
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
seifuku・正副
zn. (1) [人] hoofdpersoon en plaatsvervanger. (2) [書類] origineel en copie. ¶ 正副二通を作成する in duplo opmaken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opmaken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
メイクする meikusuru make-up aanbrengen; opdoen; make-uppen; schminken; maquilleren; opmaken; grimeren
メークする meekusuru make-up aanbrengen; opdoen; make-uppen; schminken; maquilleren; opmaken; grimeren
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
作る tsukuru (1) maken; vervaardigen; aanmaken; aanbrengen; vormen; [巣;機会;船を] bouwen; assembleren; fabriceren; in elkaar zetten; [区;庭を] aanleggen; [料理を] bereiden; klaarmaken; (2) [田を] bebouwen; cultiveren; [学生;教員を] opleiden; [性格を] ontwikkelen; vormen; opbouwen; (3) telen; kweken; verbouwen; (4) produceren; voortbrengen; [予算を] opstellen; opmaken; [文書;俳句を] schrijven; [計画;詩歌を] smeden; [楽曲を] componeren; (5) scheppen; [先例を] creëren; vormen; formeren; samenstellen; [新政府を] constitueren; [会社を] stichten; oprichten; vestigen; [時間;資金を] vrijmaken; [しわ;にきび;たこを] krijgen; (6) [口実を] verzinnen; fabriceren; kunstmatig vormen; construeren; [笑顔を] forceren; affecteren; faken; (7) [雄鶏が時を] kraaien
作成する;作製する sakuseisuru maken; opmaken; opstellen; vormen; aanmaken; [りすとを] aanleggen; vervaardigen; ontwerpen; formuleren; schrijven; bereiden; voorbereiden; [jur.] verlijden
使い果たす;遣い果たす tsukaihatasu opmaken; opgebruiken; uitputten; opsouperen
厚化粧する atsugeshousuru zich zwaar maquilleren; opmaken; zware make-up aanbrengen
察知する satchisuru in de gaten hebben; doorhebben; doorzien; inzien; merken; bemerken; opmaken; de indruk krijgen; bespeuren; gewaarworden; beseffen; lucht krijgen van; vermoeden; aanvoelen; afleiden
平らげる tairageru (1) effenen; gelijkmaken; gladmaken; vlakmaken; egaliseren; uit de weg ruimen; (2) onder controle krijgen; smoren; de kop indrukken; neerslaan; onderwerpen; onderdrukken; beteugelen; (3) verorberen; naar binnen werken; van kant zetten; opmaken; opgebruiken; consumeren; achter de knopen steken
推測する suisokusuru raden; gissen; schatten; vermoeden; veronderstellen; supponeren; aannemen; opmaken; afleiden
推理する suirisuru deduceren; afleiden; opmaken; infereren; concluderen; redeneren
推論する suironsuru redeneren; infereren; afleiden; deduceren; concluderen; opmaken
整える totonoeru (1) in orde brengen; fatsoeneren; ordenen; fiksen; arrangeren; opmaken; gereedmaken; een goede vorm geven aan; opknappen; opkalefateren; [gew.] berechten; (2) voorbereiden; klaarmaken; bereiden; gereedmaken; [食卓を] dekken; voorzien; regelen; [資金を] werven
斉える totonoeru ordenen; op orde stellen; zorgen dat het ordelijk verloopt; in orde brengen; regelen; opmaken; organiseren
消却する shoukyakusuru (1) schrappen; afschrappen; verwijderen; royeren; afschrijven; doorhalen; doorschrappen; (2) opgebruiken; geheel verbruiken; opmaken; opsouperen; [w.g.] opbezigen; (3) delgen; aflossen; terugbetalen; vereffenen; inlossen; restitueren; amortiseren; uitdelgen
消耗する shoumousuru verbruiken; opgebruiken; opteren; verteren; opmaken; uitputten; uitmergelen; slijten; (doen) wegteren; [Belg.N.] opdoen; [i.h.b.] uitteren
消費する shouhisuru verbruiken; consumeren; verteren; opmaken; spenderen; besteden
測る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) inschatten; opmaken; raden; (trachten te) doorgronden; peilen; ramen; polsen; [fig.] sonderen
窺う ukagau (1) gluren; loeren; turen; [Belg.N.] piepen; (2) afwachten; uitzien naar; loeren op; (3) bestuderen; opnemen; aandachtig bekijken; (4) opmaken; concluderen; uitmaken; afleiden; deduceren; infereren
結う yuu (1) [髪を] opbinden; opsteken; opmaken; kappen; doen; (2) samenbinden; bijeenbinden; (3) verstellen; oplappen; hechten; boeten; (4) binden; verbinden; aaneenrijgen
結論付ける ketsuronzukeru concluderen; conclusies trekken; tot conclusies komen; opmaken; gevolgtrekkingen maken; vaststellen; afleiden
編成する henseisuru samenstellen; opstellen; opmaken; organiseren
見切る mikiru (1) alles zien; ten einde toe bekijken; uitkijken; uitzien; (2) het voor bekeken houden; opgeven; prijsgeven; laten vallen; (3) scherp zien; waarnemen; onderscheiden; (4) goedkoop verkopen; met verlies verkopen; (5) evalueren; vaststellen; opmaken
計る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur;de tijd enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) peilen; schatten; polsen; [fig.] sonderen; gronden; raden; inschatten; [ook fig.] taxeren; hoogte nemen; opnemen; opmaken; ramen; begroten; calculeren; (3) plannen; beramen; beproeven; (4) bedriegen; bedotten; beetnemen
量る hakaru (1) meten; wegen; [het volume enz.] bepalen; (2) inschatten; opmaken; raden; (trachten te) doorgronden; peilen; ramen; polsen; [fig.] sonderen
食い尽くす kuitsukusu opeten; [皿を] leegeten; opmaken; naar binnen werken; verorberen; soldaat maken; geheel opgebruiken; verteren; [牛が] afgrazen; [いなごが] afeten
食い潰す kuitsubusu [財産を] opmaken; erdoor jagen; erdoorheen jagen; verkwisten; opsouperen; verbrassen; doorbrassen; verbambocheren; verslempen; verjubelen; [gew.] verboeren; [gew.] verduvelen; [gew.] verlappen
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'opmaken').
2005-2026
