日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘steken’
日蘭辭典 (trefwoord)
damaru默る

(黙る) i.w. zwijgen. ¶ 默って zwijgend; zonder iets te zeggen. ¶ 默って居て zonder iets te doen; zonder een hand uit te steken. ¶ 默れ zwijg!; hou je mond!; stilte! ¶ こんなをされては默って居れぬ ik kan dat niet op me laten zitten.

tsukkomi ni突込みに
(突っ込む) bw. in het groot. ¶ 突込む prikken; steken in. ¶ 水中に突込む onderdompelen; in het water steken. ¶ 一本突込んで遣る flink standje geven.
tsukisasu突刺す

(突き刺す) (t.w.) doorsteken; doorboren. ¶ を突刺す spijker inslaan. ¶ 心臟にナイフを突刺す mes in het hart steken.

zekki suru絕日する
yukitsumaru行詰る

i.w. niet verder kunnen; gestremd worden; blijven steken; geen uitweg zien. yukizumari ¶ を見よ.

yōkai容喙

zn. inmenging v.; bemoeienis v. ¶ 容喙する zich mengen in; zich bemoeien met; (俗) den neus steken in.

yaku燒く

(焼く) t.w. (1) [燃やす] verbranden. (2) [放火] in brand steken; aansteken. (3) [焦がす] schroeien; zengen. (4) [焙る] bakken; poffen; roosteren. (5) [陶器を] bakken. (6) [炭を] branden. (7) [寫眞を] afdrukken. (8) [死骸を] cremeren. i.w. (9) [妬む] jaloersch zijn.

yabu

zn. dicht woud o.; wildernis o.; struikgewas o. ¶ 藪から棒に plotseling; als een donderslag aan helderen hemel. ¶ 藪をつついて蛇を出す zich in een wespennest steken. ¶ 藪蛇はやめろ maak geen slapende honden wakker.

tsuku突く

(突く) t.w. stooten; steken; prikken; priemen; aanvallen. ¶ 心臟を突く in het hart steken. ¶ 臭氣紛々として鼻を衝く onaangename luchtjes beleedigen het reukorgaan; men heeft last van den stank.

tsukitateru突立てる

(突き立てる) t.w. stooten; duwen; steken.

tsukitatsu突立つ

(突き立つ) i.w. blijven steken; blijven staan; rechtop staan.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <steken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ひりひりする hirihirisuru pijn doen; pijnlijk zijn; zeer doen; steken; prikken; irriteren
ぴりぴりする piripirisuru (1) pijnlijk zijn; zeer; pijn doen; steken; prikken; prikkelen; branden; (2) bloednerveus zijn; gespannen zijn; iebel; ibbel zijn; ongedurig zijn; op scherp staan; over z'n toeren zijn
ヒリヒリ hirihiri [~する] pijn doen; zeer doen; steken; prikken
入れ込む irekomu (1) iets proppen; stoppen; duwen; steken in; erin proppen; stoppen; duwen; steken; (2) [資金を~] investeren; ergens geld in steken; (3) warm lopen voor; opgaan in; zich storten op; zich passioneren voor; (4) enthousiast; opgewonden; geestdriftig zijn; [馬が~] staan te trappelen van ongeduld
刺す sasu (1) steken; doordringen; doorsteken; heendringen door; doorboren; indrijven; spiezen; (2) [m.b.t. insect] steken; prikken; [veroud.] stikken; (3) naaien; stikken; (4) [honkb.] een loper onderscheppen; een loper uitgooien
前後している zengoshiteiru precies omgekeerd (qua volgorde) zijn; juist andersom zijn; net omgekeerd in elkaar zitten; steken; een verkeerde volgorde hebben
彫る;刻る horu (1) houwen; kerven; graveren; snijden; griffen; steken; ingraveren; inkerven; inkrassen; uitsnijden; uithouwen; beeldsnijden; beeldhouwen (in); beitelen; indrijven; ingriffen; groeven; krassen; (2) tatoeëren
掘る horu (1) graven; spitten; delven; schieten [bv. sloot;kuil]; wroeten; woelen; boren; (2) opgraven; uitgraven; rooien; opdelven; uitdelven; opspitten; uitspitten; steken; opwroeten
掲げる kakageru (1) [櫛で] opkammen; in de hoogte kammen; (2) [簾を] oprollen; omrollen; [裾を] opstropen; omstropen; [gew.] opsloven; [gew.] opstroppen; (3) [火を] opstoken; aanwakkeren; aanstoken; aanjagen; (4) in de hoogte heffen; steken; opheffen; hoog opsteken; lichten; tillen; optillen; ophijsen; hijsen; oplaten; (5) [fig.] [迷いを] opheffen; lichten; uit de weg ruimen; doen verdwijnen; (6) afficheren; in de kijker plaatsen; bekendmaken; afkondigen; melden; ophangen; [Belg.N.] uithangen; [政策;理想を] huldigen; (7) [記事を] publiceren; voeren; brengen; opgeven
疼く uzuku (1) kloppend pijn doen; schrijnen; steken; (2) [fig.] knagen; kwellen; blijven dwarszitten
突く;衝く;撞く tsuku (1) steken; prikken; priemen; spietsen; (2) porren; poken; stompen; aanstoten; duwen; [inform.] douwen; stoten; rammen; [m.b.t. hoornvee] nijten; een stoot; por; zet; tik; klopje geven; [m.b.t. zegel] drukken; [m.b.t. bal] tikken; [m.b.t. biljartbal] stoten; [een pluimpje;klok enz.] slaan; [i.c.m. 溜め息を] slaken; [i.c.m. 溜め息を] lozen; (3) zetten; plaatsen; planten; [krukken enz.] gebruiken; [op de knieën] vallen [m.b.t. dunne;langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) aanvallen; belagen; [de geringste redeneerfout enz.] aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] treffen; [iem. in zijn zwak enz.] tasten; [op de kern van de zaak enz.] slaan; (5) [alle weer;de elementen enz.] trotseren; het hoofd bieden; braveren; tarten; (6) [de neus enz.] prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] slaan; snerpen (in); [door de ziel enz.] snijden; [iem. in zijn hart enz.] raken; treffen; diep schokken
繰り出す kuridasu (1) [糸を] afwinden; vieren; laten slippen; vieren; schieten; naar buiten werpen; (2) [べてらんを] in golven doen uitrukken; en masse uitzenden; de ene na de andere uitsturen; (3) [槍を] stoten; steken; een uitval doen met; (4) doen bekennen; (5) [花見に] massaal naar buiten komen; in drommen uitlopen
sho (a) made; larve; worm; (b) steken; prikken; (c) schuim
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'steken'). 
2005-2026