日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘inslaan’
日蘭辭典 (trefwoord)
ataru當る
(当たる・当る) i.w. (1) [接觸] aanraken; schaven (擦過). (2) [該當] overeenstemmen met; overeenkomen met. (3) [衝突] treffen; botsen; raken. (4) [的中] treffen. (想像等が) goed voorspellen; goed raden. (5) [當籤] winnen. (6) [成功] slagen. (7) [引受ける] ter hand nemen; aanvatten. (8) [探る] polsen. (9) [相當] slaan op; toepasselijk zijn op. (10) [中毒] vergiftigd zijn; ziek worden door. (11) [出會] ontmoeten. (12) [量る] meten. (13) [金額が] bedragen; komen op. (14) [日が當る] beschijnen; bestralen. (15) [火にあたる] zich warmen. (16) [方角] liggen in de buurt van. ¶ 一磅は約拾圓に當る een pond is ongeveer gelijk aan tien yen. ¶ 彈丸は當らなかった het schot raakte niet; het schot miste. ¶ 占が當る de voorspelling komt uit. ¶ 罸が當った het lot heeft gewonnen. ¶ 其の小説は當らなかった die roman had geen succes; het boek sloeg niet in. ¶ 事に當る hij neemt de zaak ter hand; hij bemoeit zich er mede. ¶ 先方の意向を當って見た ik heb hem eens gepolst. ¶ 各所で相場を當って見た方がよい het zou goed zijn op verschillende plaatsen naar den prijs te informeeren. ¶ 此の規則は右の場合に當る deze bepaling is in dit geval toepasselijk. ¶ 海老に中毒〔に當〕った de kreeft is mij slecht bekomen. ¶ 深さを當って見ると三尺あった de diepte bleek drie voet te bedragen. ¶ 此の窓に夕日があたる dit raam heeft de namiddagzon. ¶ 火に御あたりなさい warm u bij het vuur. ¶ 大阪は東京の西にあたる Osaka ligt westelijk van Tokio. ¶ 今や戦時に當り nu, dat het oorlog is. ¶ 局に當る者 autoriteiten, welke het aangaat; de betrokken autoriteiten. ¶ 何だか當てゝ御覧なさい raad eens wat het is.
tsukisasu突刺す

(突き刺す) (t.w.) doorsteken; doorboren. ¶ を突刺す spijker inslaan. ¶ 心臟にナイフを突刺す mes in het hart steken.

kugi

zn. spijker m.; nagel m. ¶ 木釘 pin; pen. ¶ 釘を打つ spijker inslaan. ¶ 釘を拔く spijker uittrekken.

utsu打つ

t.w. (1) [打つ] slaan. i.w. (2) [拍手] (in de handen) klappen. t.w. (3) [發砲] schieten. (4) [攻擊] aanvallen. (5) [鐘を] luiden. (6) [電報を] verzenden. i.w. (7) [博奕] dobbelen. t.w. (8) [網を] werpen; gooien. (9) [碁能] spelen. (10) [鍛へる] harden. (11) [打込む] inslaan. ¶ 釘を打つ spijker inslaan. ¶ 網を打 net werpen. ¶ 太鼓を打つ trommelen. ¶ 仇を討つ zich wreken. ¶ 田を打つ sawah bebouwen. ¶ 幕を打つ tent opslaan. ¶ 手金を打つ handgeld betalen. ¶ もんどり打つ saltomortale maken. ¶ 電報を打つ telegram zenden; telegrafeeren.

