日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘autoriteit’
日蘭辭典 (trefwoord)
kyoku
zn. (1) [官衙] bureau o.; kantoor v. (2) [碁局] schaakspel o. (3) [時局] toestand m.; situatie v. (4) [結局] einde v.; conclusie v. (5) [當局] autoriteit v. ¶ 局に當たる een zaak ter hand nemen. ¶ 局を結ぶ tot een einde komen; afloopen.
kyōhaku巨擘

zn. ster v.; leidende figuur v.; autoriteit v.

yūshi有司

zn. autoriteiten v.mv.; ambtenaren m.mv.

yurushi

zn. (1) [許可] vergunning v.; verlof o. (2) [宥怒] vergeving v.; vergiffenis v. (3) [放免] verschooning v.; kwijtschelding v. (4) [免許] licentie v. ¶ 許す vergunnen; veroorloven; toelaten; (宥怒) vergeven; vergiffenis schenken; (放免) verschoonen; straf kwijtschelden; (認める) toegeven; erkennen; (緩くする) verslappen; verlichten. ¶ 許し得べき vergefelijk; verschoonbaar; toelaatbaar. ¶ 其筋から許されて met vergunning van de bevoegde autoriteiten. ¶ 入學を許す tot een school toelaten. ¶ 願を許す verzoek inwilligen; verzoek toestaan. ¶ 罪を赦す zonden vergeven. ¶ 時間の許す限り voor zoover de tijd het toelaat.

yoridokoro據所

(拠所) zn. bewijsgrond m.; autoriteit v. ¶ 據所ある authentiek; gegrond; betrouwbaar. ¶ 據所なき onbetrouwbaar; ongegrond; uit de lucht gegrepen.

yōro要路

zn. (1) [通路] hoofdweg m. (2) [重位] hooge positie v. (3) [當局] bevoegde autoriteiten v.mv.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ifuku威福
zn. Macht en rijkdom. Meer specifiek het aanwenden daarvan en middels de dwang van macht, overreding door autoriteit of de verlokking van fortuin, mensen laten gehoorzamen. ¶ 威福をほしいままにする ifuku wo hoshiimama ni suru (uitdr.) naar wens middels dwang of het aanwenden van rijkdom mensen laten gehoorzamen. ¶ …というものですから、家令が職権を悪用して威福を欲しいままにし、私腹を肥やすことに 注意なさらねばなりません。 ...to yū mono desu kara, karei ga shokken wo akuyōshite ifuku wo hoshiimama ni shi, shifuku wo koyasu koto ni chūi nasaraneba narimasen. Wegens het [vooraf] genoemde, dient men er attent op te zijn dat de rentmeester zichzelf zou [kunnen] verrijken door misbruik van zijn autoriteit en naar wens zijn macht en rijkdom aan te wenden (om zijn wil gedaan te krijgen).
kanroku貫禄
De waardigheid, de stijl etc. die mensen van iemand ervaren door zijn of haar houding of figuur; het gezag of gewicht dat iemand heeft; prestige; status; autoriteit; overwicht; aanzien; tegenwoordigheid; voorkomen; ernst. ¶ 貫禄のある kanroku no aru gewichting; belangrijk; aanzienlijk; gerespecteerd; vooraanstaand; prominent; notabel. ¶ 貫禄がついた kanroku ga tsuita (idem.) ¶ 君は課長としての貫禄がないね。 Kimi wa kachō to shite no kanroku ga nai ne. Je mist de autoriteit van een afdelingshoofd.; Je hebt niet het gezag van een afdelingshoofd.; Je hebt voor een afdelingshoofd niet genoeg aanzien. (TTC)

