日蘭辭典+

83 resultaten voor ‘groot’
日蘭辭典 (trefwoord)
ōkii大きい
bn. groot.
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
amata數多
(数多) zn. groot aantal o. ¶ 數多の zeer veel; talrijk. ¶ 數囘 menigmaal; zeer dikwijls; herhaaldelijk.
yao八百
telw. achthonderd; een groot aantal.
baka馬鹿
zn. (1) [人] zot m.; dwaas m.; domkop m. (2) [罵言] ezel m.; uil m.; idioot m; (3) [馬鹿な事] dwaasheid v.; domheid v.; onzin m.; nonsens v. ¶ 馬鹿kletspraat. ¶ 馬鹿な眞似 zotternij. ¶ 馬鹿げた dwaas; onzinnig; onbenullig. ¶ 馬鹿な、馬鹿dwaas. ¶ 馬鹿に belachelijk; buitengewoon; zeer. ¶ 馬鹿大きい ontzaggelijk groot. ¶ 馬鹿正直 overdreven eerlijkheid. ¶ 馬鹿を言ふ nonsens praten. ¶ 馬鹿にする voor den gek houden; erin laten loopen.
kazoku家族
zn. familie v.; gezin o. ¶ 家族huiselijk. ¶ 家族のやうに扱ふ behandelen alsof hij van de familie was. ¶ 彼は家族多い hij heeft een groot gezin.
idai偉大
zn. grootheid v. ¶ 偉大なる groot; grootsch; schitterend.
daidaiteki大々的
bw. op groote schaal; bn. zeer groot.
tōtō滔々
bw. vloeiend; stroomend; in stroomen; welsprekend; met grooten woordenvloed.
ōichiza大一座
taisō大層
(大層) bw. zeer; bijzonder; heel; erg. ¶ 大層な veel; groot.
mottainai勿體ない
(勿体ない) bn. (1) [不敬] oneerbiedig. (2) [過分] te goed; te mooi; meer dan men verdient. zn. (3) [無駄] zonde; bn. oneconomisch. ¶ 神佛に對して勿體ない heilig schennend. ¶ そんなを戴いては勿體ない het geschenk is veel te mooi voor mij. ¶ こんなに廣い地所を遊ばして置くとは勿體ない het is zonde zoo’n groot stuk land ongebruikt te laten liggen.
kōsō宏壯
(宏壮) bn. groot; prachtig; grootsch.
daijinbutsu大人物

zn. groot man m.

daijōfu大丈夫

zn. groot man m.; man van eer; man van zijn woord.

koshaku小癪
kōshu高手

zn. meesterhand v.; groote bekwaamheid v.

kōshū公衆

zn. het publiek o.; de groote menigte v.; bn. publiek; algemeen; openbaar. ¶ 公衆の利益 het algemeen belang.

kōsō宏壯

(宏壮) bn. groot; prachtig; grootsch.

kōtoku高德

(高徳) zn. groote deugd v.; hoogstaand karakter o.

kuite食手

zn. groot eter m.; veelvraat m.; gulzigaard m.

kyohi巨費

zn. reusachtige uitgaven v.mv.; zeer groote onkosten m.mv.

kyojin巨人

zn. reus m.; groot man m.

kyōkoku强國

(強国) zn. machtig rijk o.; groote mogendheid v.

zorozoroぞろぞろ

bw. achter elkaar; in groote drommen.

zen

pan-; groot-. ¶ 全亞同盟 pan-Aziatisch verbond. ¶ 全米會議 pan-Amerikaansch congres.

zangai慘害

(惨害) zn. groote schade v.; verwoesting v.

yūshō勇將

(勇将) zn. groot veldheer m.

yūhi雄飛

bn. sterk; groot; heldhaftig.

yobō輿望
waniguchi鰐口

zn. groote mond m.; gong (金鼓) v.

urikuzusu賣崩す

(売崩す) i.w. markt drukken door groote verkoopen tegen lagen prijs; markt overstroomen.

unsu-unsuうんすうんす

bw. met groote moeite.

unchiku蘊蓄

zn. grondige kennis v.; groote geleerdheid v. ¶ 蘊蓄ある geleerd; kundig.

undeinosa雲泥の差

zn. groot verschil o.; verschil als tusschen hemel en aarde. ¶ 雲泥の差がある hemelsbreed verschillen.

ugo雨後

bw. na den regen. ¶ 雨後の筍の如く出る in grooten getale voor den dag komen.

tsuyogaru强がる
tsumekakeru詰掛ける

(詰め掛ける) i.w. zich verdringen; in groote drommen bezoeken.

tsūkai痛快

zn. groote vreugde v. ¶ 痛快に感ずる vreeselijk blij zijn.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
SUPPLEMENT (trefwoord)
succes

(znw, het)

seikoo 成功 (algemeen gebruikt); shusse 出世 (succes in levensloop of carrière); jooshubi 上首尾 (goed resultaat); ooatari 大当たり (doel treffen, scoren); kookekka 好結果 (goed resultaat); hitto ヒット (hit in muziek, sport).

