日蘭辭典+

4 resultaten voor 「吹く」
日蘭辭典 (trefwoord)
kishō起床
zn. opstaan o. ¶ 起床する opstaan. ¶ 起床喇叭を吹く reveille blazen.
kaze
zn. (2) [] wind m. (2) [邪] koud v. (3) [隙間] tocht m. ¶ 一陣の windvlaag. ¶ が吹いて居ます het waait. ¶ を引いて居る verkouden zijn. ¶ ある winderig. ¶ なき stil; bladstil.
dabora駄法螺
zn. opsnijderij v.; bluf m. ¶ 駄法螺を吹く opsnijden; ophakken; bluffen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <吹く>
吹く fuku (1) [風が] waaien; blazen; (2) blazen (op); (3) uitstoten; uitbraken; spuwen; braken; opspuiten; uitspuiten; [fig.] doen uitbreken; voortbrengen; (4) [een fluitinstrument] bespelen; blazen op; spelen op; (5) opblazen; overdrijven; (6) metaalgieten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.29 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 1 treffer (zoekopdracht: '吹く'). 
2005-2026