
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tsuppari・突張
(突っ張り) zn. stut o. ¶ 突張る (押す) duwen; dringen; (支へる) stutten; ondersteunen; schragen; (押通す) doorzetten; volhouden.
tsumeru・詰める
t.w. (1) [閉塞する] versperren; afsluiten; blokkeeren. (2) [詰塞ぐ] opvullen; volstoppen; dichtstoppen. i.w. (3) [間を] opschikken; dichter opeen gaan zitten; (4) [押入る] dringen. t.w. (5) [短縮] inkrimpen; verkorten; verminderen. i.w. (6) [將棋] schaakmat zetten. ¶ 耳に綿を詰める watten in de ooren stoppen. ¶ 詰めて書く dicht op elkaar schrijven. ¶ 著物を詰める jas innemen. ¶ どうぞ今少しお詰め下さい wil u als het u belieft wat opschuiven; verzoeke wat op te schikken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dringen>
切迫する seppakusuru (1) naderen; dichterbij komen; dringen; urgent zijn; dreigen; ophanden zijn; op komst zijn; voor de deur staan; (2) gespannen worden; nijpen; hachelijk worden; acuut worden; kritiek worden
切 setsu (1) uit [= teken op schakelaars van elektrische apparatuur]; (2) innig; van ganser harte; met hart en ziel; vurig; dringend; oprecht; hartgrondig; gemeend; (3) duidelijk voelbaar; gevoelig; hevig; heftig; intens; (4) precair; hachelijk; penibel; kritiek; heikel; netelig; (a) snijden; (b) wrijven; over elkaar doen schuiven; (c) precies passen; (d) dringen; dringend; intens; (e) [notatiesysteem om de uitspraak van een Chinees karakter aan te geven]
圧迫する appakusuru (1) (zwaar) drukken; wegen (op); dringen; aandringen; nopen; dwingen; persen (tot); onder druk zetten; pressie; druk uitoefenen (op); [i.h.b.] intimideren; (2) verdrukken; onderdrukken; [w.g.] opprimeren; supprimeren; benauwen; beklemmen; beknellen; prangen; pressen; reprimeren
押し掛ける oshikakeru (1) onuitgenodigd bezoeken; ongevraagd een bezoek brengen; komen oplopen bij; binnenvallen; gatecrashen; zich indringen; zich binnendringen; (2) toestromen; te hoop lopen; samenscholen; stormlopen; drommen; dringen; opdrommen; opdringen
押し込む oshikomu (1) zich; elkaar verdringen; drommen; dringen; samendrommen; [Belg.N.] drummen; op een kluitje gaan staan; dicht op elkaar gaan staan; elkaar verduwen; (2) proppen; duwen; wurmen; stoppen; stouwen; vol duwen; volstoppen; volproppen; opvullen; opproppen; (in een kleine ruimte) persen; (3) opsluiten; wegstoppen; insluiten; kooien; gevangenzetten; [i.h.b.] consigneren
通る;徹る;透る tōru (1) passeren; erdoorheen geraken; erdoor raken; erdoor(heen) komen; erdoor(heen) gaan; erdoor(heen) dringen; doorbreken; doordringen; doorgaan; doorkomen; doortrekken; doorsteken; doorlopen; lopen over; [lit.t.] doorvaren; penetreren; [m.b.t. stem] dragen; [m.b.t. schoorsteen] trekken; (2) passeren; gaan via; voorbijtrekken; langskomen; langsgaan; langslopen; langstrekken; voorbijgaan; voorbijkomen; voorbijlopen; voorbijstromen; circuleren; (3) doorgaan voor; passeren voor; gangbaar zijn; bekend staan (als; onder de naam van enz.); gelden als; (4) door de beugel kunnen; slagen; [m.b.t. wetsvoorstel] aangenomen worden; aanvaard worden; aanvaardbaar zijn; steek houden
Tijd: 1.51 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'dringen').
2005-2026