¶ Het experiment was een succes. Jikken wa seikoo datta. 実験成功だった。(TTP)
¶ Ik wens je succes. Go-seikoo wo inorimasu.成功を祈ります。(TTP)
¶ Het was een groot succes. Daiseikoo datta.成功だった。(TTP)
¶ Satoo behaalde succes op eigen kracht, niet geholpen door zijn goede afkomst. Satou-san wa iegara de naku jitsuryoku de shusse shimashita. 佐籐さんは家柄でなく実力出世しました。(TTP)
¶ Ik heb het project met succes afgerond Chooryaku, jooshubi ni owarimashita 調略、上首尾に終わりました (Twitter)
¶ Een onverwacht succes Sooteigai no kookekka 想定外の好結果 (twitter)
¶ Het is een verrassend succes, nietwaar? Bikkuri no kookekka da naa びっくりの好結果だなぁ (twitter)
¶ Een succesnummber van Inna dat ook in Japan een zekere mate van erkenning geniet. Nihon de mo ninchido no aru Inna no hitto kyoku. 日本でも認知度のあるInnaのヒット。(Twitter)

In seikoo is de /ei/ niet die van “beide,” maar de /ee/ in “geef”.

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <groot>
でか deka (1) [Barg.;volkst.] agent (in burger); stille; speurder; rechercheur; smeris; flik; klabak; rus; juut; tuut; kip; (2) iets groots; groot ding; grote zaak; (3) groterd; reus; (4) groot; omvangrijk; (5) groots; erg; enorm; immens; heel; (6) verwaand; opgeblazen; hoogmoedig; trots
グランド gurando (1) terrein; veld; piste; speelplaats; (2) sportveld; speelveld; honkbalveld; voetbalveld; (3) stadion; (4) groot-; grand
グレート gurēto groot; geweldig
マクロ makuro (1) [comp.] macro; (2) macro; [econ.] macro-economisch; (3) macro-; groot-
一大 ichidai groot; zeer belangrijk; gewichtig
上背がある uwazeigaaru groot; rijzig van gestalte zijn
偉大 idai (1) grootheid; grootsheid; grandeur; luister; (2) groot; groots; machtig; majesteitelijk; imposant; enorm
偉大な idaina groot; groots; machtig; majesteitelijk; imposant; enorm
(1) levensbloei; kracht; bloei van z'n leven; manbaarheid; volle mannelijke leeftijd; zomer des levens; (2) kwiek; kloek; manhaftig; (3) maatwoord voor de keren dat moxibustie wordt toegepast; [i.h.b.] dosis moksa; (a) levensbloei; (man in de) kracht; bloei van z'n leven; (b) dapper; manhaftig; kloek; (c) schitterend; groot
大い ōi (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima; (3) [~…] hoofd-; top-; hoogste in rang; eerstaanwezend …; (4) [~…] senior; oudere; met hogere anciënniteit
大いなる ōinaru (1) groot; (2) geweldig; enorm; buitengewoon; ontzaglijk; fantastisch; prima
大きい ōkii groot; omvangrijk; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
大きく ōkiku groot; in aanzienlijke mate; op grote schaal
大きな ōkina groot; omvangrijk; beduidend; machtig; indrukwekkend; imposant; groots; schitterend; gigantisch; immens; kolossaal; enorm; reusachtig; [m.b.t. stem] luid; hard klinkend
大の daino (1) groot; (2) volwassen; volgroeid; (3) enorm; geweldig; buitengewoon
大仏 daibutsu groot; reusachtig boeddhabeeld; Grote Boeddha
大作り ōzukuri (1) groot; stevig gebouwd; fors; potig; (2) met markante; scherpe; geprononceerde trekken
大幅 ōhaba (1) dubbele breedte; wijdte; (2) [Jap.snit] stuk stof van 72 cm breed; [i.h.a.] stuk stof van 140 cm breed; (3) dubbelbreed; dubbelwijd; (4) groot; omvangrijk; aanzienlijk; ruim; fors; beduidend; aanmerkelijk; substantieel
大当たり ōatari (1) voltreffer; schot in de roos; prachtschot; het winnen van de pot; jackpot; enorme winst; (2) groot; geweldig; waanzinnig; enorm; daverend succes; succès fou; kassucces; klapper; blockbuster; (3) recordoogst; topoogst; topjaar; [econ.] bonanza
大盛況 daiseikyō groot; denderend succes
大穴 ōana (1) groot; gapend gat; (2) groot tekort; deficit; zwaar verlies; (3) [paardenrennen;keirin] verrassende wending; [i.h.b.] grote speelwinst na een gok op een kansloos deelnemer; dark horse; (4) Odds Against [= thriller (1965) van Dick Francis]; [vert.] Alles tegen (1987)
大粒 ōtsubu grote druppel; grote korrel; [~のブドウ;イチゴ] groot
