
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
shūtai・醜態
zn. ergerlijke toestand m.; onbetamelijkheid v.; onfatsoenlijk gedrag o. ¶ 醜態を顯はす zich aanstootelijk vertoonen.
furi・振
(振り) (1) [ぶらぶらすること] schommeling v.; slingering v.; trilling v. (2) [仕振] manier van doen; wijze v. (3) [態度] gedrag o.; optreden o. (4) [姿] uiterlijk o. (5) [見せかけ] mom o.; schijn m. ¶ 風をする voorgeven; doen alsof. ¶ 知らぬ振りをする zich van den domme houden. ¶ 刀一振り een zwaardslag.
kikō・奇行
(畸行) zn. zonderling gedrag o.; eccentriciteit v.
kudoku・功德
(功徳) zn. verdienste v.; vrome daad v.; godgevallig gedrag o.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
shiburi・仕振
銀行員は「仕振」(しぶり)という言葉を使う。約束の時間を守るか、期限通りに必要書類を提出するか、言葉遣いは丁寧か、等といった顧客の定性的な側面を評価するために用いる言葉だ。あまりにも仕振が悪い、と評価されると、どれだけ定量面では良好な属性の顧客であっても取引を断ることがある。 (twitter)
Bankbedienden gebruiken het woord “仕振” (shiburi) [‘manier van doen; gedrag’]. Het is een woord dat ze gebruiken om aan te geven hoe een klant scoort op vragen als: is [hij of zij] punctueel, levert [hij of zij] de vereiste documenten binnen de gestelde termijn, is het taalgebruik [van de klant] beleefd, enzovoort. Indien de shiburi van de klant als te slecht wordt ingeschat, maakt het niet uit hoeveel goede kanten de klant verder nog heeft, de transactie wordt geweigerd.
Bankbedienden gebruiken het woord “仕振” (shiburi) [‘manier van doen; gedrag’]. Het is een woord dat ze gebruiken om aan te geven hoe een klant scoort op vragen als: is [hij of zij] punctueel, levert [hij of zij] de vereiste documenten binnen de gestelde termijn, is het taalgebruik [van de klant] beleefd, enzovoort. Indien de shiburi van de klant als te slecht wordt ingeschat, maakt het niet uit hoeveel goede kanten de klant verder nog heeft, de transactie wordt geweigerd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gedrag>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
マナー manaa (1) manieren; gedrag; etiquette; (2) heerlijkheid; riddergoed; havezate
仕草 shigusa (1) gebaar; lichaamshouding; houding; geste; gesticulatie; gedrag; (2) [ton.] manier van acteren; acteerstijl; stijl
動作 dousa (1) beweging; gebaar; geste; gesticulatie; (2) houding; postuur; gedrag; manier van doen; optreden; manieren; (3) [m.b.t. machine] werking
品行 hinkou gedrag; wandel
態度 taido (1) gedrag; manier van doen; handelen; houding; gedraging; optreden; handel en wandel; postuur; contenance; contenantie; [w.g.] tournure; (2) attitude; instelling; opstelling; positie
所作 shosa (1) daad; handeling; (2) houding; gedrag; gedraging; gesticulatie; postuur; [演技の] acteerwerk; optreden; pantomimiek; (3) [kabuki] dansbeweging; dans; (4) [boeddh.] karma; (5) werk; beroep
挙動 kyodou gedrag; houding; optreden; gedraging; handelwijze; manier van doen; doen en laten; handelingen; daden
挙措 kyoso gedrag; gedraging; houding; attitude; optreden; manieren; gedraging
挙 kyo (1) gedrag; stap; maatregel; move; daad; poging; onderneming; (2) aanbeveling; (a) opsteken; (b) voorleggen; aanbrengen; (c) opsommen; oplijsten; (d) bevorderen; in rang verhogen; (e) arresteren; (f) houden; verrichten; (g) bewegingen; houding; (h) allen; gezamenlijk
振る舞い furumai (1) gedrag; gedraging; houding; optreden; handelswijze; manier van doen; manieren; (2) traktatie
業 gyou (1) roeping; beroep; (2) industrie; onderneming; (3) studies; (4) gedrag; uitvoering
止 shi (a) halt houden; roerloos blijven; (b) activiteit staken; stoppen; ophouden; (c) gedrag; houding
気配 kehai (1) teken (dat een persoon gewaarwordt in zijn omgeving); indicatie; symptoom; (2) blijk; schijn; uiterlijk; (3) voorteken; omen; (4) gedrag; optreden; houding
独走 dokusou (1) het rennen op z'n eentje; (2) [sportt.] het met grote voorsprong op kop lopen; enorme voorsprong; (3) eigenmachtig optreden; gedrag
真似 mane (1) imitatie; nabootsing; na-aperij; na-aping; namaking; simulatie; navolging; mimesis; [kunst] mimicry; (2) gedrag; gedraging; optreden; handeling; houding; manieren; (3) simulatie; voorwending; veinzerij
素振り soburi gedrag; houding; manier van doen; optreden; air
素行 sokou gedrag; optreden; handelwijze; gedraging; gangen; houding; [veroud.] conduite
自愛 jiai (1) het zorg dragen voor zichzelf; het zich in acht nemen; eigenliefde; (2) overleg; verstandig beleid; gedrag; zelfachting; zelfrespect; (3) eigenbelang; zelfzucht; egoïsme; narcisme; (4) zelfbehoud; (5) waardevol; gewaardeerd; geacht
行い okonai (1) daad; handeling; optreden; gangen; bedrijf; (2) gedrag; houding; gedraging
行儀 gyougi manieren; gedrag
行動 koudou (1) handeling; daad; (2) actie; beweging; het handelen; (3) gedrag; handelwijze; houding; manieren; manier van doen; wandel; handel en wandel; (4) militaire operaties; krijgsverrichtingen
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'gedrag').
2005-2026