uchikomu打込む

t.w. inslaan; indrijven; i.w. schieten in (砲を); verliefd worden op (女に); zich wijden aan (仕事に). ¶ 杭を深く打込む paal diep in den grond slaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <inslaan>
あまる amaru [雷が] inslaan
仕入れる shīreru (1) inslaan; in voorraad nemen; een voorraad … aanleggen; voorraad opdoen; innemen; (2) een voorraad aanvullen; (3) zich verschaffen; aanschaffen; zich voorzien van; vinden; aankrijgen; [情報を] verzamelen
仕込み shikomi (1) training; opleiding; vorming; scholing; opvoeding; (2) opslag; inslag; het opslaan; inslaan; [Belg.N.] het stockeren; (3) voorbereiding; toebereiding; het klaarmaken
仕込む shikomu (1) opleiden; trainen; scholen; onderwijzen; onderrichten; opvoeden; bijbrengen; bekwamen; beleren; aanleren; [動物を] africhten; dresseren; (2) inslaan; aanleggen; een voorraad bewaren van; in voorraad nemen; opslaan; [知識を] erin stampen; (3) prepareren; bereiden; toebereiden; (4) binnenin aanbrengen; voorzien van
備蓄する bichikusuru opslaan; opbergen; een voorraad; noodvoorraad … aanleggen; inslaan; [Belg.N.] stockeren
入る;這入る hairu (1) binnengaan; naar binnen gaan; erin gaan; intrekken; ingaan; binnenkomen; inkomen; instappen; intreden; inlopen; inslaan; binnentreden; binnendringen; binnentrekken; [van trein;schip enz.] binnenlopen; aankomen; arriveren; (2) gaan in [het klooster enz.]; komen in; treden in; stappen in; gaan naar [de universiteit enz.]; in dienst treden bij; aan de slag gaan bij; zich begeven in; zijn intrede doen in; lid worden van; zich aansluiten bij; deelnemen aan; meedoen aan; (3) overgaan [in een toestand e.d.]; geraken in; raken in; krijgen; (4) bevatten; erin zitten; erin steken; inbegrepen zijn; vallen onder; komen onder; (5) er aan te pas komen; er bij te pas komen; (6) [van elektriciteitsnet e.d.] aangesloten zijn (op); geïnstalleerd zijn; (7) [van thee;koffie] gezet zijn; klaar zijn
収蔵する shūzōsuru (1) opslaan; binnenhalen; inslaan; opbergen; vergaren; oogsten; een voorraad ... aanleggen; (2) verzamelen
叩き込む tatakikomu (1) inhameren; erin hameren; inslaan; erin slaan; inklinken; indrijven; erin drijven; inheien; erin heien; (2) erin gooien; erin werpen; (3) [fig.] instampen; erin stampen; inprenten; erin prenten; indrillen; erin drillen; inscherpen; doordringen van; indoctrineren
命中する meichūsuru raak zijn; in de roos zitten; treffen; aankomen; inslaan
打ち付ける uchitsukeru (1) timmeren; spijkeren; nagelen; [釘で] aanspijkeren; aannagelen; aanslaan; inslaan; indrijven; vastslaan; (2) slaan tegen; botsen tegen; stoten tegen; bonzen tegen
打ち破る uchiyaburu (1) stukbreken; doorheen breken; doorbreken; slopen; stukslaan; inslaan; inbeuken; [旧弊を] uit de weg ruimen; vernietigen; (2) verslaan; kloppen; overwinnen; het winnen van; in de pan hakken
打ち込む uchikomu (1) drijven in; indrijven; aandrijven; slaan in; inslaan; aanslaan; heien in; inheien; hameren in; inhameren; [fig.] prenten in; [fig.] inprenten; [m.b.t. beton] storten in; [m.b.t. data] invoeren; stoppen in; intikken; intypen; (2) opgaan in; zich er geheel aan wijden; zich met hart en ziel toeleggen op; zich overgeven aan; zich geven aan; dwepen met; [m.b.t. liefde] vallen op; voor; zwaar verliefd worden op; smoor; stapel; verzot; gek; dol zijn op; weg zijn van; (3) slaand doen komen in; [sportt.] smashen in; [w.g.] inschieten; [mil.] vuren (in; op); [mil.] schieten in; [m.b.t. kogel] jagen in; [meton.] (lood) pompen in; (4) [m.b.t. kendo] (onverhoeds) aanvallen; treffen; (5) [m.b.t. go] z'n schijf binnen de formatie van de tegenspeler plaatsen; terrein van de tegenspeler invallen; (6) [honkb.] een werper uitschakelen; vele hits scoren