大金 taikin grote; hele som geld; groot; geweldig bedrag
大食漢 taishokukan groot; gulzig eter; gulzigaard; vraat; veelvraat; schranzer; slokop; gourmand; schrok; iem. die heel wat aankan; [inform.] vreetzak; [inform.] vreter; [scherts.] dure kostganger; [fig.] holle darm
ō groot; kolossaal; omvangrijk; breed; [m.b.t. regen] zwaar; [m.b.t. stem] luid
tai (a) groot; uitgebreid; ruim; (b) eminent; uitstekend; (c) hooggeplaatst; (d) belangrijk; verantwoordelijk; moeilijk; (e) buitengewoon; bijzonder; enorm; (f) globaal; (g) fundamenteel
dai (1) groot; [m.b.t. kledingmaten] large; omvangrijk; belangrijk; vooraanstaand; [fig.] zwaar; ernstig; erg; [m.b.t. vriendschap] dik; (2) [m.b.t. zonnekalender] ~ met 31 dagen; (3) zo groot als; ter grootte van ~; -groot; (4) senior; de oudere; major; (5) universiteit [verkorting van daigaku 大学]
gu (a) uitgestrekt; groot; (b) (zich) verbreiden
(a) uitgestrekt; groot; (b) verdraagzaamheid; (c) (zich) verbreiden
kei (1) uitzicht; gezicht; landschap; tafereel; schouwspel; (2) [ton.] deel van een bedrijf; scène; toneel; episode; (3) [maatwoord voor scènes]; (a) uitzicht; schouwspel; (b) toestand; situatie; (c) groot; fortuinlijk; (d) iets extra's geven; (e) bewonderen; respecteren
殿 den (a) groot; aanzienlijk gebouw; paleis; (b) [mil.] achterhoede; (c) [vnw.] u; uw; (d) neerslaan; bezinken
礼服 reifuku vormelijke kleding; groot; ceremonieel tenue; groot gala; groot toilet; galakleding; galakostuum; gekleed kostuum; gala-uniform; [i.h.b.] avondkledij; avondkleding; avondtoilet; [男子用] rokkostuum
礼装 reisō officiële dracht; groot; ceremonieel; officieel tenue; groot gala; galakleding; galakostuum; gala-uniform; volledig uniform; fulldress; staatsiekleed; avondkledij; avondtoilet
立派 rippa (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
立派な rippana (1) uitstekend; voortreffelijk; excellent; prachtig; schitterend; magnifiek; grandioos; prima; illuster; [m.b.t. gebouw] weids; [m.b.t. plechtigheid] groots; fijn; heerlijk; uitmuntend; [m.b.t. geleerde] groot; briljant; [m.b.t. verschijning] statig; indrukwekkend; imposant; (2) achtbaar; fatsoenlijk; voornaam; [m.b.t. houding] waardig; achtenswaardig; respectabel; prijzenswaardig; loffelijk; [m.b.t. zaak] schoon; (3) hoogstaand; verheven; nobel; (4) [m.b.t. spel] eerlijk; [m.b.t. behandeling] rechtvaardig; fair; sportief; (5) [m.b.t. reden] afdoend; [m.b.t. grond] voldoende; [m.b.t. echtgenote] wettig; rechtmatig
育つ sodatsu (1) opgroeien; groeien; groot; volwassen worden; wassen; tot wasdom komen; [veroud.] opwassen; (2) zich ontwikkelen; zich ontplooien; uitgroeien
該博 gaihaku groot; uitgebreid; veelomvattend; encyclopedisch; extensief; diepgaand; erudiet
該博な gaihakuna groot; uitgebreid; veelomvattend; encyclopedisch; extensief; diepgaand; erudiet; van eruditie getuigend
重大 jūdai zwaar; ernstig; belangrijk; serieus; groot; zwaarwegend; gewichtig; van levensbelang; kritiek; cruciaal; aanzienlijk; aanmerkelijk; erg
重大問題 jūdaimondai groot; belangrijk; ernstig; serieus probleem; ernstige zaak; zaak van groot gewicht; hamvraag; de grote vraag
高い takai (1) hoog; [背が〜] groot; lang; rijzig; scheutig; (2) hoog; schel; schril; schetterig; snerpend; hard; luid; doordringend; (3) alom bekend; welbekend; (4) hooggeplaatst; aanzienlijk; voornaam; (5) verheven; hooggestemd; nobel; edel; hoogstaand; (6) hooghartig; laatdunkend; superieur; trots; [fig.] opgeblazen; uit de hoogte; (7) hoog in prijs; duur; prijzig; kostbaar; duurkoop; aan de prijs; hoog genoteerd; expensief; [gew.] kostelijk; [Barg.] jouker; [Barg.] branderig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 42 treffers, warandict: 41 treffers (zoekopdracht: 'groot'). 
2005-2026