
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tsukitomeru・突留める
(突留める) t.w. (1) [さし殺す] doorsteken; afmaken. i.w. (2) [究め確める] zich vergewissen; zekerheid verkrijgen.
tsukitōsu・突通す
(突き通す) t.w. doorboren; doorsteken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <doorsteken>
切り落とす kiriotosu (1) afsnijden; afsnoeien; afknippen; afkappen; afhakken; afhouwen; afsabelen; afslaan; (2) neerhakken; neersabelen; neerhouwen; vellen; sabreren; (3) [堤防を] doorsteken; (4) [kabuki] het doek laten vallen; (5) [ton.] schermen tussen loges weghalen
刺す sasu (1) steken; doordringen; doorsteken; heendringen door; doorboren; indrijven; spiezen; (2) [m.b.t. insect] steken; prikken; [veroud.] stikken; (3) naaien; stikken; (4) [honkb.] een loper onderscheppen; een loper uitgooien
抜ける;脱ける nukeru (1) doorsteken; [de doelman enz.] passeren; [een tunnel enz.] doorgaan; doortrekken; lopen door; [i.h.b.] doorboren; (2) [van haar;tanden] uitvallen; losgaan; losraken; loslaten; (3) aflaten; wijken; [m.n. van kracht;fut;pit] eruit gaan; het laten afweten; begeven; [fig.] verschalen; kwijtraken; (4) [ergens] uitraken; ertussenuit komen; ontkomen; wegkomen; ontlopen; ontsnappen; ontschieten; ontgaan; ontglippen; [m.n. een genootschap;wedstrijd;computerprogramma enz.] verlaten; zich terugtrekken; eruit gaan; ervandoor gaan; er tussenuit kletsen; (5) missen; ontbreken; wegvallen; mankeren; (6) wat mankeren; niet goed wijs zijn; niet goed bij zijn verstand zijn; (7) [van vesting;stad enz.] vallen
横切る yokogiru doorkruisen; kruisen; snijden; (dwars) oversteken; overtrekken; overgaan; doortrekken; dwars doorheen gaan; doorsteken; doorsnijden; doorbreken
突き通す tsukitōsu doordringen; binnendringen in; doorboren; doorsteken; steken in; heendringen door
貫通する kantsūsuru doorboren; zich boren in; door; doorschieten; doordringen; perforeren; doorsteken; penetreren; heendringen door
通す;徹す;透す tōsu (1) doorlaten; laten passeren; voorbij laten; langs laten lopen; langs laten gaan; langs laten komen; langs laten trekken; doen heendringen door; laten overgaan; [i.h.b.] laten slagen; geleiden; overbrengen; transmitteren; [法案を] aannemen; erdoor krijgen; goedkeuren; (2) inlaten; binnenlaten; laten doordringen; inbrengen; [糸を] insteken; doorhalen; doorsteken; penetreren; [糸に] rijgen; aaneenrijgen; (3) doorvoeren; doorzetten; doordrijven; [政策を] doortrekken; doordrammen; [inform.] doordouwen; handhaven; volhouden; standvastig blijven in; doen gelden; (4) blijven; doorgaan met; volharden in; door-; aanhoudend ~; aan één stuk ~; ten einde toe ~ [aangesloten op de ren'yōkei]
通る;徹る;透る tōru (1) passeren; erdoorheen geraken; erdoor raken; erdoor(heen) komen; erdoor(heen) gaan; erdoor(heen) dringen; doorbreken; doordringen; doorgaan; doorkomen; doortrekken; doorsteken; doorlopen; lopen over; [lit.t.] doorvaren; penetreren; [m.b.t. stem] dragen; [m.b.t. schoorsteen] trekken; (2) passeren; gaan via; voorbijtrekken; langskomen; langsgaan; langslopen; langstrekken; voorbijgaan; voorbijkomen; voorbijlopen; voorbijstromen; circuleren; (3) doorgaan voor; passeren voor; gangbaar zijn; bekend staan (als; onder de naam van enz.); gelden als; (4) door de beugel kunnen; slagen; [m.b.t. wetsvoorstel] aangenomen worden; aanvaard worden; aanvaardbaar zijn; steek houden
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'doorsteken').
2005-2026
