
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <inbinden>
凹む hekomu (1) invallen; inzinken; inzakken; ineenzakken; bezwijken; hol worden; een deuk krijgen; deuken; (2) afnemen; achteruitgaan; afkalven; verlies lijden; (3) inbinden; zwichten; inschikken; een toontje lager zingen
意志を曲げる ishiomageru overstag gaan; inbinden; zwichten; toegeven; zich schikken; wijzer wezen; de wijste zijn
抑制する yokuseisuru beteugelen; bedwingen; in bedwang houden; inbinden; inhouden; tomen; in toom houden; intomen; breidelen; een breidel aanleggen; remmen; onderdrukken; terugdringen; aan banden leggen; onder controle houden; beheersen; reprimeren; verdringen; weerhouden; supprimeren; smoren; de baas blijven
折れる oreru (1) plooien; [i.h.b.] dubbelplooien; (2) breken; afbreken; knappen; [ぽきっと] afknappen; knakken; het begeven; (3) zwenken; afbuigen; afdraaien; afslaan; draaien; een bocht; draai maken; (4) plooien; bijdraaien; tegemoetkomingen doen; toegeven; inbinden; door de bocht gaan; wijken; zwichten; zich gewonnen geven; zich onderwerpen; zich neerleggen; (5) [腰句が] haperen; niet lopen; (6) [Barg.] sterven; doodgaan
縛る shibaru (1) vastbinden; binden; bijeenbinden; samenbinden; opbinden; knevelen; knopen; sjorren; vastsjorren; vastknopen; vastmaken; vastleggen; vastsnoeren; [zeew.] beleggen; [m.b.t. scheepv.] seizen; dichtbinden; dichtsnoeren; dichtrijgen; [m.b.t. wonde] verbinden; afbinden; (2) [fig.] binden; [fig.] inbinden; beperken; [fig.] knevelen; [fig.] kluisteren; [fig.] boeien; [fig.] ketenen; beknotten; [uitdr.] de handen binden; [uitdr.] aan banden leggen
Tijd: 1.1 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'inbinden').
2005-2026
