日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘bluffen’
日蘭辭典 (trefwoord)
dabora駄法螺
zn. opsnijderij v.; bluf m. ¶ 駄法螺を吹く opsnijden; ophakken; bluffen.
koshō誇稱

zn. grootspraak v. ¶ 誇称する bluffen; overdrijven; grootspreken; opsnijden.

tsuyogaru强がる
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bluffen>
嘯く usobuku (1) gelaten zeggen; met het grootste gemak beweren dat; schaamteloos; arrogant stellen dat; (2) opscheppen; pochen; snoeven; bluffen; overdrijven; (3) zwaar uitblazen; [i.h.b.] fluiten; (4) declameren; voordragen; opzeggen; (5) [dierk.] huilen; janken
大口をたたく ōkuchiotataku een grote mond hebben; een grote bek hebben; opscheppen; pochen; snoeven; [Belg.N.] stoefen; bluffen; overdrijven; opsnijden
大風呂敷を広げる ōburoshikiohirogeru hoog opgeven; grootspreken; snoeven; pochen; opscheppen; bluffen; opsnijden
威張る ibaru (1) hoogmoedig zijn; arrogant zijn; (2) bluffen; snoeven; opscheppen; dik doen
怪気炎を上げる kaikien'oageru grootspreken; veel praats hebben; praatjes verkopen; dikke woorden gebruiken; ophef maken van; overdrijven; bluffen; opscheppen
誇る hokoru (1) trots zijn op; prat gaan op; fier zijn op; zich beroemen op; bogen op; zich als een verdienste aanrekenen; (2) in het gelukkige bezit zijn van; gezegend zijn met; zich mogen verheugen in; genieten; (3) opscheppen over; hoog opgeven van; snoeven op; bluffen; pochen; breed opgeven van; grootdoen; (4) weelderig; royaal leven; op grote voet leven; een hoge; grote staat voeren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.13 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'bluffen'). 
2005-2026