日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘bediende’
日蘭辭典 (trefwoord)
otoko
zn. (1) [子] man m.; volwassen man (大人) m. (下僕) bediende m.; knecht m.; mannelijkheid (子の意氣) v. (2) [情夫] minnaar m. ¶ の mannelijk. ¶ 盛り bloei van de mannelijke kracht; kracht van het leven. ¶ になる (が) climacterische leeftijd bereiken. ¶ 今度赤ちゃんですかですか is het een jongen of een meisje? ¶ 知らず maagdelijk.
yatoi
(傭、傭い、雇い) zn. dienst m.; huur v.; (雇人) employé m.; beambte m. ¶ 雇外國人 vreemdeling in dienst van Japanners. ¶ 雇賃 loon; bezoldiging; huur. ¶ 雇口 baantje; betrekking; dienst; werk. ¶ 傭兵 huurling; huurtroepen. ¶ 雇入れ dienst; in-dienstneming. ¶ 雇入れる in dienst nemen; huren; charteren (を). ¶ 雇人 bediende; employé. ¶ 雇人口入所 bediendenkantoor; verhuurkantoor van personeel; arbeidsbeurs. ¶ 雇主 werkgever; baas.
kozukai小使

zn. loopjongen m.; bediende m.

yakko

zn. bediende m.; slaaf m. ¶ 戀の奴 slaaf der liefde.

uriko賣子

(売子) zn. verkooper m.; winkel bediende m.; (女) winkeljuffrouw v.; verkoopster v.

