日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘berekenen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kanjō勘定
zn. rekening v.; afrekening (決算) v. ¶ 勘定する berekenen; rekening opmaken. ¶ 決算する afrekenen; betalen. ¶ 勘定はいくら hoeveel is het bij elkaar? ¶ 勘定をして下さい mag ik mijn rekening hebben? ¶ 勘定をしませう ik zal wel betalen. ¶ 勘定違ひ misrekening. ¶ 勘定違ひをする zich verrekenen. ¶ 勘定書 rekening. ¶ 勘定saldo.
tsumoru積る

(積もる) i.w. zich ophoopen; opgestapeld worden; oploopen; t.w. begrooten; berekenen; schatten. ¶ 積り積りて八百圓 het is geleidelijk opgeloopen tot een bedrag van 800 yen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <berekenen>
弾く hajiku (1) [m.b.t. knikker;munt] schieten; wegschieten; wegknippen (met de vingers); knippen; wegtikken; tikken; knikkeren; betokkelen; tokkelen; (2) afstoten; doen afstuiten; (3) [m.b.t. telraam] bedienen; telschijfjes doen verspringen; [i.h.b.] op het telraam rekenen; berekenen
思う omou (1) denken; (2) geloven; overtuigd zijn; vast vertrouwen op; (3) geneigd zijn; de neiging hebben tot; (4) beschouwen als; bezien als; vinden dat; houden voor; (zich) aanrekenen als; menen; achten; veronderstellen ~ te zijn; (5) verwachten; hopen; rekenen op; voorzien; (6) vrezen dat; bang zijn dat; bevreesd zijn dat; (7) zich verbeelden; zich voorstellen; zich indenken; zich een beeld vormen van; (8) veronderstellen; aannemen; gissen; berekenen; er van uit gaan dat; (9) zich herinneren; (10) van plan zijn te; de intentie hebben te; (11) wensen; verlangen; willen; begeren; (12) geïnteresseerd zijn in; belangstelling hebben voor; (13) beminnen; liefhebben; verliefd worden op; verliefd zijn op; verlangen naar; (14) zich afvragen of; (15) verdenken van; wantrouwen; mistrouwen; verdenken te
打算する dasansuru berekenen; de voor- en nadelen overwegen
測る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) inschatten; opmaken; raden; (trachten te) doorgronden; peilen; ramen; polsen; [fig.] sonderen
演算する enzansuru [wisk.] berekenen; uitwerken; becijferen
答える;応える;報える kotaeru (1) antwoorden; beantwoorden; een antwoord geven op; ten antwoord geven; repliceren; een repliek geven; (2) reageren op; reactie vertonen op; weerwerk geven; (3) oplossen; een oplossing vinden voor; eruit komen; berekenen; (4) belonen; vergelden; vergoeden; als loon geven voor; voldoening geven voor; een wederdienst bewijzen; (5) effect hebben; effect ressorteren; invloed hebben op; beïnvloeden; aangrijpen; aanpakken; treffen; een sterke indruk op het gevoel nalaten; een sterke indruk op het gestel maken; moeilijk zijn; hard zijn
算出する sanshutsusuru berekenen; uitrekenen; ramen; begroten; calculeren; becijferen
算定する santeisuru berekenen; taxeren; ramen; beramen; begroten; becijferen; calculeren; bepalen; taxeren; schatten
算用する san'yōsuru (1) berekenen; uitrekenen; becijferen; tellen; rekenen; calculeren; (2) rekeningen afhandelen; facturen betalen; afrekenen; vereffenen; voldoen; verrekenen; (3) inschatten; schatten; ramen; begroten; becijferen
chū (1) rekenstokjes; (a) rekenstokjes; berekenen; plan
見積もる mitsumoru (1) met timmermansoog schatten; beoordelen; (2) ramen; een schatting maken; begroten; berekenen; uitrekenen; taxeren; aanslaan; [損害を] bepalen; vaststellen
計る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur;de tijd enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) peilen; schatten; polsen; [fig.] sonderen; gronden; raden; inschatten; [ook fig.] taxeren; hoogte nemen; opnemen; opmaken; ramen; begroten; calculeren; (3) plannen; beramen; beproeven; (4) bedriegen; bedotten; beetnemen
計算する keisansuru (1) berekenen; uitrekenen; becijferen; besommen; (2) ramen; schatten; begroten; taxeren; (3) afrekenen; vereffenen; (het verschuldigde bedrag) betalen; (4) narekenen
運算する unzansuru berekenen; uitrekenen; becijferen; uitwerken; uitcijferen; sommen maken; calculeren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'berekenen'). 
2005-2026