
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ji-suru・侍する
i.w. bedienen.
tsukaikonasu・使いこなす
i.w. goed kunnen omspringen met.
tsukisoi・附添
zn. gevolg o.; bediende m. & v.; volgeling m.; verpleegster (病人の) v.; (子供の) verzorgster v.; kindermeid v. ¶ 附添婦人 chaperonne (佛語). ¶ 附添ふ gezelschap houden; bedienen; zorgen voor; begeleiden; chaperonneeren; meegaan met; vergezellen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bedienen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仕える tsukaeru dienen bij; in dienst zijn van; bedienen; ten dienste staan; werken voor; bijstaan; verzorgen; zorgen voor
伽をする togiwosuru (1) bedienen; dienen; verzorgen; (2) gezelschap houden; vergezelschappen; (3) vermaken; entertainen; amuseren
侍る haberu bedienen; dienen; ten dienste staan; terzijde staan
候ふ saurafu (1) dienen; bedienen; ten dienste staan; (2) [werkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van aru] zijn; zich bevinden; hebben; (3) [werkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van iru] zijn; zich bevinden; (4) […さうらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van dearu]; (5) […さうらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsuitgang]
候ふ saburafu (1) dienen; bedienen; ten dienste staan; (2) [hum.] bezoeken; zich begeven naar; toegaan naar; (3) [hum.] in het bezit zijn van; (4) [hoff.] zich bevinden; verblijven; vertoeven; (5) […さぶらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van aru]; (6) […さぶらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsuitgang]
候ふ samorafu (1) wachten op een goede gelegenheid; afwachten; verbeiden; beiden; (2) dienen; bedienen; in dienst zijn van
動かす ugokasu (1) in beweging brengen; doen bewegen; bewegen; aandrijven; drijven; (2) verplaatsen; verzetten; de positie van iets veranderen; elders; anders zetten; (3) doen schommelen; schommelen; schudden; (4) rijden; [een voertuig] besturen; [een machine;toestel] doen functioneren; bedienen; laten draaien; laten werken; aan de gang brengen; aan de praat brengen; (5) [een leger;troepen;mankracht] mobiliseren; inzetbaar maken; voor actie klaarmaken; (6) veranderen; wijzigen; [binnen een bedrijf personeel] herschikken; (7) ontkennen; (8) [心を] roeren; ontroeren; treffen; in beroering brengen; in het gemoed treffen; aangrijpen; aanpakken; tot het gemoed spreken; invloed hebben op; aandoen; beïnvloeden; prikkelen
取り扱う toriatsukau (1) behandelen; aanpakken; doen in; verwerken; in behandeling nemen; afhandelen; regelen; uitvoeren; (2) bejegenen; behandelen; tegemoet treden; omgaan met; omspringen met; [w.g.] rondspringen met; (3) bedienen; hanteren
奉仕する houshisuru (1) dienen; zich ten dienste stellen (van); in dienst zijn van; bedienen; (2) voor een zacht prijsje verkopen; goedkoop van de hand doen
応対する outaisuru onthalen; ontvangen; behandelen; bejegenen; bedienen
授ける sazukeru (1) geven; verlenen; toekennen; uitreiken; bekleden met; begiftigen; bedelen; gunnen; toedienen; [終油の秘蹟を] van de laatste sacramenten voorzien; bedienen; [Belg.N.] berechten; [洗礼を] dopen; (2) onderrichten; onderwijzen; geven; doceren; instrueren
操る ayatsuru (1) hanteren; manoeuvreren; werken met; (2) bedienen; besturen; [m.b.t. paard enz.] mennen; (3) manipuleren; bespelen; bewerken; naar zijn hand zetten; stellen; machineren
操作する sousasuru (1) bedienen; hanteren; behandelen; besturen; (2) manipuleren
操縦する soujuusuru (1) [機械 を] bedienen; hanteren; werken met; [飛行機 を] vliegen met; navigeren[船 を] varen met; sturen; besturen; navigeren; (2) manoeuvreren; manipuleren
盛る moru (1) (op)stapelen; op(een)hopen; op een hoop leggen; tassen; (2) serveren; opdienen; opscheppen; vullen; inscheppen; opdissen; aanbrengen; bedienen; (3) [vergif] toedienen; (4) [een schaalverdeling] aanbrengen; [van een schaalverdeling] voorzien; gradueren; kalibreren; (5) vervatten in [zekere bewoordingen]
給仕する kyuujisuru bedienen; dienen; tafeldienen; opdienen; serveren
陪 bai (a) dienen; bedienen; (voornaam gezelschap) terzijde staan; (de eer hebben te) begeleiden; (b) onderleenman; achterleenman
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'bedienen').
2005-2026
