日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘begeleiden’
日蘭辭典 (trefwoord)
aitomonau愛伴ふ
(愛伴う) i.w. begeleiden; samengaan. ¶ 愛伴ふ事情 bijkomende omstandigheden.
tomo
zn. vriend m.; makker m.; kameraad m. ¶ とする te vriend houden. ¶ ......とになる bevriend worden met; vriendschap sluiten. ¶ reisgenoot; reismakker; reisgezelschap. ¶ お伴する begeleiden; gezelschap houden vergezellen.
zuihan隨伴

(随伴) zn. begeleiding v. ¶ 隨伴する vergezellen; begeleiden; in het gevolg zijn; volgen. ¶ 隨伴者 volgeling; gevolg. ¶ 隨伴音 zweving.

tsurebiki連彈

(連弾) zn. accompagnement o.; begeleiding v. ¶ 連彈する begeleiden; accompagneeren; tezamen spelen.

tsukisoi附添

zn. gevolg o.; bediende m. & v.; volgeling m.; verpleegster (病人の) v.; (子供の) verzorgster v.; kindermeid v. ¶ 附添婦人 chaperonne (佛語). ¶ 附添ふ gezelschap houden; bedienen; zorgen voor; begeleiden; chaperonneeren; meegaan met; vergezellen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <begeleiden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お供する otomosuru begeleiden; vergezellen; meegaan; geleide doen; escorteren
エスコートする esukootosuru escorteren; begeleiden; geleide doen
コーチする koochisuru coachen; trainen; begeleiden
一緒する isshosuru [ご~] vergezellen; begeleiden; meegaan
付いて行く tsuiteiku (1) volgen; achternalopen; achternagaan; (2) meegaan; meekomen; begeleiden; vergezellen; (3) bijhouden; bijblijven; gelijke tred houden; (4) [fig.] meegaan met; bijvallen; het eens zijn met; akkoord gaan met; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden
付き添う tsukisou bijstaan; begeleiden; geleiden
付随する fuzuisuru begeleiden; geleiden; vergezellen; gepaard gaan; samengaan; samenhangen; op de voet volgen
伴う tomonau (1) meebrengen; meenemen; meegaan [met zijn tijd enz.]; (2) met zich meebrengen; met zich brengen; impliceren; meeslepen; in zijn gevolg hebben; gepaard gaan met; vergezeld gaan van; vergezellen; samengaan met; begeleiden; gelijk optreden met; hand in hand gaan; [m.b.t. moeilijkheden;risico] eraan verbonden zijn; (3) in overeenstemming zijn met; passen bij; samengaan met; overeenstemmen met; overeenkomen met; stroken met; aansluiten bij; harmoniëren met
伴する tomosuru begeleiden; vergezellen; volgen
伴奏する bansousuru [muz.] begeleiden; accompagneren
han (a) gezel; kameraad; (b) vergezellen; begeleiden; partner zijn
ban (1) Ban; (a) vergezellen; begeleiden; partner zijn; (b) accompagneren
同伴する douhansuru vergezellen; gezelschap houden; begeleiden; geleide doen
大連 oozure groot gevolg; het in groten getale vergezellen; begeleiden
導く michibiku (1) leiden; gidsen; de weg wijzen; geleiden; begeleiden; opbrengen; (2) koers doen zetten; in een bepaalde richting doen gaan; loodsen; voeren
zoku (1) gezel; lid; verwant; medestander; (2) ondergeschiktheid; subordinatie; onderhorigheid; afhankelijkheid; (3) volgeling; onderdaan; ondergeschikte; onderhorige; (4) [Jap.gesch.] sakan 主典 [ambtenaar der 4e klasse in het ritsuryō-systeem]; (5) [Jap.gesch.] ambtenaar der hannin 判任-klasse in Meiji-Japan; klerk; (6) [biol.] geslacht; genus; (a) behoren; volgen; begeleiden; (b) overlaten; opdragen; (c) gezel; verwant; (d) [biol.] geslacht; genus
引率する insotsusuru leiden; begeleiden; loodsen; aanvoeren; voorop lopen; vooraf gaan; aan het hoofd staan
従う shitagau (1) volgen; begeleiden; vergezellen; aan de zijde gaan van; [時勢に] meegaan met; afdrijven met; (2) gehoorzamen; gehoorzaam zijn; opvolgen; zich houden aan; volgen; luisteren naar; zich schikken naar; zich regelen naar; zich voegen naar; naleven; handelen overeenkomstig; [規則に] in acht nemen; [判決に] zich neerleggen bij; eerbiedigen; (3) gehoorzamen (aan); toegeven aan; buigen; zich laten leiden; meeslepen door; zwichten; zich onderwerpen; zich plooien; zich neerleggen bij; (4) [職業に] uitoefenen; beoefenen; dienen (als); werkzaam zijn als; (5) afhangen van
shou (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; navolgen; (c) kalm; beheerst; (d) verticaal; noord-zuid
juu (1) nevenbelang; bijbelang; bijzaak; bijkomstigheid; zaak van bijkomend; ondergeschikt; secundair belang; (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; opvolgen; (c) werkzaam zijn bij; meewerken aan; (d) [markeert een beginpunt;passagepunt]; (e) bloedverwant in de derde of verdere graad
手引する tebikisuru (1) gidsen; leiden; geleiden; begeleiden; coachen; (2) laten kennismaken met; voorlichten; op de hoogte brengen; invoeren; introduceren; inleiden
指導する shidousuru leiden; begeleiden; coachen; gidsen; counselen; instrueren
案内する annaisuru (1) gidsen; leiden; geleiden; begeleiden; loodsen; de weg wijzen; rondleiden; voorgaan; escorteren; brengen naar; voeren naar; (2) berichten; inlichten; informeren; op de hoogte brengen; stellen; in kennis stellen; (3) uitnodigen; nodigen; noden; [arch.] uitnoden; [form.] inviteren; vragen
添う;副う sou (1) begeleiden; vergezellen; meegaan; [w.g.] accompagneren; (2) zich schikken naar; zich voegen naar; gehoorzamen; voldoen aan; gehoor geven aan; vervullen; bevredigen; beantwoorden aan; handelen overeenkomstig ~; tegemoet komen aan; waarmaken; tevredenstellen; (3) huwen; trouwen; in de echt treden; gaan; in het huwelijk treden; een echtpaar; koppel worden
補導する hodousuru begeleiden; leiden; gidsen; opvangen
護衛する goeisuru bewaken; waken over; behoeden; escorteren; beschermen; geleiden; begeleiden
護送する gosousuru (1) begeleiden; escorteren; geleide doen; (2) [被収容者を] overplaatsen; wegvoeren; deporteren
送る okuru (1) zenden; sturen; opsturen; verzenden; versturen; (2) uitgeleide doen; uitleiden; wegbrengen; naar buiten leiden; uitlaten; (3) begeleiden; vergezellen; escorteren; onder bewaking zenden; [i.h.b.] chaperonneren; (4) [月日を] besteden; spenderen; [生活を] leiden; doorbrengen; (5) [送り仮名を] okurigana toevoegen
連行する renkousuru escorteren; begeleiden; geleiden; meenemen
bai (a) dienen; bedienen; (voornaam gezelschap) terzijde staan; (de eer hebben te) begeleiden; (b) onderleenman; achterleenman
随伴する zuihansuru begeleiden; vergezelling; vergezelschappen; gezelschap houden
随行する zuikousuru begeleiden; geleiden; vergezellen; dicht volgen; achternalopen; meelopen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.83 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'begeleiden'). 
2005-2026