
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yabukeru・破ける
i.w. breken; barsten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <barsten>
パンク panku (1) lek; gaatje; punctuur; bandenpech; [i.h.b.] lekke band; [spreekt.] platte band; (2) het knallen; barsten; springen van iets dat opgeblazen staat; (3) bevalling; verlossing; baring; partus; (4) overbelasting; forcering; (5) bankroet; failliet; faillissement; debacle; (6) punk
パンクする pankusuru (1) lek raken; gaan lekken; leeglopen; lekslaan; plat vallen; (2) knallen; barsten; springen; doorslaan; het begeven; op tilt springen; raken
傷付ける kizutsukeru (1) verwonden; blesseren; bezeren; kwetsen; een wond; wonden toebrengen aan; bewerken; toetakelen; (2) beschadigen; schade berokkenen; toebrengen; aantasten; krassen maken; bekrassen; bekerven; een barst; een kerf; barsten; kerven maken in; (3) [fig.] grieven; krenken; kwetsen; kneuzen; deren; afbreuk doen aan; schaden; [名声を~] bekladden; belasteren; bezwadderen
入る iru (1) betreden; binnengaan; ingaan; (2) [in Kioto] afslaan van de noord-zuidlaan; (3) [仏門に~] toetreden tot; lid worden van; aankomen; (4) [涅槃に~] deelachtig worden; [悟道に~] bereiken; geraken tot; verwerven; (5) [念が~] besteed worden; (6) [太陽;月が~] ondergaan; (7) [ひびが~] barsten; breken; (8) [佳境に~] komen tot; bereiken; (9) [寒に~] aanbreken; beginnen; (10) […~] vanzelf …; (11) […~] aandachtig …; toegespitst …; terdege …
分裂する bunretsusuru (zich) splitsen; splijten; opsplitsen; uiteenvallen; barsten; splitten; desintegreren; versnipperen
切れる kireru (1) goed snijden; scherp zijn; (2) doorslaan; gek worden; (3) opgedragen raken; (4) opraken; uitgeput raken; leeg raken; [電池が] uitgewerkt raken; (5) aflopen; verstrijken; vervallen; (6) afbreken; tot een einde laten komen; (7) missen; niet hebben; (8) slim zijn; gewiekst zijn; scherpzinnig zijn; (9) gewond raken; gesneden worden; (10) barsten; in elkaar storten; het begeven; het niet houden; bezwijken
弾ける hajikeru (1) openbarsten; barsten; opensplijten; openspringen; (2) uitbarsten; uiteenspatten; uiteenbarsten; uiteenstuiven; rondvliegen; ontploffen; afgaan; [fig.] overlopen van; (3) afrijpen; volle rijpheid bereiken
潰れる tsubureru (1) bezwijken; het begeven; instorten; ineenstorten; vermorzeld raken; verpletterd raken; platgedrukt raken; [m.b.t. blaren;steenpuisten enz.] barsten; (2) [m.b.t. plannen] mislukken; in duigen vallen; [m.b.t. bedrijven] ten onder gaan; te gronde gaan; teloorgaan; verloren gaan; naar de maan gaan; [i.h.b.] failliet gaan; failleren; bankroet gaan; crashen; [fig.] springen; [fig.] buitelen; [fig.] eronderdoor gaan; [uitdr.] op de fles gaan; [fig.] over de kop gaan; [fig.] de deuren sluiten; (3) [m.b.t. (gebruiks)voorwerpen] afslijten; slijten; versleten raken; [声が] z'n stem kwijtraken; (4) [m.b.t. iets nuttigs] verloren gaan (aan); verspild worden; verkwanseld worden; verkwist worden; vermorst worden; (5) [emotioneel] instorten; in elkaar klappen; inklappen; van de kaart raken; (6) [door dronkenschap] buiten westen raken; voor lijk gaan liggen; uitgeteld raken; (7) [顔が] gezichtsverlies lijden; afgaan
爆発する bakuhatsusuru (1) ontploffen; exploderen; uitbarsten; detoneren; ploffen; barsten; springen; [inform.] klappen; uiteenspringen; uiteenbarsten; uit elkaar barsten; in de lucht springen; in de lucht vliegen; afgaan; tot ontploffing komen; (2) uitbarsten; losbarsten; uitvallen (tegen); uitbreken; ontsteken in; ontbranden in; ontvlammen in
破れる;敗れる yabureru (1) scheuren; openrijten; rijten; aan flarden gaan; rafelen; doorscheuren; (2) breken [bv. glas]; barsten; springen [bv. ballon]; verslijten [bv. schoenen]; slijten; begeven; ineenstorten [bv. land]; instorten; uiteenvallen; in elkaar storten; kapotgaan; stukgaan; collaberen; (3) [m.b.t. onderhandelingen] afspringen; afketsen; aan scherven liggen [bv. droom]; verstoord worden [bv. evenwicht]; teloorgaan; verloren gaan; (4) bedrogen uitkomen; mislukken [in de liefde]; teleurgesteld worden; [in zijn verwachtingen] beschaamd worden; gedwarsboomd worden; gefrustreerd worden; (5) [een wedstrijd] verliezen; het onderspit delven; bezwijken; (6) gewond zijn; verwond zijn; geblesseerd zijn; gekrenkt zijn; gekwetst zijn; gegriefd zijn; ontredderd zijn
破裂する haretsusuru ontploffen; afgaan; springen; barsten; ploffen
裂ける sakeru scheuren; openscheuren; openbreken; splijten; zich splitsen; barsten; kloven; [gew.;lit.t.] rijten; vaneenrijten; openrijten
Tijd: 1.27 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'barsten').
2005-2026