NB het woord 貫禄 kanroku verwees oorspronkelijk naar (de omvang van) het salaris van een samurai in dienstbetrekking, en afgeleid daarvan zijn belangrijkheid.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <autoriteit>
オーソリティー ōsoritī (1) autoriteit; expert; deskundige; kenner; (2) autoriteit; gezag; wettige macht
ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
sen (1) [myth.] bergtovenaar; bergmagiër; (2) [myth.] bergmagie; (3) [boeddh.] ṛṣi [= verlichte wijze]; (4) [boeddh.] verblijf van een ṛṣi; (5) autoriteit; genie; (a) bergtovenaar; (b) wereldverzaker; meesterdichter
公社 kōsha overheidsbedrijf; staatsbedrijf; openbaar bedrijf; autoriteit; openbaar; publiek; publiekrechtelijk lichaam
ten (1) ceremonie; rite; viering; (2) principe; regel; (3) [ritsuryō] derde vicegouverneur; (a) belangrijk geschrift; (b) regel; wet; (c) autoriteit; model; (d) ceremonie; (e) beheren; (f) verpanding
勢い ikioi (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon; (7) vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken
大先生 daisensei groot leraar; groot geleerde; prima leraar; autoriteit; coryfee; sommiteit; licht
大家 taika (1) groot huis; (2) voorname familie; groots geslacht; (3) meester; deskundige; expert; autoriteit; coryfee; sommiteit; (4) iedereen; allen; (5) schoonmoeder; schoonmama; (6) [Chin.gesch.] mejuffrouw; mejuffer
大所 ōdokoro (1) grote naam; invloedrijk persoon; belangrijk iemand; man; vrouw van gewicht; autoriteit; (2) invloedrijke organisatie; (3) vermogende; rijke familie
威信 ishin (1) aanzien; gezag; autoriteit; waardigheid; digniteit; statuur; prestige; cachet; eer; reputatie; geloofwaardigheid; credibiliteit; achtenswaardigheid; respectabiliteit; (2) [~県] arrondissement Wēixìn
i (1) ontzag; indrukwekkendheid; majesteit; gezag; invloed; autoriteit; macht; prestige; (2) waardigheid; (a) intimideren; vrees doen voelen; (b) ontzagwekkend; plechtig
官憲 kanken (1) overheidsinstelling; overheidsinstantie; overheidsorgaan; overheid; autoriteit; burgerlijke autoriteiten; officiële instanties; (2) [i.h.b.] politie­autoriteit; politie; (3) regeringsvoorschrift; regeringsreglement
当局 tōkyoku autoriteit; autoriteiten; overheidsinstantie; overheid; overheden; gezag; gezagsapparaat
sei (1) [Chin.astron.] Ster; Xīng [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (a) ster; (b) tijd; tijdsverloop; (c) groot figuur; autoriteit
権利 kenri (1) recht; (2) aanspraak; vordering; claim; recht om het bezit of het gebruik van iets te vorderen; (3) bevoegdheid; recht bepaalde handelingen te kunnen uitoefenen; (4) autoriteit; wettige macht; macht; (5) privilege; voorrecht; begunstiging
権力 kenryoku macht; autoriteit; invloed; gezag
権勢 kensei macht; invloed; autoriteit
権威 ken'i (1) autoriteit; gezag; (2) autoriteit; iem. van erkend gezag; sommiteit
権威者 ken'isha autoriteit; iem. van erkend gezag; sommiteit; gezagsfiguur; smaakmaker
権限 kengen autoriteit; wettige macht; competentie; bevoegdheid; machtsbevoegdheid; gezag
tsū (1) kenner; expert; connaisseur; deskundige; autoriteit; sommiteit; (2) vertrouwdheid; kennis; deskundigheid; autoriteit; (3) begrip; inleving; (4) subtiel persoon; geraffineerd iemand; (5) man; vrouw van de wereld; mondain iemand; (6) het vertrouwd zijn met; het goed op de hoogte zijn van; het goed ingelicht zijn over; het goed ingevoerd zijn in; het goed thuis zijn in; het geverseerd zijn in; het doorkneed zijn in; het bedreven zijn in; het goed onderlegd zijn in; het bekend zijn met; het wegwijs zijn in; (7) x brieven; x stuks; x exemplaren [kwantor voor brieven;documenten;afschriften enz.]
重鎮 jūchin zwaargewicht; invloedrijk persoon; belangrijk iemand; prominent; vooraanstaand figuur; topfiguur; topper; hoge ome; bonze; kopstuk; leider; hoofdrolspeler; steunpilaar; autoriteit; sommiteit
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.98 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'autoriteit'). 
2005-2026