日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘duwen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kozuku小衝く

t.w. schudden; heen en weer duwen.

tsuppari突張

(突っ張り) zn. stut o. ¶ 突張る (押す) duwen; dringen; (支へる) stutten; ondersteunen; schragen; (押通す) doorzetten; volhouden.

tsukinokeru突退ける

(突退ける) t.w. wegduwen; op zij duwen.

tsukitateru突立てる

(突き立てる) t.w. stooten; duwen; steken.

tsukiageru突上げる

(突き上げる) t.w. omhoog duwen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <duwen>
一押しする hitōshisuru een duw; duwtje; zet; zetje; stoot geven; duwen
入れ込む irekomu (1) iets proppen; stoppen; duwen; steken in; erin proppen; stoppen; duwen; steken; (2) [資金を~] investeren; ergens geld in steken; (3) warm lopen voor; opgaan in; zich storten op; zich passioneren voor; (4) enthousiast; opgewonden; geestdriftig zijn; [馬が~] staan te trappelen van ongeduld
圧す osu (1) duwen; drukken; persen; (2) verdrukken
押し込む oshikomu (1) zich; elkaar verdringen; drommen; dringen; samendrommen; [Belg.N.] drummen; op een kluitje gaan staan; dicht op elkaar gaan staan; elkaar verduwen; (2) proppen; duwen; wurmen; stoppen; stouwen; vol duwen; volstoppen; volproppen; opvullen; opproppen; (in een kleine ruimte) persen; (3) opsluiten; wegstoppen; insluiten; kooien; gevangenzetten; [i.h.b.] consigneren
押し込める oshikomeru (1) opsluiten; insluiten; achter slot en grendel zetten; (2) erin stoppen; persen; proppen; duwen
押し除ける oshinokeru (1) wegduwen; van zich af schuiven; (2) zich een weg banen door; [ひじで~] met de ellebogen dringen; duwen; werken; (3) terzijde schuiven; opzijzetten; aan de kant zetten
押す osu (1) duwen; drukken; [een toets] indrukken; induwen; (2) voortduwen; verder duwen; voor zich uit duwen; aanduwen; (3) samenpersen; comprimeren; in elkaar persen; (4) afdrukken; stempelen; afstempelen; bestempelen; van een stempel voorzien; (5) overweldigen; overmeesteren; overheersen; overschaduwen; (6) zichzelf dwingen; zich forceren
突く;衝く;撞く tsuku (1) steken; prikken; priemen; spietsen; (2) porren; poken; stompen; aanstoten; duwen; [inform.] douwen; stoten; rammen; [m.b.t. hoornvee] nijten; een stoot; por; zet; tik; klopje geven; [m.b.t. zegel] drukken; [m.b.t. bal] tikken; [m.b.t. biljartbal] stoten; [een pluimpje;klok enz.] slaan; [i.c.m. 溜め息を] slaken; [i.c.m. 溜め息を] lozen; (3) zetten; plaatsen; planten; [krukken enz.] gebruiken; [op de knieën] vallen [m.b.t. dunne;langwerpige voorwerpen die als steun geplaatst worden]; (4) aanvallen; belagen; [de geringste redeneerfout enz.] aangrijpen; [iets in zijn achilleshiel enz.] treffen; [iem. in zijn zwak enz.] tasten; [op de kern van de zaak enz.] slaan; (5) [alle weer;de elementen enz.] trotseren; het hoofd bieden; braveren; tarten; (6) [de neus enz.] prikkelen; [m.b.t. stank enz.: in de neus] slaan; snerpen (in); [door de ziel enz.] snijden; [iem. in zijn hart enz.] raken; treffen; diep schokken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'duwen'). 
2005-2026