
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
zuikō・隨行
(随行) zn. reisgezelschap o.; begeleiding op reis. ¶ 隨行する op reis vergezellen; in het gevolg reizen. ¶ 隨行員 volgelingen; gevolg.
zuihan・隨伴
(随伴) zn. begeleiding v. ¶ 隨伴する vergezellen; begeleiden; in het gevolg zijn; volgen. ¶ 隨伴者 volgeling; gevolg. ¶ 隨伴音 zweving.
tsukisoi・附添
zn. gevolg o.; bediende m. & v.; volgeling m.; verpleegster (病人の) v.; (子供の) verzorgster v.; kindermeid v. ¶ 附添婦人 chaperonne (佛語). ¶ 附添ふ gezelschap houden; bedienen; zorgen voor; begeleiden; chaperonneeren; meegaan met; vergezellen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <volgeling>
亜流 aryū epigoon; imitator; navolger; volgeling; nabloeier
伴 tomo (1) begeleider; gezel; volgeling; (2) [no-term] gezel van de hoofdrolspeler; (3) [Jap.gesch.] tomo [= functionaris aan het Yamato-hof]; (4) Tomo
信奉者 shinpōsha gelover; gelovige; aanhanger; volgeling; adept; belijder; [verzameln.] aanhang
信徒 shinto [rel.] gelovige; aanhanger; volgeling; discipel; [verzameln.] gemeente; kudde
信者 shinja (1) [rel.] gelovige; gelover; (2) aanhanger; volgeling; adherent
子分 kobun (1) aanhanger; volgeling; [verzameln.] aanhang; gevolg; [i.h.b.] trawant; handlanger; (2) aangenomen kind; adoptiekind; geadopteerd kind; stiefkind; (3) rente; interest; intrest
家来 kerai (1) vazal; leenman; leenhouder; (2) volgeling; getrouwe; [verzameln.] gevolg
属 zoku (1) gezel; lid; verwant; medestander; (2) ondergeschiktheid; subordinatie; onderhorigheid; afhankelijkheid; (3) volgeling; onderdaan; ondergeschikte; onderhorige; (4) [Jap.gesch.] sakan 主典 [ambtenaar der 4e klasse in het ritsuryō-systeem]; (5) [Jap.gesch.] ambtenaar der hannin 判任-klasse in Meiji-Japan; klerk; (6) [biol.] geslacht; genus; (a) behoren; volgen; begeleiden; (b) overlaten; opdragen; (c) gezel; verwant; (d) [biol.] geslacht; genus
幕下 bakka (1) plaats binnenin; aan de voet van een tentenkampement; (2) shogunaal hoofdkwartier; zetel van het bakufu; bestuurszetel; regeringszetel; (3) bakka [Sino-Japanse aanduiding voor de Konoe no daishō 近衛大将 (= overste van de Keizerlijke Garde)]; (4) bakka [titel van een shogun of generaal]; (5) shogunale vazallen; leenmannen; [i.h.a.] ondergeschikte; volgeling; aanhanger
弟子 deshi leerling; pupil; discipel; volgeling; adept; [i.h.b.] leerjongen; [verzameln.] aanhang
手下 teka ondergeschikte; bediende; dienaar; volgeling; loopjongen; [魔術師;学者の] famulus; [verzameln.] gevolg
手下 teshita ondergeschikte; bediende; dienaar; volgeling; loopjongen; [魔術師;学者の] famulus; [verzameln.] gevolg
追随者 tsuizuisha volgeling; navolger; aanhanger; [verzameln.] aanhang; epigoon; imitator; na-aper; nabootser; copycat
門下 monka (1) het in de leer zijn bij; [i.h.b.] leerling; pupil; discipel; volgeling; (2) kostganger
門下生 monkasei volgeling; discipel; aanhanger; leerling; adept
門人 monjin leerling; pupil; discipel; volgeling
門弟 montei leerling; pupil; discipel; volgeling
随行員 zuikōin begeleider; volgeling; attaché; [verzameln.] gevolg; entourage; suite
Tijd: 1.33 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'volgeling').
2005-2026