tsukisoi附添

zn. gevolg o.; bediende m. & v.; volgeling m.; verpleegster (病人の) v.; (子供の) verzorgster v.; kindermeid v. ¶ 附添婦人 chaperonne (佛語). ¶ 附添ふ gezelschap houden; bedienen; zorgen voor; begeleiden; chaperonneeren; meegaan met; vergezellen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bediende>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お付き otsuki (1) bediende; dienaar; knecht; vazal; (2) kamerheer; hofdame; (3) begeleider; metgezel; (4) gevolg; entourage
お手伝いさん otetsudaisan dienstmeisje; meid; werkster; hulpje; helpster; bediende
アテンダント atendanto (1) bediende; steward; (2) begeleider; suppoost
ウェーター weetaa kelner; ober; [Belg.N.;spreekt.] garçon; serveerder; bediende
ウエイトレス ueitoresu serveerster; dienster; bediende; serveuse; [als aanspreekvorm] juffrouw!
ウエートレス ueetoresu serveerster; dienster; bediende; serveuse; [als aanspreekvorm] juffrouw!
クラーク kuraaku (1) klerk; kantoorbeambte; schrijver; (2) winkelbediende; bediende; (3) koelak; rijke Russische boer; (4) Clark; Clarke; Clerk; Clerke
ボイ boi (1) jongen; joch; knaap; knul; boy; (2) kelner; ober; bediende; commis; bode; booi; boy; jongmaatje; [i.h.b.] piccolo; hoteljongen; groom; kruier; [Barg.] wout
ボーイ booi (1) jongen; joch; knaap; knul; boy; (2) kelner; ober; bediende; commis; bode; booi; boy; jongmaatje; [i.h.b.] piccolo; hoteljongen; groom; kruier; [Barg.] wout
chou (1) [Jap.gesch.] volwassen man tussen de 21 en 60 jaar; (2) even getal; [i.h.b.] even aantal ogen op een dobbelsteen; (3) stadswijk; buurt; chō; (4) [gevoegd voor Sino-Japanse telwoorden] precies; exact; op de kop af; (5) [maatwoord voor gereedschap en wapens;bv. messen;speren;bogen;roeiriemen;spades;schoffels;strijkbouten;vuurwapens]; (6) [maatwoord voor strijk- en snaarinstrumenten;bv. violen;viola's;shamisens;gitaren]; (7) [maatwoord voor geschraagde of getrokken vervoermiddelen;bv. draagstoelen;draagschrijnen;riksja's]; (8) [maatwoord voor staafvormige verbruiksgoederen;bv. inktblokjes;kaarsen]; (9) [maatwoord voor vaten met sake;shoyu e.d.]; (a) even getal; (b) vel gebonden papier; (c) stadswijk; buurt; (d) volwassen man onder het ritsuryō-systeem 律令制; (e) dienstbode; bediende; knecht; (f) kruidnagelboom; Syzygium aromaticum; (g) naam van een zilverstuk uit de Edo-tijd; (h) klanknabootsing voor wapengekletter
下役 shitayaku ondergeschikte; bediende; beambte; onderhorige
下郎 gerou (1) knecht; dienstknecht; huisknecht; lijfknecht; dienaar; bediende; (2) [min.] pummel; lul; lomperd; hufter; kinkel; boer
下部 shimobe dienaar; bediende; knecht; dienstbode
事務員 jimuin (1) kantoorbediende; bediende; kantooremployé; employé; kantoorbeambte; beambte; administratief medewerker; (2) [scheepv.] administrateur; purser
togi (1) verpleging; (2) verpleger; verpleegster; (3) bediening; (4) bediende; dienaar; (5) entertainer
使用人 shiyounin (1) employé; werknemer; medewerker; bediende; (2) dienaar; bediende; knecht
側近 sokkin (1) nabijheid; proximiteit; (2) naaste medewerker; rechterhand; assistent; bediende; [verzameln.] staf; entourage; omgeving
召使 meshitsukai dienaar; dienares; bediende; dienstbode; dienstknecht; dienstmeisje; dienstmeid; huisbediende; huisknecht; huismeid; knecht; meid; huishoudhulp; [form.] dienstmaagd
店員 tenin (1) winkelbediende; winkelassistent; bediende; personeel in een winkel; verkoper; winkeljongen; winkelknecht; winkelheer; [pej.] winkelpik; winkelpersoneel; (2) winkelbediende; winkelassistente; verkoopster; winkeldame; winkeljuffrouw; winkeljuffer; winkelmeisje; winkelpersoneel
従業員 juugyouin werknemer; personeelslid; employé; bediende; [verzameln.] personeel; staf
手下 teka ondergeschikte; bediende; dienaar; volgeling; loopjongen; [魔術師;学者の] famulus; [verzameln.] gevolg
手下 teshita ondergeschikte; bediende; dienaar; volgeling; loopjongen; [魔術師;学者の] famulus; [verzameln.] gevolg
新参 shinzan (1) toetreding als nieuweling; (2) nieuwkomer; nieuwaangekomene; newcomer; nieuweling; nieuwe; novice; (3) nieuwe indiensttreding; (4) nieuwe werknemer; bediende
otoko (1) man; persoon van het mannelijke geslacht; (2) kerel; vent; makker; baas; oude baas; oude knar; (3) volwassene; volwassen man; (4) knecht; huisknecht; dienstbode; bediende; dienaar; (5) mannelijkheid; viriliteit; manhaftigheid; flinkheid; eer; reputatie; goede naam; eergevoel; ponteneur; (6) minnaar; geliefde; vrijer; lief; beminde
給仕 kyuuji (1) huisbediende; bode; bediende; dienaar; page; (2) schenker; schenkster; (3) ober; kelner; kelnerin; serveerder; serveerster; dienster; [Belg.N.] garçon; [船の] hofmeester; steward; stewardess; (4) [会社の] kantoorjongen; kantoormeisje; loopjongen; loopmeisje; boodschappenjongen; boodschappenmeisje; boodschapjongen; boodschappenloper; krullenjongen; loopknecht; chasseur; [ほてるの] hoteljongen; piccolo; [船の] scheepsjongen; kajuitsjongen; scheepsmaatje; hutbediende; [酒場の] kroeghulpje; barkeeper; bartender; tapper; tapster; barman; barmeisje; (5) bediening; het bedienen; (6) tafeldienst; [i.h.b.] het tafeldienen; service
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.65 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'bediende'). 
2005-2026