RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <autoriteit>
オーソリティー ōsoritī (1) autoriteit; expert; deskundige; kenner; (2) autoriteit; gezag; wettige macht
上 ue (1) bovenste gedeelte; bovenkant; bovendeel; (2) gebied boven iets; (3) top van een berg; bovenverdieping van een huis; (4) superioriteit; summum; het beter zijn in iets; het meer getalenteerd zijn in iets; het meer begaafd zijn in iets; het kundiger zijn in iets; autoriteit; (5) superieure positie; hoge(re) rang; betere stand; betere maatschappelijke positie; (6) keizer; vorst; soeverein; (7) hoger; (8) in leeftijd ouder; (9) superieur; hoger in rang; hoger qua maatschappelijke positie; (10) goed; beter; kundig(er); begaafd(er); (meer) getalenteerd; bekwaam; bedreven; capabel; (11) bovenop; als klap op de vuurpijl; op de koop toe; behalve; (12) na; achter; als resultaat van; ten gevolge van; als uitkomst van; (13) wat betreft; (14) nu dat; nadat; (15) aangezien
仙 sen (1) [myth.] bergtovenaar; bergmagiër; (2) [myth.] bergmagie; (3) [boeddh.] ṛṣi [= verlichte wijze]; (4) [boeddh.] verblijf van een ṛṣi; (5) autoriteit; genie; (a) bergtovenaar; (b) wereldverzaker; meesterdichter
公社 kōsha overheidsbedrijf; staatsbedrijf; openbaar bedrijf; autoriteit; openbaar; publiek; publiekrechtelijk lichaam
典 ten (1) ceremonie; rite; viering; (2) principe; regel; (3) [ritsuryō] derde vicegouverneur; (a) belangrijk geschrift; (b) regel; wet; (c) autoriteit; model; (d) ceremonie; (e) beheren; (f) verpanding
勢い ikioi (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon; (7) vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken
大先生 daisensei groot leraar; groot geleerde; prima leraar; autoriteit; coryfee; sommiteit; licht
大家 taika (1) groot huis; (2) voorname familie; groots geslacht; (3) meester; deskundige; expert; autoriteit; coryfee; sommiteit; (4) iedereen; allen; (5) schoonmoeder; schoonmama; (6) [Chin.gesch.] mejuffrouw; mejuffer
大所 ōdokoro (1) grote naam; invloedrijk persoon; belangrijk iemand; man; vrouw van gewicht; autoriteit; (2) invloedrijke organisatie; (3) vermogende; rijke familie
威信 ishin (1) aanzien; gezag; autoriteit; waardigheid; digniteit; statuur; prestige; cachet; eer; reputatie; geloofwaardigheid; credibiliteit; achtenswaardigheid; respectabiliteit; (2) [~県] arrondissement Wēixìn
威 i (1) ontzag; indrukwekkendheid; majesteit; gezag; invloed; autoriteit; macht; prestige; (2) waardigheid; (a) intimideren; vrees doen voelen; (b) ontzagwekkend; plechtig
官憲 kanken (1) overheidsinstelling; overheidsinstantie; overheidsorgaan; overheid; autoriteit; burgerlijke autoriteiten; officiële instanties; (2) [i.h.b.] politieautoriteit; politie; (3) regeringsvoorschrift; regeringsreglement
当局 tōkyoku autoriteit; autoriteiten; overheidsinstantie; overheid; overheden; gezag; gezagsapparaat
星 sei (1) [Chin.astron.] Ster; Xīng [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (a) ster; (b) tijd; tijdsverloop; (c) groot figuur; autoriteit
権利 kenri (1) recht; (2) aanspraak; vordering; claim; recht om het bezit of het gebruik van iets te vorderen; (3) bevoegdheid; recht bepaalde handelingen te kunnen uitoefenen; (4) autoriteit; wettige macht; macht; (5) privilege; voorrecht; begunstiging
権力 kenryoku macht; autoriteit; invloed; gezag
権勢 kensei macht; invloed; autoriteit
権威 ken'i (1) autoriteit; gezag; (2) autoriteit; iem. van erkend gezag; sommiteit
権威者 ken'isha autoriteit; iem. van erkend gezag; sommiteit; gezagsfiguur; smaakmaker
権限 kengen autoriteit; wettige macht; competentie; bevoegdheid; machtsbevoegdheid; gezag
通 tsū (1) kenner; expert; connaisseur; deskundige; autoriteit; sommiteit; (2) vertrouwdheid; kennis; deskundigheid; autoriteit; (3) begrip; inleving; (4) subtiel persoon; geraffineerd iemand; (5) man; vrouw van de wereld; mondain iemand; (6) het vertrouwd zijn met; het goed op de hoogte zijn van; het goed ingelicht zijn over; het goed ingevoerd zijn in; het goed thuis zijn in; het geverseerd zijn in; het doorkneed zijn in; het bedreven zijn in; het goed onderlegd zijn in; het bekend zijn met; het wegwijs zijn in; (7) x brieven; x stuks; x exemplaren [kwantor voor brieven;documenten;afschriften enz.]
重鎮 jūchin zwaargewicht; invloedrijk persoon; belangrijk iemand; prominent; vooraanstaand figuur; topfiguur; topper; hoge ome; bonze; kopstuk; leider; hoofdrolspeler; steunpilaar; autoriteit; sommiteit