日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘opstaan’
日蘭辭典 (trefwoord)
okiru起きる
i.w. (1) [起立] opstaan. (2) [眠覺] ontwaken; wakker worden. (3) [起座] op blijven. ¶ 起きて op; wakker. ¶ 今朝早く起きた ik ben vanmorgen vroeg opgestaan.
kishō起床
zn. opstaan o. ¶ 起床する opstaan. ¶ 起床喇叭を吹く reveille blazen.
asane朝寢
(朝寝) zn. lang slapen o. ¶ 朝寢する laat opstaan. ¶ 朝寢坊 langslaper; slaapkop.
asaoki朝起
(朝起き) zn. vroeg opstaan o. ¶ 朝起は三文の得 de morgenstond heeft goud in den mond.
hayai早い
(速い、疾い、捷い) bn. snel; vlug; spoedig; prompt; vroeg. ¶ 早いが in ’t kort gezegd. ¶ 仕事が早い vlug zijn werk doen. ¶ が早い hard kunnen loopen. ¶ 進步が早い snelle vorderingen maken; vlug vooruitkomen. ¶ 一刻も早いがよい hoe eerder hoe beter. ¶ 東京火事早い in Tokyo komt dikwijls brand voor. ¶ 君は朝は早いか sta je gewoonlijk vroeg op? ¶ 林檎もいでは早過ぎる het is nog te vroeg om appels te plukken.
diabun大分
bw. zeer; heel; in hevige mate. ¶ 大分早く起きる zeer vroeg opstaan. ¶ 大分經ってから na geruimen tijd. ¶ 大分なる het is lang geleden. ¶ 大分氣分がよい zich veel beter voelen.
za

zn. (1) [座席] zitplaats v. (2) [劇場] schouwburg m.; theater o. ¶ 座を起つ opstaan.

tsuttatsu突立つ

(突立つ) i.w. rechtop staan; plotseling opstaan; opspringen. ¶ 彼の髮の毛は突立つて居る zijn haren staan steil overeind.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opstaan>
立ち上がる tachiagaru (1) opstaan; (rechtop) gaan staan; overeind gaan staan; overeind komen; oprijzen; zich oprichten; (2) opkomen; opstaan; optreden; zich roeren; in actie komen; [in verzet;opstand;het geweer] komen (tegen); (3) er weer bovenop komen; weer overeind komen; opkrabbelen; overeind krabbelen; zich herstellen; (4) [sumō-jargon] vanuit hurkpositie aanvallen; toespringen; chargeren; attaqueren; (5) [comp.] opstarten; booten
立つ tatsu (1) overeind; rechtop gaan staan; overeind komen; opstaan; oprijzen; zich oprichten; zich opstellen; [scherts.] zich perpendiculariseren; (2) [教壇;歩哨;証言台に] staan; [立場に] zich stellen; [世に] zich vestigen; [i.h.b.] aan de kost komen; [矢;棘が] blijven steken; (3) [候補者に] zich kandidaat stellen (voor); kandidaat staan (voor); [候補に] kandideren (voor); [苦境に] verkeren; zich bevinden; [証人に] optreden; (4) ontstaan; zich vormen; zich ontwikkelen; rijzen; te voorschijn komen; [風が] opsteken; [春;秋が] beginnen; in zicht komen; [予算が] opgemaakt worden; [市が] gehouden worden; [噂;評判が] gaan; [理屈;言い訳;筋道が] opgaan; gelden; hout snijden; [面目;顔が] gered worden; (5) opkomen (voor); in actie komen; (6) [門;(雨)戸;障子が] (zich) sluiten; dichtgaan; (7) vertrekken (uit); verlaten; op weg gaan; zich op weg begeven; afreizen; tijgen; (8) "er" staan; vaardig zijn
ritsu (a) opstaan; (b) oprichten; maken; vastleggen; vaststaan; (c) beginnen; (d) bestaan; (e) bekleding met een waardigheid; investituur; (f) driedimensionaal; derdemachts-
ki (a) opstaan; opstijgen; zich verheffen; (b) aanvangen; starten; (c) begin; oorsprong
起きる;熾きる okiru (1) het bed verlaten; opstaan; uit bed komen; (2) ontwaken; wakker worden; uit de slaap bijkomen; (3) opstaan; recht gaan staan; terug rechtop gaan staan [na gevallen te zijn]; weer op de been komen; (4) gebeuren; voorvallen; zich voordoen; plaatsvinden; plaatsgrijpen; geschieden; (5) (熾きる) beginnen te branden; ontbranden; [m.b.t. brand] uitbreken; ontvlammen; in brand vliegen; vuur vatten
起き上がる okiagaru (1) opstaan; (recht) gaan staan; oprijzen; (2) rechtop gaan zitten; (3) overeind krabbelen
起床する kishōsuru opstaan; uit bed komen
起立 kiritsu (1) het opstaan; het gaan staan; het rechtstaan; het overeind komen; het oprijzen; (2) overeind!; opstaan!; gelieve op te staan!
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.52 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'opstaan'). 
2005-2026