zn. brandwond v. ¶ 火傷する zich branden; brandwonden oploopen.
zn. (1) [外見] uiterlijk o.; voorkomen o.; schijn m. (2) [相場の] neiging tot stijgen. ¶ 上向の naar boven gericht; (外見) uiterlijk; schijnbaar; stijgend (相場). ¶ 上向の鼻 wipneus. ¶ 上向く neiging vertoonen tot stijgen; oploopen. ¶ 景氣が上向きになつて來た de economische toestand begint er hoopvoller uit te zien.
(積もる) i.w. zich ophoopen; opgestapeld worden; oploopen; t.w. begrooten; berekenen; schatten. ¶ 積り積りて八百圓 het is geleidelijk opgeloopen tot een bedrag van 800 yen.
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 3 treffers, (zoekopdracht: 'oploopen').