日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘zekerheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
anzen安全
zn. veiligheid v.; zekerheid v. ¶ 保護預り safe deposit. ¶ 安全瓣 veiligheidsklep. ¶ 安全止 pal. ¶ 安全ピン veiligheidsspeld. ¶ 安全率 veiligheidscoëfficient; marge. ¶ 安全倉庫 brandkluis. ¶ 安全器 (電氣) loodzekering. ¶ 安全な veilig. ¶ 安全に veilig; rustig.
wakaru解る
(解る、分かる、判る、分る) t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn. (2) [露見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解かって來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解かりましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確かな處は解かりません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解った o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解かってゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解かって居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解ってる hij heeft gezond verstand.
daijōbu大丈夫

(1) [安全] veiligheid v. (2) [確實] zekerheid v. ¶ 大丈夫veilig; zeker; betrouwbaar. ¶ 大丈夫です maak u niet ongerust; ge kunt erop rekenen.

kyōkō强硬

(強硬) zn. vastheid v.; zekerheid v.; koppigheid v.; stelligheid v.; beslistheid v. ¶ 强硬なる stellig; beslist; stevig; flink; eener kijk; hevig; koppig.

wakaru解る

t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.

ukeai請合

(受け合い) zn. borgstelling v.; garantie v.; zekerheid v. ¶ 請合人 borg. ¶ さうだと思ひますが請合は出來ません ik geloof van wel, maar ik kan er niet voor instaan.

tsukitomeru突留める

(突留める) t.w. (1) [さし殺す] doorsteken; afmaken. i.w. (2) [究め確める] zich vergewissen; zekerheid verkrijgen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zekerheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一定 ichijou (1) zekerheid; gewisheid; (2) met zekerheid; zeker; waarlijk; voorwaar; wis en waarachtig; vast
保証 hoshou waarborg; garantie; borg; borgtocht; zekerheid; securiteit; verzekering; certificatie
安全 anzen (1) veiligheid; zekerheid; (2) veilig; zeker; gevrijwaard; behouden; beschut; beveiligd; buiten gevaar
安定感 anteikan gevoel van stabiliteit; geborgenheid; zekerheid
jou (1) regel; gewoonte; (2) zekerheid; waarheid; (3) zoals …; als …; (4) [boeddh.] samādhi [= concentratie]; (5) rustpunt waarop de pijlschacht rust; (6) hoewel; ofschoon; (a) vastleggen; vaststaan; bepaald zijn; (b) [boeddh.] samādhi
抵当 teitou hypotheek; onderpand; pand; zekerheid; securiteit; [niet alg.] onderzetting
担保 tanpo onderpand; pand; waarborg; borg; garantie; zekerheid; securiteit; hypotheek; [niet alg.] onderzetting
確実 kakujitsu (1) zekerheid; betrouwbaarheid; (2) zeker; veilig; betrouwbaar; (3) natuurlijk
確実さ kakujitsusa zekerheid; betrouwbaarheid; geloofwaardigheid; echtheid; authenticiteit
確実性 kakujitsusei zekerheid; betrouwbaarheid; authenticiteit
tsuna (1) touw; koord; reep; lijn; snoer; streng; kabeltouw; [scheepv.] tros; [scheepv.] sjorring; (2) houvast; zekerheid; (3) [sumō-jargon] (titel van) yokozuna; sumōkampioen; sumōkampioenschap
請け合い ukeai (1) verzekering; belofte; garantie; zekerheid; waarborg; borg; borgstelling; (2) aanneming
鉄板 teppan (1) ijzeren plaat; [れんじの] bakplaat; kookplaat; [i.h.b.] teppanyakiplaat; (2) [鉄琴の] metalen staafje; (3) [slang] feit; zekerheid; vaststaand iets; [i.h.b.] gedoodverfde winnaar
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'zekerheid'). 
2005-2026