
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tomo・友
zn. vriend m.; makker m.; kameraad m. ¶ 友とする te vriend houden. ¶ ......と友になる bevriend worden met; vriendschap sluiten. ¶ 旅の友 reisgenoot; reismakker; reisgezelschap. ¶ お伴する begeleiden; gezelschap houden vergezellen.
shitagau・從ふ
(従う) i.w. (1) [降服] gehoorzamen. t.w. (2) [追隨] volgen; i.w. meegaan met. t.w.(3) [隨行] vergezellen. (4) [從事] uitoefenen. ¶ 規則に從ふ voorschriften opvolgen; zich houden aan de regels. ¶ 大勢に從ふ met zijn tijd meegaan. ¶ 硏究に從ふ onderzoek houden. ¶ 君の説に從へば volgens uwe meening. ¶ 君の御決定に從ひます ik onderwerp me aan uwe beslissing.
zuikō・隨行
(随行) zn. reisgezelschap o.; begeleiding op reis. ¶ 隨行する op reis vergezellen; in het gevolg reizen. ¶ 隨行員 volgelingen; gevolg.
zuihan・隨伴
(随伴) zn. begeleiding v. ¶ 隨伴する vergezellen; begeleiden; in het gevolg zijn; volgen. ¶ 隨伴者 volgeling; gevolg. ¶ 隨伴音 zweving.
uchitsureru・打連れる
i.w. vergezellen.
tsuredatsu・連立つ
(連れ立つ) i.w. vergezellen; medegaan.
tsukisoi・附添
zn. gevolg o.; bediende m. & v.; volgeling m.; verpleegster (病人の) v.; (子供の) verzorgster v.; kindermeid v. ¶ 附添婦人 chaperonne (佛語). ¶ 附添ふ gezelschap houden; bedienen; zorgen voor; begeleiden; chaperonneeren; meegaan met; vergezellen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vergezellen>
お付き合いする otsukiaisuru (1) gezelschap houden; vergezellen; meelopen; (2) omgaan met; zich inlaten met
お供する otomosuru begeleiden; vergezellen; meegaan; geleide doen; escorteren
一緒する isshosuru [ご~] vergezellen; begeleiden; meegaan
付いて行く tsuiteiku (1) volgen; achternalopen; achternagaan; (2) meegaan; meekomen; begeleiden; vergezellen; (3) bijhouden; bijblijven; gelijke tred houden; (4) [fig.] meegaan met; bijvallen; het eens zijn met; akkoord gaan met; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden
付き合う tsukiau (1) omgaan met; optrekken met; zich ophouden met; in gezelschap verkeren van; [bep. mensen enz.] zien; betrekkingen onderhouden met; omgang hebben met; contacten hebben met; [slecht;goed enz.] kunnen opschieten met; [goed;nauwelijks enz.] bevriend zijn met; [i.h.b.] verkering hebben met; een relatie hebben (met); met elkaar gaan; uitgaan met; daten; vrijen; (2) gezelschap houden; het gezelschap zoeken van; vergezellen; meedoen met
付く;附く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen;litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen;gewoonte;naam;idee enz.] krijgen; [energie;kennis;ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact;connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen;infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper;duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
付随する fuzuisuru begeleiden; geleiden; vergezellen; gepaard gaan; samengaan; samenhangen; op de voet volgen
伴う tomonau (1) meebrengen; meenemen; meegaan [met zijn tijd enz.]; (2) met zich meebrengen; met zich brengen; impliceren; meeslepen; in zijn gevolg hebben; gepaard gaan met; vergezeld gaan van; vergezellen; samengaan met; begeleiden; gelijk optreden met; hand in hand gaan; [m.b.t. moeilijkheden;risico] eraan verbonden zijn; (3) in overeenstemming zijn met; passen bij; samengaan met; overeenstemmen met; overeenkomen met; stroken met; aansluiten bij; harmoniëren met
伴する tomosuru begeleiden; vergezellen; volgen
伴 han (a) gezel; kameraad; (b) vergezellen; begeleiden; partner zijn
伴 ban (1) Ban; (a) vergezellen; begeleiden; partner zijn; (b) accompagneren
同伴する dōhansuru vergezellen; gezelschap houden; begeleiden; geleide doen
同行する dōkōsuru (1) meegaan; meekomen; meetrekken; meereizen; (2) vergezellen; gezelschap houden; vergezelschappen
従う shitagau (1) volgen; begeleiden; vergezellen; aan de zijde gaan van; [時勢に] meegaan met; afdrijven met; (2) gehoorzamen; gehoorzaam zijn; opvolgen; zich houden aan; volgen; luisteren naar; zich schikken naar; zich regelen naar; zich voegen naar; naleven; handelen overeenkomstig; [規則に] in acht nemen; [判決に] zich neerleggen bij; eerbiedigen; (3) gehoorzamen (aan); toegeven aan; buigen; zich laten leiden; meeslepen door; zwichten; zich onderwerpen; zich plooien; zich neerleggen bij; (4) [職業に] uitoefenen; beoefenen; dienen (als); werkzaam zijn als; (5) afhangen van
従 shō (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; navolgen; (c) kalm; beheerst; (d) verticaal; noord-zuid
従 jū (1) nevenbelang; bijbelang; bijzaak; bijkomstigheid; zaak van bijkomend; ondergeschikt; secundair belang; (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; opvolgen; (c) werkzaam zijn bij; meewerken aan; (d) [markeert een beginpunt;passagepunt]; (e) bloedverwant in de derde of verdere graad
添う;副う sou (1) begeleiden; vergezellen; meegaan; [w.g.] accompagneren; (2) zich schikken naar; zich voegen naar; gehoorzamen; voldoen aan; gehoor geven aan; vervullen; bevredigen; beantwoorden aan; handelen overeenkomstig ~; tegemoet komen aan; waarmaken; tevredenstellen; (3) huwen; trouwen; in de echt treden; gaan; in het huwelijk treden; een echtpaar; koppel worden
送る okuru (1) zenden; sturen; opsturen; verzenden; versturen; (2) uitgeleide doen; uitleiden; wegbrengen; naar buiten leiden; uitlaten; (3) begeleiden; vergezellen; escorteren; onder bewaking zenden; [i.h.b.] chaperonneren; (4) [月日を] besteden; spenderen; [生活を] leiden; doorbrengen; (5) [送り仮名を] okurigana toevoegen
連れる tsureru (1) meegaan (met); (2) vergezellen; meenemen (naar); meebrengen (naar); mee hebben; bij zich hebben; vergezeld zijn van
銜える;啣える;咥える kuwaeru (1) in de mond nemen; tussen de tanden nemen; (2) vergezellen; iemand meenemen naar; zich laten vergezellen door; gaan in het gezelschap van
随行する zuikōsuru begeleiden; geleiden; vergezellen; dicht volgen; achternalopen; meelopen
Tijd: 1.24 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'vergezellen').
2005-2026
