書

(蔵書) zn. boek in iemands bezit; boekerij v. ¶ 藏書家 bezitter van een bibliotheek.

zekkō絕交

zn. verbreking van vriendschappelijke betrekkingen. ¶ 絕交する vriendschap opzeggen; met iemand breken.

zankan斬奸狀

(斬奸状) zn. beschuldiging v.; verklaring waarom men iemand in het algemeen belang vermoord heeft.

yūshikisha有識者

(有識者) zn. man van ontwikkeling; iemand, die goed op de hoogte is; intellectueel m.

yūshaku no有爵の

bn. van adel; met een titel. ¶ 有爵者 adel; iemand van adel.

yukisaki行先

zn. bestemming v.; plaats, waarheen iemand gegaan is.

yukue行方

zn. adres o.; verblijfplaats v. ¶ 行方不明 adres onbekend. ¶ 行方を晦ます zich schuilhouden. ¶ 行方を知らぬ niet weten waar iemand (iets) gebleven is.

yukigata行方
yukidokoro行所
yudan油斷

(油断) zn. onachtzaamheid v.; achteloosheid v.; nalatigheid v. ¶ 油斷なき oplettend; attent; vol aandacht. ¶ 油斷する niet opletten; niet op zijn hoede zijn; onachtzaam zijn. ¶ 油斷させる iemands aandacht afleiden.

yudaneru委ねる

t.w. opdragen; toevertrouwen; overlaten. ¶ 身を委ねる zich wijden aan. ¶ 人に身を委ねる zich aan iemand toevertrouwen.

yobiyoseru呼寄せる

t.w. bij elkaar roepen; laten komen. ¶ 手紙で人を呼寄せる per brief iemand oproepen.

warai

zn. lach m.; spotlach (嘲笑) m.; glimlach (微笑). ¶ 世人の笑を招く zich belachelijk maken. ¶ 笑出す beginnen te lachen; in lachen uitbarsten (大きな聲で). ¶ 笑顔 lachend gezicht. ¶ 笑事 belachelijks. ¶ 笑草にする belachelijk maken; bespotten. ¶ 笑草になる zich bespottelijk maken; uitgelachen worden. ¶ 笑上戸 iemand, die een vroolijken dronk heeft; goedlachsch iemand.

waki

zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.

wakeru分ける

t.w. (1) [分割] verdeelen; deelen. (2) [分配] toebedeelen; uitdeelen. (3) [骨牌札を] geven. (4) [引分ける] scheiden. (5) [撰り分け] uitzoeken; sorteeren. ¶ 金額を分ける bedrag verdeelen. ¶ 人と物を分ける iets met iemand deelen. ¶ 髮を眞中から分ける scheiding in het midden dragen.

ushiromukini後向に

bw. met den rug gekeerd naar. ¶ 後向に座る met den rug naar iemand toe zitten.

ushirosugata後姿

zn. gezicht op iemand van achteren.

urotae狼狽

zn. verwarring v. ¶ 狼狽者 iemand, die gauw de kluts kwijt raakt. ¶ うろたへる in de war zijn; de kluts kwijt zijn; tegenwoordigheid van geest verliezen; overstuur zijn.

uru得る

t.w. behalen; verkrijgen; hulpw. kunnen; i.w. in staat zijn; bij machte zijn. ¶ 後援者を得る helper vinden. ¶ 勝利を得る overwinning behalen. ¶ 蘭語を話し得る者 iemand, die Hollandsch praten kan. ¶ 一週間に四十圓を得る veertig yen in de week verdienen.

urami

zn. (1) [怨恨] wrok m.; vijandig gevoel o. (2) [憎惡] haat m.; nijd m. (3) [遺憾] ergernis v.; spijt m. ¶ 怨を懷く wrok koesteren. ¶ 怨を晴らす zich wreken. ¶ 人の怨を買ふ zich de vijandschap van iemand op den hals halen. ¶ 怨深い haatdragend; wraakzuchtig. ¶ 恨がましい betreurenswaardig; spijtig; jammer; ergerlijk.

uramuうらむ

i.w. (1) [怨む] wrok koesteren; vijandig gezind zijn; t.w. kwalijk nemen; haten. (2) [憾む] betreuren; i.w. spijt hebben. ¶ 無情を怨む zich ergeren over iemand’s hardvochtigheid. ¶ 機を失したるを恨む ik heb het land, dat ik de gelegenheid voorbij heb laten gaan.

uchimata內股

(内股) zn. kruis o.; binnenkant van de dij. ¶ 内股膏藥 iemand, die beide partijen te vriend wil houden; opportunist; mooiprater.

tsutomenin勤人

(勤人) zn. gesalarieerd persoon m.; iemand met vast salaris; ambtenaar m.; beambte m.

tsuki

zn. toenadering v.; tegemoetkoming v. ¶ つきの惡い人 iemand, moeilijk in den omgang; ongenaakbaar persoon. ¶ つきの惡い炭 moeilijk ontvlambare kool. ¶ 附けなく斷る botweg weigeren.

tsukekomu附込む

(付け込む) t.w. (1) [帳簿に] boeken; inboeken. i.w. (2) [弱點に] gebruik maken van; speculeeren op. t.w. (3) [豫約] bespreken; reserveeren. ¶ 無智に附込む speculeeren op iemands onwetendheid.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

SUPPLEMENT (trefwoord)
aisuru愛する
¶ あなたが好きAnata ga suki yo ♀ Ik hou van je. 君が好きKimi ga suki da ♂ Ik hou van je. ¶ あなただけを愛してる Anata dake wo aishite'ru ♀ Alleen jou heb ik lief! Ik houd alleen van jou! ¶ 君だけを愛してる Kimi dake wo aishite'ru ♂ Alleen jou heb ik lief! ik houd alleen van jou! ¶ 他のも愛してない Hoka no dare mo aishite'nai Er is niemand anders die ik liefheb.
kataru騙る
t.w. (iemand) bedriegen; (leugens) vertellen; voorwenden (iemand anders) te zijn. NB dit werkwoord is gelijkklinkend aan 語る kataru (o.a. praten; vertellen). ¶ けれども,今日はを騙らないつもりでいます。Keredomo, kyō wa uso wo kataranai tsumori de imasu. Echter, vandaag ben ik niet van plan om leugens te vertellen. [blog] ¶ そちらはOperaにIE6を騙らせたらうまく行きましたが… Sochira wa Opera ni IE6 wo katarasetara umaku ikimashita ga.. Als ik daar Opera liet voorwenden IE6 te zijn ging het evenwel goed... [slashdot.jp]
shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <iemand>
イメージ imēji (1) beeld; conceptie; denkbeeld; idee in de geest; (2) indruk; impressie; bepaald beeld over iets; iemand
人;ヒト hito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
演劇人 engekijin iemand; mens van het toneel; toneelrot
mono persoon; figuur; personage; iemand; ene; degene; sommigen
誰か dareka (1) iemand; deze of gene; (2) je-weet-wel (-wie)
誰でも daredemo om het even wie; wie dan ook; wie ook; iemand; iedereen; alleman
辺り watari (1) omgeving; buurt; nabijheid; (2) [euf.] een niet nader te noemen persoon; iemand; een; (3) [euf.] plek waar iemand zich bevindt
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.52 sec. jiten.nl: 59 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'iemand'). 
2005-2026