日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘eigenbaat’
日蘭辭典 (trefwoord)
watakushi
zn. (1) [祕密] geheim o. (2) [不公平] partijdigheid v.; vooroordeel o.; onbillijkheid v. (3) [利] eigenbaat m. ¶ privé aangelegenheden; particuliere belangen. ¶ なき onpartijdig; belangeloos; onbaatzuchtig. ¶ persoonlijk; eigen; privé; particulier. ¶ に in ’t geheim; achterbaks. ¶ する zich toeëigenen; verduisteren. ※ cf [[watakushiwatashi‚ atashi]]
SUPPLEMENT (trefwoord)
ifuku威福
zn. Macht en rijkdom. Meer specifiek het aanwenden daarvan en middels de dwang van macht, overreding door autoriteit of de verlokking van fortuin, mensen laten gehoorzamen. ¶ 威福をほしいままにする ifuku wo hoshiimama ni suru (uitdr.) naar wens middels dwang of het aanwenden van rijkdom mensen laten gehoorzamen. ¶ …というものですから、家令が職権を悪用して威福を欲しいままにし、私腹を肥やすことに 注意なさらねばなりません。 ...to yū mono desu kara, karei ga shokken wo akuyōshite ifuku wo hoshiimama ni shi, shifuku wo koyasu koto ni chūi nasaraneba narimasen. Wegens het [vooraf] genoemde, dient men er attent op te zijn dat de rentmeester zichzelf zou [kunnen] verrijken door misbruik van zijn autoriteit en naar wens zijn macht en rijkdom aan te wenden (om zijn wil gedaan te krijgen).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eigenbaat>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
エゴ ego (1) ego; eigen wezen; zelf; (2) egoïsme; ik-zucht; baatzucht; zelfzucht; eigenbaat
エゴイズム egoizumu egoïsme; ik-zucht; baatzucht; zelfzucht; eigenbaat
依怙 eko (1) partijdigheid; eenzijdigheid; partialiteit; partijschap; vooringenomenheid; bevoorrechting; voortrekkerij; favoritisme; (2) houvast; toeverlaat; (3) eigen voordeel; eigenbelang; privaat belang; eigenbaat
利己 riko zelfzucht; eigenbelang; eigenbaat; baatzucht; egoïsme; [w.g.] belangzucht
私利 shiri eigenbaat; eigenbelang; baatzucht; zelfzucht
私欲 shiyoku eigenbelang; eigenbaat; baatzucht; zelfzucht
私腹 shifuku eigenbelang; eigenbaat; eigen profijt
watakushi (1) het particuliere; het private; het niet-openbare; het persoonlijke; (2) persoonlijke gevoelens; eigenbaat; ik; me; mij; m'n ; mijn
自利 jiri (1) eigenbaat; eigen voordeel; eigenbelang; (2) [boeddh.] ātmahita [= zelfbegunstiging]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'eigenbaat'). 
2005-2026