日蘭辭典+

7 resultaten voor ‘leeren’
日蘭辭典 (trefwoord)
anshō諳誦
zn. voordracht uit het hoofd. ¶ 諳誦する uit het hoofd leren; van buiten leeren; voordragen; opzeggen; Noot: Vgl. ‘ankisuru’.
hyōshi表紙
zn. boekband m.; boekomslag m. ¶ 表紙を附ける inbinden. ¶ 革表紙の in leder gebonden boek; boek met leeren band.
naka

zn. (1) [奧、底] binnenste o. ¶ に in binnenin. vz. (2) [] tusschen. (3) [多數の] onder; bw. te midden van. ¶ で in de straat; op straat. ¶ に in de doos. ¶ には蘭語やるものある er zijn onder hen ook, die Hollandsch leeren. ¶ 三つこれが一番上等だ dit is het beste van de drie.

sora

zn. hemel m. lucht v.; firmament o.; valschheid (僞) v. ¶ 明るい heldere hemel. ¶ で in den vreemde; ver van huis. ¶ 高く hoog in de lucht. ¶ verstrooid. ¶ 負け voorgewende nederlaag. ¶ 淚 krokodillentranen; gehuicheld verdriet. ¶ 讀む uit het hoofd opzeggen. ¶ 覺える uit het hoofd leeren. ¶ なる met de gedachten ergens zijn; verstrooid zijn; zitten te suffen. ¶ を使ふ doen of men van niets weet; zich van den domme houden.

kyōdō敎導

(教導) zn. onderwijs o.; leerling v.; onderrichter o. ¶ 敎導する onderrichten; leiden; leeren. ¶ 敎導者 leeraar; herder ¶ 敎導團 school voor onderofficieren.

yoshū豫習

(予習) zn. voorbereiding v.; leeren van lessen.

tsukainarasu使馴らす

(使い慣らす) t.w. temmen; gedwee maken; leeren gehoorzamen.

Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 7 treffers, (zoekopdracht: 'leeren'). 
2005-2026