打っ付ける buttsukeru (1) [釘を] indrijven; inslaan; (2) met kracht slaan; hevig kloppen; hameren; rammen; bonzen; beuken; (3) krachtig smijten; keilen; slingeren; (4) stoten; crashen; botsen
投射する tōshasuru (1) invallen; inslaan; (2) projecteren
的中する tekichūsuru (1) het doel treffen; een voltreffer zijn; (in de roos) zitten; raak slaan; inslaan; [fig.] de spijker op de kop slaan; (2) juist raden
着弾する chakudansuru inslaan; belanden; terechtkomen; treffen
破る yaburu (1) scheuren; stuktrekken; stukscheuren; doorscheuren; verscheuren; rijten; (2) breken; stukmaken; vernielen; afbreken; [een deur] inbeuken; forceren; openbreken; inslaan; [een ruit] intikken; stukslaan; verbrijzelen; [een muur] doorslaan; uitbreken; (3) [openbare orde] verstoren; [iemands droom] aan scherven slaan; [de harmonie] verbreken; [de stilte] doorbreken; [een record] verbeteren; breken; (4) [iemands plannen] doorkruisen; dwarsbomen; verijdelen; frustreren; (5) [zijn belofte] schenden; inbreken in [een gebouw]; [een bank] kraken; [een traditie] loslaten; [spelregels] overtreden; inbreuk maken op [iemands rechten]; met voeten treden; zondigen tegen [een gebod]; (6) ontsnappen uit [de gevangenis]; heenbreken door [een barrière]; uitbreken uit; (7) [de vijand] verslaan; overwinnen; [de tegenstander] kloppen; (8) verwonden; wonden; een wond toebrengen aan; kwetsen; blesseren; bezeren; [de huid] openhalen; (9) krenken; grieven; deren; aantasten; ontstemmen
落雷する rakuraisuru [m.b.t. bliksem] inslaan
蓄える;貯える takuwaeru (1) sparen; opsparen; besparen; wegleggen; opzijleggen; opslaan; inslaan; potten; oppotten; bewaren; een voorraad … aanleggen; in voorraad nemen; vergaren; bijeensparen; bijeenhouden; [i.h.b.] hamsteren; (2) zich eigen maken; verwerven; opdoen; (3) [髭を] laten staan; laten groeien; [scherts.] fokken
誤る;謬る ayamaru (1) een fout; vergissing; misstap; uitglijder begaan; een fout; vergissing maken; zich vergissen; zich verkijken; zich verrekenen; falen; [form.] dwalen; feilen; in de fout gaan; [Belg.N.] zich mispakken; [gall.] zich abuseren; (2) zich vergissen in ~; zich verkijken op ~; verkeerd; slecht doen aan; een verkeerd(e) ~ maken; de verkeerde ~ nemen; kiezen; (3) ~ op het verkeerde; slechte pad brengen; ~ de verkeerde weg doen opgaan; inslaan; ~ op het verkeerde spoor brengen
調達する chōtatsusuru (1) bevoorraden met; voorzien van; verwerven; verschaffen; aanbrengen; leveren; inslaan; aankopen; aanschaffen; inkopen; (2) [金を] werven; inzamelen; (3) [注文を] uitvoeren
貯蔵する chozōsuru sparen; bewaren; opslaan; conserveren; verduurzamen; inslaan; aanleggen; [m.b.t. geld] wegleggen; opzijleggen; opzijzetten; wegzetten; een voorraad ~ aanleggen; potten; hamsteren; bufferen; (een voorraadje ~) kweken; (in reserve) houden; opsparen; oppotten
買い入れる kaīreru aankopen; kopen; (zich) aanschaffen; betrekken; inkopen; inslaan
買い置きする kaiokisuru aankopen als voorraad; hamsteren; inslaan
買い込む kaikomu (1) inslaan; (grote hoeveelheden) in voorraad aankopen; kopen; een voorraad aanleggen; groot inkopen; hamsteren; en gros; in het groot afnemen; opslaan; opdoen; opleggen; (2) erkennen; (3) omkopen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'inslaan'). 
2005-2026